Kinesitherapie bij respiratoire problemen bij baby’s (<
24 maand)
Semiologische/nosologische benadering van de patiënt
- Nosologie = ziekteleer die beschrijft hoe ziekte is en ontstaat (mucoviscidose, pneumonie,
atelectase, virale infecties…)
- Semiologie = de symptomen/tekenen waarmee een ziekte zich uit
Wij moeten dus werken met een symptoomgerichte aanpak ipv ziektegericht. Ongeacht welke ziekte
hij heeft, moeten we kijken wat we als kinesitherepeut kunnen doen aan de symptomen.
Symptomen
- Normale ademgeluiden: kunnen verminderd zijn
- Bijgeluiden:
o Wheezing (piepen)
o Crepitaties (krakend)
- Hoesten
o Slijm en hoesten dikwijls in verband, maar niet noodzakelijk
- niezen
- sputum/slijm
o uit de intrathoracale luchtwegen
o In de bovenste luchtwegen (extrathoracaal): snot
Onderhoudt de problematiek bij het kind
Onderhoudt veel verschillende factoren hier opgesomd
o Kan ook in de stoelgang als het in ingeslikt
- Gestoorde slaap
o Kan zowel meer als minder zijn
o Vaak onderbroken door bv hoesten
- Verminderde saturatie
o Hypoxemie (te weinig zuurstof in het bloed ≠ hypoxie: verminderd zuurstof in een
orgaan, maar wel voldoende in het bloed)
- Beperkte voeding
- Veranderde kleur
o Cyanose (blauwverkleuring die nauw gerelateerd is aan hypoxemie: centrale cyanose
wijst op hypoxemie en perifere kan nog te maken hebben met vasoconstrictie)
- Paradoxale AH
o Als het heel lokaal is: retracties (bij inademen gaat de thorax op bepaalde plaatsen
naar binnen en bij uitademen naar buiten)
o Als het over gehele thorax gaat: paradoxale ademhaling
- Koorts (pyrexie)
- Dyspnoe (kortademigheid)
- Lethargisch (extreme vorm van geen activiteit meer)
o Het tegengestelde bestaat ook: hyperactiviteit
- Tachycardie
o Soms 200 slagen per minuut
- Tachypnoe
Pagina 1 van 7
, o Verhoogde versnelde ademhaling
- Mondademen
o Ofwel kan hij niet door de neus ademen door blokkage (snot), ofwel habitueel
- Hyperinflatie
- Wenen
o Kan facilitator zijn bij twee technieken
- Nasal flaring
o Ernstigste symptoom van obstructie bij symptoom
o = neusvleugelen: bij elke inademing gaan de neusvleugels open
- Grunting
o Steunende ademhaling
o De uitademing zelf wat vertragen door steun te nemen sternaal
Ideale beginbilan:
- Zaken beschreven die kinesitherapeutiseerbaar zijn: zodat wij er een invloed kunnen op
hebben
- De belangrijkste symptomen om als kine op te werken (primair):
o Snot
Neusspoeling: kindje op de zij leggen en dan in bovenste neusgat fysiologisch
water inbrengen. Je zal niet heel het neuscomplex kunnen mee hebben. Hoe
kun je daar dan voor zorgen?
Eerste kracht: meer water gebruiken tot wel 3-4 flesjes (kan je ook
makkelijk maken door zout in water in te brengen en flesjes vullen
die wat groter zijn)
Mucus kan taai zijn en al is er voldoende water, toch nog tweede
kracht nodig om snot zoveel mogelijk te verplaatsen. Je moet het
flesje gebruiken als een peertje: grotere structuur die niet gevuld is
met water met doorzichtig neusdopje dat je in neus van kind brengt
als het uitgeknepen is. Het heeft een grote veerkracht en als je dan
ander neusgat sluit en peer loslaat, gaat peer het snot opzuigen.
Je kan ook gewoon het zelfde flesje van je fysiologisch water als het
leeg is gebruiken als ‘peertje’. Je hebt flesjes met een iets bredere
hals en die zijn interessanter om mee te werken. Je gaat dus flesje
leegspuiten in ene neusgat en als je daarmee klaar bent laat je het
ingedrukt en ga je ander neusgat dichtdoen en dan laat je het flesje
los en gaat het wat snot opzuigen.
Derde kracht: DRR (desobstruction rhynopharyngée réttrograde): de
kans is groot dat de baby huilt. Wenen = een lange uitademing
Pagina 2 van 7