Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Bedrijfseconomie Bedrijf starten

Vendu
86
Pages
11
Publié le
06-02-2020
Écrit en
2018/2019

Bedrijfeconomie samenvatting over het onderwerp Bedrijf starten. Dit is een samenvatting voor leerlingen van 4/5 Havo en 4/5/6 Vwo.

Type
Cours










Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Lycée
Type
Cours
Année scolaire
5

Infos sur le Document

Publié le
6 février 2020
Nombre de pages
11
Écrit en
2018/2019
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Bedrijf starten.
1.1 tm 1.5 3.1 tm 3.3(1.4.5) 4.1tm4.6

De oprichting van de kast:
Verschillen werknemer en een zelfstandige ondernemer:
Werknemer:
 Een werknemer is in loondienst bij een werkgever en heeft hiertoe een
arbeidsovereenkomst gesloten met zijn baas. In de overeenkomst staat dat de
werknemer arbeid moet verrichten voor zijn baas in ruil daarvoor krijgt hij een vast
salaris. (Kan ook afhankelijk zijn van prestaties).
 Een werknemer is verzekerd tegen werkloosheid, hij kan een WW-uitkering krijgen
als hij zijn werk verliest. Bij een ziekte moet de werkgever de werknemer 2 jaar
doorbetalen.
 Voor werknemers geldt meestal een pensioenverzekering.
 Als werknemer ben je verantwoordelijk voor een geode uitvoering van de taken. De
baas is verantwoordelijk voor alles (werknemers, binnenhalen opdrachten
onderhandelen enz.)
Ondernemer:
 De ondernemer heeft geen vast salaris, hij moet leven van de winst. Als het goed
gaat met het bedrijf heeft hij een hoog inkomen als het slecht gaat een laag.
 Een ondernemer krijgt niets bij werkloosheid. Als de ondernemer ziek wordt krijgt hij
niets (tenzij hij een arbeidsongeschiktverzekering heeft). Pas als een ondernemer
bijna al zijn vermogen inclusief huis kwijt is mag hij beroep doen op de bijstand.
 Ondernemers moeten zelf pensioen regelen.
 Een ondernemer ontvangt veel belastingvoordelen in vergelijking met een
werknemer.

Bedrijf oprichten:
Vergunningen Inschrijven in het Handelsregister de administratie
de vestingplaats de investeringsbegroting de resultatenbegroting
de liquiditeitsbegroting de rechtsvorm de verzekeringen
de financieringdiversen.

Vergunning = een officiële toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te
voeren. De vergunning kun je aanvragen bij de gemeente.
Vergunning: als je een bedrijf wilt beginnen moet in sommige branches een vergunning
hebben.
Omgevingsvergunning: een vergunning die je nodig hebt te verbouwen aan je bedrijf of een
gevelreclame wilt plaatsen. Maar ook of je het bedrijf mag vestigen waar jij dat wilde.

Elk bedrijf wordt bij de Kamer van Koophandel ingeschreven in het Handelsregister. Bij die
inschrijving wordt gelet of:
 Het publiek niet wordt misleid door de gekozen handelsnaam.
 De naam niet hetzelfde is als de naam van een ander bestaand bedrijf.
Ieder bedrijf is verplicht administratie (boekhouding) te voeren, dat daaruit altijd alle
rechten en verplichtingen blijken. Elk jaar moet een bedrijf een balans opmaken en alle
papieren moeten zeven jaar bewaard blijven.

,De bank geeft een hypotheeklening van 65% (dus je moet 35% zelf bijlappen doormiddel van
persoonlijke leningen investeerders eigen vermogen enz.) je kunt ook een staatsgarantie
krijgen dan kun je een lening van 85% krijgen.

Staatsgarantie = een waarborg die de staat bij een door derden aangegane lening geeft voor
de terugbetaling van hoofdsom en rente.
Investeringsbegroting (K) = alle zaken die je moet aanschaffen om een bedrijf te beginnen.
Je kunt ongeveer zeggen hoeveel geld je nodig hebt om een bedrijf te beginnen.
De belangrijkste dingen die een bedrijf moet aanschaffen is de voorraad.
De resultaten begroting (K) = hoe hoog je opbrengsten en kosten zullen zijn in een
toekomstige periode.
De winst die resteert nadat je de kosten hebt afgetrokken van de opbrengsten, kun je dan
gebruiken voor je privé. Hiermee kun je zien of je je hoofd boven water kunt houden.
De liquiditeitsbegroting (K) = alle uitgaven en ontvangsten die je in een toekomstige periode
moet doen.
Deze begroting geeft aan of je genoeg liquide middelen hebt in de kas en op de bank.
De rechtsvorm = de juridische vorm waarin een bedrijf gedreven wordt.
Is bepalend voor hoe je belasting moet betalen en hoe de aansprakelijkheid is geregeld en
wie er overeenkomsten mag sluiten.

