EXAMEN PRIVAATRECHT 2024:
Opm. overal indien mogelijk relevante wetgeving bij schrijven !!
Reproductievragen (Deel 1): 10 PUNTEN:
1. Bespreek de 4 principes van de vermogensleer en ligt voor zover nodig
kort toe.
1) Elke persoon heeft een vermogen
2) Alleen een persoon heeft een vermogen
3) Zolang men persoon is, heeft men een vermogen
4) Elk persoon heeft in beginsel 1 vermogen
→ vermogen is ondeelbaar, is het principe waar een aantal
uitzonderingen op bestaan, een uitzondering omdat er in bepaalde
situaties wel meer vermogens kunnen zijn bij 1 persoon en bovendien
zijn er ook bepaalde elementen van een vermogen onbeslagbaar zijn
en zo eigenlijk een kleine afsplitsing van dat vermogen vormen.
- Relevante grondslag: 3:35, 3:36 en volgende van NBW
Gemaakte fouten:
- ‘elk mens heeft een vermogen’, ‘alleen een mens heeft een vermogen’
=/ juist WANT er zijn meer personen dan alleen maar mensen →
rechtspersoon enz.
2. Wat is bezit?, wat is de juridische relevantie van bezit in het goederenrecht
en wat zijn de twee essentiële bestanddelen van dat bezit?
- Relevante grondslag: 3:18 BW = definitie van bezit
2 samenstellende bestanddelen van bezit zijn:
● Corpus: het materieel hebben van een bepaalde zaak rechtstreeks of
onrechtstreeks
● Animus: wat nodig is, de intentie hebben om iets te hebben als
eigenaar, niet als detentor maar wel als eigenaar
Bezit kan tot verkrijgende verjaring leiden onder bepaalde voorwaarden (kan
je geven maar is niet gevraagd). Het heeft daarbinnen een belangrijke functie.
(Het heeft ook een bewijsfunctie klopt ook)
Opm. overal indien mogelijk relevante wetgeving bij schrijven !!
Reproductievragen (Deel 1): 10 PUNTEN:
1. Bespreek de 4 principes van de vermogensleer en ligt voor zover nodig
kort toe.
1) Elke persoon heeft een vermogen
2) Alleen een persoon heeft een vermogen
3) Zolang men persoon is, heeft men een vermogen
4) Elk persoon heeft in beginsel 1 vermogen
→ vermogen is ondeelbaar, is het principe waar een aantal
uitzonderingen op bestaan, een uitzondering omdat er in bepaalde
situaties wel meer vermogens kunnen zijn bij 1 persoon en bovendien
zijn er ook bepaalde elementen van een vermogen onbeslagbaar zijn
en zo eigenlijk een kleine afsplitsing van dat vermogen vormen.
- Relevante grondslag: 3:35, 3:36 en volgende van NBW
Gemaakte fouten:
- ‘elk mens heeft een vermogen’, ‘alleen een mens heeft een vermogen’
=/ juist WANT er zijn meer personen dan alleen maar mensen →
rechtspersoon enz.
2. Wat is bezit?, wat is de juridische relevantie van bezit in het goederenrecht
en wat zijn de twee essentiële bestanddelen van dat bezit?
- Relevante grondslag: 3:18 BW = definitie van bezit
2 samenstellende bestanddelen van bezit zijn:
● Corpus: het materieel hebben van een bepaalde zaak rechtstreeks of
onrechtstreeks
● Animus: wat nodig is, de intentie hebben om iets te hebben als
eigenaar, niet als detentor maar wel als eigenaar
Bezit kan tot verkrijgende verjaring leiden onder bepaalde voorwaarden (kan
je geven maar is niet gevraagd). Het heeft daarbinnen een belangrijke functie.
(Het heeft ook een bewijsfunctie klopt ook)