Schedel/cranium
verschillende beenderen die onderling zijn vergroeit (behalve onderkaak en tongbeen)
Rond geboorte: synostotische sluitingen (= beenderige vergroeiingen)
Volwassen dier: te zien via suturae (=beendernaden)
Fontanellen: niet bij dieren, behalve bij de brachycephale hondenrassen (bolle schedels)
1. Algemene kenmerken
Schedel 3 onderverdelingen:
1. Schedelbasis/ basis cranii
hersen rusten hierop
2. Schedeldak/ calvaria
Schedeldak + schedelbasis = hersenschedel/ neurocranium
3. Aangezichtsschedel/viscerocranium of splanchnocranium
omgeeft neus- en mondholte
geeft aangezicht vorm
, 1.1 Neurocranium
Omsluit schedelholte/ cavum cranii die de hersenen bevat
Schedeldak + schedelbasis Calvaria + basis cranii
Schedelbasis:
o Bestaat uit een reeks onpare beenderen die in het verlangde van de
wervelkolom liggen
o Caudaal naar rostaal:
Het achterhoofdsbeen
Os occipitale
De wiggebeenderen
Os basisphenoidale
Os presphenoidale
Het zeefbeen
Os ethmoidale
1.1.1 Os occipitale (achterhoofdsbeen)
= Achterhoofdbeen
ligt in het directe verlengde van de wervelkolom en omsluit het foramen magnum
(=achterhoofdsgat)
Hier: verlengde merg verlaat schedelholte en gaat over in het ruggenmerg
Onderverdeeld in 3 grote elementen:
1. Pars basilaris
Plaats: cranioventraal van het foramen magnum
Vormt het caudale deel van de schedelbasis
2. Partes laterales
Plaats: bilateraal van het foramen magnum
2 zware achterhoofdsknobbels: linker en rechter condylus occipitalis
passen in voorste gewrichtsvlakken van atlas (fovea articulares craniales)
lateraal van elke condylus bevindt naar ventraal uitstekende pr. paracondylaris
3. Squama occipitales
= vlakke, dwars georiënteerde en naar dorsaal lopende beenplaat
vormt achterrand van schedelholte
Dorsale rand: vormt een dikke uitstekende kam = crista nuchae
& bevat in de mediaanlijn een prominente knobbel
= protuberantia occipitalis externa hond: de jachtknobbel
verschillende beenderen die onderling zijn vergroeit (behalve onderkaak en tongbeen)
Rond geboorte: synostotische sluitingen (= beenderige vergroeiingen)
Volwassen dier: te zien via suturae (=beendernaden)
Fontanellen: niet bij dieren, behalve bij de brachycephale hondenrassen (bolle schedels)
1. Algemene kenmerken
Schedel 3 onderverdelingen:
1. Schedelbasis/ basis cranii
hersen rusten hierop
2. Schedeldak/ calvaria
Schedeldak + schedelbasis = hersenschedel/ neurocranium
3. Aangezichtsschedel/viscerocranium of splanchnocranium
omgeeft neus- en mondholte
geeft aangezicht vorm
, 1.1 Neurocranium
Omsluit schedelholte/ cavum cranii die de hersenen bevat
Schedeldak + schedelbasis Calvaria + basis cranii
Schedelbasis:
o Bestaat uit een reeks onpare beenderen die in het verlangde van de
wervelkolom liggen
o Caudaal naar rostaal:
Het achterhoofdsbeen
Os occipitale
De wiggebeenderen
Os basisphenoidale
Os presphenoidale
Het zeefbeen
Os ethmoidale
1.1.1 Os occipitale (achterhoofdsbeen)
= Achterhoofdbeen
ligt in het directe verlengde van de wervelkolom en omsluit het foramen magnum
(=achterhoofdsgat)
Hier: verlengde merg verlaat schedelholte en gaat over in het ruggenmerg
Onderverdeeld in 3 grote elementen:
1. Pars basilaris
Plaats: cranioventraal van het foramen magnum
Vormt het caudale deel van de schedelbasis
2. Partes laterales
Plaats: bilateraal van het foramen magnum
2 zware achterhoofdsknobbels: linker en rechter condylus occipitalis
passen in voorste gewrichtsvlakken van atlas (fovea articulares craniales)
lateraal van elke condylus bevindt naar ventraal uitstekende pr. paracondylaris
3. Squama occipitales
= vlakke, dwars georiënteerde en naar dorsaal lopende beenplaat
vormt achterrand van schedelholte
Dorsale rand: vormt een dikke uitstekende kam = crista nuchae
& bevat in de mediaanlijn een prominente knobbel
= protuberantia occipitalis externa hond: de jachtknobbel