Juridisch kernmerk eenmanszaak:
Geen verschil tussen privé en zakelijk vermogen. De ondernemer is aansprakelijk voor alle
schulden wat bekent dat als de onderneming failliet raakt de ondernemer niet alleen het
vermogen kwijt dat in de onderneming zit maar ook het hele privévermogen.
Inventaris = een lijst of een opsomming van voorwerpen op een bepaalde plaats
Vermogen (K) = alle bezittingen minus de schulden van iemand op een bepaald tijdstip.
Eenmanszaak:
 De eigenaar is ook gelijk directeur, hij/zij neemt de beslissingen en sluit
overeenkomsten af met leveranciers en klanten.
 Omdat een eenmanszaak door een persoon wordt geleid kunnen er snel beslissingen
worden genomen.
 Banken zijn niet scheutig met verlenen van krediet omdat maar een iemand geld in
de zaak heeft gestoken.
 Bij overlijden stopt de eenmanszaak (of hij moet overgenomen worden).

Financiering = waar en hoeveel geld heb je nodig?
diversen = het openen van een bankrekening, het zoeken van leveranciers, verlichting enz.

Btw/omzetbelasting = belasting op toegevoegde waarde.
De btw kun je omschrijven als een belasting op het gebruik en verbruik van goederen en
diensten die geïnd wordt door de bedrijven maar de bedrijven verrekenen deze btw door in
de prijs dus uiteindelijk de btw wordt betaald door de consumenten.
De drie btw-tarieven: 6% voor noodzakelijke levensbehoefte, 21% voor luxegoederen. En 0%
voor goederen en diensten zoals onderwijs en bepaalde diensten in de gezondheidszorg.

, Iedere ondernemer moet btw in rekening brengen over alle goederen en diensten die hij
verkoopt. Wanneer hij goederen verkoopt ontvangt hij van de afnemer (consument/andere
ondernemer) btw. Deze ontvangen btw moet hij afdragen aan de fiscus (belastingdienst).
Als de ondernemer zelf iets inkoopt dan moet hij btw betalen aan de leverancier. Deze
betaalde btw krijgt hij terug van de ficus.
Het verschil tussen wat een ondernemer moet betalen aan btw van verkochte
goederen/diensten en wat hij mag terugvorderen van ingekochte goederen moet hij
afdragen aan de belastingdienst.

De te betalen btw is even hoog als de te vorderen btw daarom behoort de btw niet tot
kosten van een onderneming dus heeft het geen invloed op de winst of verlies van een
onderneming.

Vaste activa (V) = goederen die langer dan een jaar meegaan (bureau, machines,
bedrijfsbus).
Afschrijving (K) = de waardevermindering van vaste activa door slijtage.
Afschrijvingskosten = het bedrag van de waardevermindering.
Elk jaar moet er een gedeelte van de aanschaffingsprijs van de vaste activa worden
‘gereserveerd’ zodat na een aantal jaren met het ‘gereserveerde’ geld vervanging voor de
versleten vaste activa kan worden gekocht.

Een ondernemer moet de afschrijvingskosten berekenen in de verkoopprijs.

Vlottende activa/kapitaal (V) = goederen waarin geld niet langer dan een jaar wordt
vastgelegd.
Voorbeelden vlottende activa:
 Voorraden/handelsgoederen: deze heb je om op korte termijn te verkopen, het geld
dat ligt opgesloten geld komt dan binnen een jaar weer vrij.
 Debiteuren/leverancierskrediet: afnemers waarvan het bedrijf nog geld krijgt.
(Rekening gekocht)
Leverancierskrediet = de onderneming verstrekt een krediet aan zijn klanten.
 Nog te ontvangen bedragen: een ondernemer moet nog geld krijgen van anderen
dan klanten (huurders).
 Vooruitbetaalde bedragen: het vooruit betalen van bedragen bv: de huur van een
shovel in een keer betalen in plaats van elke een maandbedrag. Dit hoort tot
vlottende activa omdat, je op papier elke maand een bedrag betaald.
 Te vorderen btw: de btw die de fiscus nog aan de ondernemer moet betalen. Iedere
keer als de ondernemer btw betaalt aan zijn leveranciers bouwt het te vorderen
bedrag op en aan het eind van een kwartaal krijgt hij dat bedrag terug.
 Liquide middelen/liquide activa (V): geldmiddelen ie je nodig hebt om je dagelijkse
betalingen te doen. (Het geld dat in de kas zit of op de bankrekening staat).
De vaste en vlottende activa die je niet tot liquide middelen kunt rekenen zijn wel geld
waard maar dat geld krijg je pas als je deze activa verkoopt.

Eigen vermogen = eigen geld.
Lang vreemd vermogen/ lang krediet = leningen die een looptijd hebben van langer dan een
jaar.
€4,44
Accéder à l'intégralité du document:
Acheté par 86 étudiants

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien


Document également disponible en groupe

Reviews from verified buyers

Affichage de 7 avis sur 37
2 année de cela

3 année de cela

3 année de cela

4 année de cela

4 année de cela

4 année de cela

4 année de cela

3,8

37 revues

5
11
4
12
3
9
2
5
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
hugoarntz Wageningen University
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
548
Membre depuis
5 année
Nombre de followers
451
Documents
104
Dernière vente
4 mois de cela
Studiefonds Arntz

KOOP NOU TOCH! Geef jezelf zonder al teveel moeite een goed cijfer en gun deze jongen een extra zakcentje voor zijn studie:).

3,8

165 revues

5
45
4
62
3
39
2
13
1
6

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions