lOMoARcPSD|11439016
Verbintenissenrecht Prof. Dr. Ignace Claeys - notities +
samenvatting
Verbintenissenrecht (Universiteit Gent)
Scan to open on Studocu
Studocu is not sponsored or endorsed by any college or university
Downloaded by Milan Baert ()
, lOMoARcPSD|11439016
DEEL I: INLEIDING
EXAMEN
Franse begrippen.
Latijnse begrippen en adagia.
2 Uur.
⅔ = Cases getest op kennis, redenering en gezond verstand.
o Schematisch antwoorden mag, zeker bij > 2 partijen, waarbij hun relatie duidelijk wordt.
o 4 Basisvragen:
Wie?
Tegen wie?
Op grond van wat (waarom?)
Over wat?
4 à 5 vragen.
Ook vergelijkingsvragen: gelijkenissen + verschillen.
Definities (5-tal).
o Bv. Contract = wilsovereenstemming.
Juridische grondslag nooit vergeten (wetsbepaling of algemeen rechtsbeginsel)!
INLEIDING
Voorbeelden van verbintenissen:
Bv. Arbeidscontract verbintenis tussen WN en WG.
Bv. Koopcontract verbintenis tussen koper en verkoper.
o Verbintenis van de koper om iets te betalen.
o Verbintenis van de verkoper om de eigendom van het goed over te dragen aan de
medecontractant.
Bv. Contract met een fitnesscentrum.
Bv. Studentenrestaurant.
o Is dit een koopcontract of een aannemingscontract?
o Aannemers: beloven een prestatie/materieel/intellectueel werk tegen een bepaalde prijs.
o Vaak is hier discussie over.
o Deze kwalificatie is belangrijk voor de rechtsgevolgen verschillen tussen een koop- en
aannemingscontract.
Vaak wordt verbintenissenrecht gebruikt in combinatie met andere soorten recht, bv.
vennootschapsrecht.
Ook nog contractuele clausules = bedingen in een contract.
De cursus bestaat uit 9 delen, waarvan 7 delen gewijd aan de bronnen van verbintenissen (meeste aandacht
aan de overeenkomst als bron) hier korte schetsing.
Wat doet verbintenissen ontstaan?
1. Contract:
Verbintenis ≠ contract.
o Een contract geeft aanleiding tot een verbintenis: CTT VB.
o Contract=
= Wilsovereenkomst.
Is niet zomaar een geschreven document.
Hoeft niet op papier (kan ook mondeling), kan op een bierviltje,…
DEEL I - INLEIDING 1
1()
Downloaded by Milan Baert
, lOMoARcPSD|11439016
2. Onrechtmatige daad:
= Daad die een inbreuk op een bepaalde rechtsregel of zorgvuldigheidsnorm inhoudt en die schade
berokkent aan een andere.
Art. 1382 BW: “elke daad van de mens (ook vennootschappen stamt al vanaf 1804), waardoor aan
een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze
te vergoeden.”
Fout schade verbintenis tot schadevergoeding.
o Toepassingsvoorwaarde: oorzakelijk/causaal verband.
Je moet een fout aantonen, schade, en OOK een oorzakelijk verband.
o Rechtsgevolg: schadevergoeding (rechterkant).
Kan opzettelijk zijn of door nalatigheid (art. 1383 BW).
o Schending van de rechtsregel is voldoende voor fout (opzettelijk/onopzettelijk maakt niet
uit).
3. Rechtmatig vertrouwen:
Veel discussie over.
Zie later.
4. Eenzijdige belofte/wilsuiting:
≠ Contract (minstens 2 partijen).
Een partij uit een bepaalde wil waarbij ze iets belooft, en hierdoor is ze verbonden, zonder dat de
andere moet aanvaarden (er ontstaat een verbintenis).
o Bv. Advertentie voor een beloning voor het terugvinden van je hond.
Ontwikkeld door de RS (niet in BW).
5. Onverschuldigde betaling:
Verbintenis tot terugbetaling van de som die foutief overgeschreven is op je rekening.
Soms ook terugbetaling van interesten:
o Als je ter goeder trouw bent, moet je enkel het kapitaal terugbetalen (≠ interest).
o Als je ter kwader trouw zowel het kapitaal als de interest.
6. Verrijking zonder oorzaak = onrechtmatige verrijking:
Bv. Verbintenis waarbij persoon A (SA) €100 geeft aan persoon B (SE).
Persoon C (derde staat niet in de verbintenis) betaalt die €100 aan B: hij dacht dat hij de
schuldenaar was.
o Bv. Wanneer de oorspronkelijke SA overleden is.
B Vernietigt zijn titel C kan geen vordering instellen tegen B op basis van onrechtvaardigde
verrijking, want er was een rechtmatig vertrouwen.
Persoon A is verrijkt zonder oorzaak.
Persoon C is verarmt, en er is een verband met de verrijking er kan een onrechtmatige
verrijkingsvordering worden ingesteld.
Ontwikkeling door het HvC (begin 19de eeuw).
DEEL I - INLEIDING 2
2()
Downloaded by Milan Baert
, lOMoARcPSD|11439016
Art. 1377 BW is de basisregel hiervoor bedoeling om het rechtmatig vertrouwen van B te
beschermen.
o Wat als hij ter kwader trouw is? Geen ratio om art. 1377 BW toe te passen verdient geen
bescherming.
Kan B persoon A nog aanspreken? Ja, want de verbintenis is nog niet uitgevoerd.
7. Zaakwaarneming (oneigenlijk contract):
Bv. Als een buurman de brandweer belt bij brand aan je huis verplicht de kosten van de buur te
vergoeden + gebonden aan de gekozen aannemer.
o Zaakwaarnemer moet eens hij begint, volhouden.
8. Wet:
Bv. Wanneer je een bepaalde activiteit onderneemt, ontstaat een schuld tegenover de Belgische staat
(belastingen).
Verbintenis= rechtsband: juridische band tussen 2 personen (SA en SE), waarbij een schuldenaar
heeft recht op een prestatie van een schuldeiser, die kan afgedwongen worden voor een rechter.
HOOFDSTUK 1. SITUERING VAN HET VERBINTENISSENRECHT
VERBINTENISSENRECHT VS. GOEDERENRECHT EN PERSOONLIJKE RECHTEN VS. ZAKELIJKE RECHTEN
Vermogensrecht:
1. Verbintenissenrecht.
2. Goederenrecht.
= Kern van het objectieve recht tot regeling van het vermogen.
Op basis van dat objectieve recht (=law) kan een rechtssubject zijn subjectieve rechten (=rights) doen
gelden:
1. Persoonlijke rechten meestal voorwerp van verbintenissenrecht.
2. Zakelijke rechten meestal voorwerp van goederenrecht.
(ook nog intellectuele rechten= rechten op uitvindingen van de geest).
Objectief recht = geheel van rechtsregels.
Subjectief recht = recht dat een rechtssubject heeft, waarvan een persoon titularis wordt, wanneer hij onder de
toepassingsvoorwaarden valt.
INHOUDELIJK VERSCHIL
Zakelijk recht
Bij een zakelijk recht heb je een band tussen een persoon en een goed:
Volgrecht.
Gelijke behandeling van de SE.
Erga omnes.
o Bv. Eigendomsrecht bij een koopcontract wordt het eigendomsrecht overgedragen naar
persoon B (=zakenrechtelijk gevolg van een koopcontract).
o Bv. Erfpacht.
o Bv. Vruchtgebruik.
o Bv. Recht van opstal.
o Bv. Erfdienstbaarheid: recht van uitweg over een perceel. Als dit perceel verkocht wordt dan
volgt de erfdienstbaarheid het goed = volgrecht nieuwe eigenaar (derdeverkrijger) = gebonden
aan de erfdienstbaarheid.
o Bij samenloop van schuldeisers is er geen gelijke behandeling.
Pondspondsgewijze verdeling: rekening houden met de verhoudingen van de vordering.
Stel: het rechtssubject gaat failliet als jij het eigendomsrecht hebt geen gelijke
behandeling van SE: je hebt een zakelijk recht, en niet enkel een persoonlijk recht.
DEEL I - INLEIDING 3
3()
Downloaded by Milan Baert
Verbintenissenrecht Prof. Dr. Ignace Claeys - notities +
samenvatting
Verbintenissenrecht (Universiteit Gent)
Scan to open on Studocu
Studocu is not sponsored or endorsed by any college or university
Downloaded by Milan Baert ()
, lOMoARcPSD|11439016
DEEL I: INLEIDING
EXAMEN
Franse begrippen.
Latijnse begrippen en adagia.
2 Uur.
⅔ = Cases getest op kennis, redenering en gezond verstand.
o Schematisch antwoorden mag, zeker bij > 2 partijen, waarbij hun relatie duidelijk wordt.
o 4 Basisvragen:
Wie?
Tegen wie?
Op grond van wat (waarom?)
Over wat?
4 à 5 vragen.
Ook vergelijkingsvragen: gelijkenissen + verschillen.
Definities (5-tal).
o Bv. Contract = wilsovereenstemming.
Juridische grondslag nooit vergeten (wetsbepaling of algemeen rechtsbeginsel)!
INLEIDING
Voorbeelden van verbintenissen:
Bv. Arbeidscontract verbintenis tussen WN en WG.
Bv. Koopcontract verbintenis tussen koper en verkoper.
o Verbintenis van de koper om iets te betalen.
o Verbintenis van de verkoper om de eigendom van het goed over te dragen aan de
medecontractant.
Bv. Contract met een fitnesscentrum.
Bv. Studentenrestaurant.
o Is dit een koopcontract of een aannemingscontract?
o Aannemers: beloven een prestatie/materieel/intellectueel werk tegen een bepaalde prijs.
o Vaak is hier discussie over.
o Deze kwalificatie is belangrijk voor de rechtsgevolgen verschillen tussen een koop- en
aannemingscontract.
Vaak wordt verbintenissenrecht gebruikt in combinatie met andere soorten recht, bv.
vennootschapsrecht.
Ook nog contractuele clausules = bedingen in een contract.
De cursus bestaat uit 9 delen, waarvan 7 delen gewijd aan de bronnen van verbintenissen (meeste aandacht
aan de overeenkomst als bron) hier korte schetsing.
Wat doet verbintenissen ontstaan?
1. Contract:
Verbintenis ≠ contract.
o Een contract geeft aanleiding tot een verbintenis: CTT VB.
o Contract=
= Wilsovereenkomst.
Is niet zomaar een geschreven document.
Hoeft niet op papier (kan ook mondeling), kan op een bierviltje,…
DEEL I - INLEIDING 1
1()
Downloaded by Milan Baert
, lOMoARcPSD|11439016
2. Onrechtmatige daad:
= Daad die een inbreuk op een bepaalde rechtsregel of zorgvuldigheidsnorm inhoudt en die schade
berokkent aan een andere.
Art. 1382 BW: “elke daad van de mens (ook vennootschappen stamt al vanaf 1804), waardoor aan
een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze
te vergoeden.”
Fout schade verbintenis tot schadevergoeding.
o Toepassingsvoorwaarde: oorzakelijk/causaal verband.
Je moet een fout aantonen, schade, en OOK een oorzakelijk verband.
o Rechtsgevolg: schadevergoeding (rechterkant).
Kan opzettelijk zijn of door nalatigheid (art. 1383 BW).
o Schending van de rechtsregel is voldoende voor fout (opzettelijk/onopzettelijk maakt niet
uit).
3. Rechtmatig vertrouwen:
Veel discussie over.
Zie later.
4. Eenzijdige belofte/wilsuiting:
≠ Contract (minstens 2 partijen).
Een partij uit een bepaalde wil waarbij ze iets belooft, en hierdoor is ze verbonden, zonder dat de
andere moet aanvaarden (er ontstaat een verbintenis).
o Bv. Advertentie voor een beloning voor het terugvinden van je hond.
Ontwikkeld door de RS (niet in BW).
5. Onverschuldigde betaling:
Verbintenis tot terugbetaling van de som die foutief overgeschreven is op je rekening.
Soms ook terugbetaling van interesten:
o Als je ter goeder trouw bent, moet je enkel het kapitaal terugbetalen (≠ interest).
o Als je ter kwader trouw zowel het kapitaal als de interest.
6. Verrijking zonder oorzaak = onrechtmatige verrijking:
Bv. Verbintenis waarbij persoon A (SA) €100 geeft aan persoon B (SE).
Persoon C (derde staat niet in de verbintenis) betaalt die €100 aan B: hij dacht dat hij de
schuldenaar was.
o Bv. Wanneer de oorspronkelijke SA overleden is.
B Vernietigt zijn titel C kan geen vordering instellen tegen B op basis van onrechtvaardigde
verrijking, want er was een rechtmatig vertrouwen.
Persoon A is verrijkt zonder oorzaak.
Persoon C is verarmt, en er is een verband met de verrijking er kan een onrechtmatige
verrijkingsvordering worden ingesteld.
Ontwikkeling door het HvC (begin 19de eeuw).
DEEL I - INLEIDING 2
2()
Downloaded by Milan Baert
, lOMoARcPSD|11439016
Art. 1377 BW is de basisregel hiervoor bedoeling om het rechtmatig vertrouwen van B te
beschermen.
o Wat als hij ter kwader trouw is? Geen ratio om art. 1377 BW toe te passen verdient geen
bescherming.
Kan B persoon A nog aanspreken? Ja, want de verbintenis is nog niet uitgevoerd.
7. Zaakwaarneming (oneigenlijk contract):
Bv. Als een buurman de brandweer belt bij brand aan je huis verplicht de kosten van de buur te
vergoeden + gebonden aan de gekozen aannemer.
o Zaakwaarnemer moet eens hij begint, volhouden.
8. Wet:
Bv. Wanneer je een bepaalde activiteit onderneemt, ontstaat een schuld tegenover de Belgische staat
(belastingen).
Verbintenis= rechtsband: juridische band tussen 2 personen (SA en SE), waarbij een schuldenaar
heeft recht op een prestatie van een schuldeiser, die kan afgedwongen worden voor een rechter.
HOOFDSTUK 1. SITUERING VAN HET VERBINTENISSENRECHT
VERBINTENISSENRECHT VS. GOEDERENRECHT EN PERSOONLIJKE RECHTEN VS. ZAKELIJKE RECHTEN
Vermogensrecht:
1. Verbintenissenrecht.
2. Goederenrecht.
= Kern van het objectieve recht tot regeling van het vermogen.
Op basis van dat objectieve recht (=law) kan een rechtssubject zijn subjectieve rechten (=rights) doen
gelden:
1. Persoonlijke rechten meestal voorwerp van verbintenissenrecht.
2. Zakelijke rechten meestal voorwerp van goederenrecht.
(ook nog intellectuele rechten= rechten op uitvindingen van de geest).
Objectief recht = geheel van rechtsregels.
Subjectief recht = recht dat een rechtssubject heeft, waarvan een persoon titularis wordt, wanneer hij onder de
toepassingsvoorwaarden valt.
INHOUDELIJK VERSCHIL
Zakelijk recht
Bij een zakelijk recht heb je een band tussen een persoon en een goed:
Volgrecht.
Gelijke behandeling van de SE.
Erga omnes.
o Bv. Eigendomsrecht bij een koopcontract wordt het eigendomsrecht overgedragen naar
persoon B (=zakenrechtelijk gevolg van een koopcontract).
o Bv. Erfpacht.
o Bv. Vruchtgebruik.
o Bv. Recht van opstal.
o Bv. Erfdienstbaarheid: recht van uitweg over een perceel. Als dit perceel verkocht wordt dan
volgt de erfdienstbaarheid het goed = volgrecht nieuwe eigenaar (derdeverkrijger) = gebonden
aan de erfdienstbaarheid.
o Bij samenloop van schuldeisers is er geen gelijke behandeling.
Pondspondsgewijze verdeling: rekening houden met de verhoudingen van de vordering.
Stel: het rechtssubject gaat failliet als jij het eigendomsrecht hebt geen gelijke
behandeling van SE: je hebt een zakelijk recht, en niet enkel een persoonlijk recht.
DEEL I - INLEIDING 3
3()
Downloaded by Milan Baert