Les 2 : Omhullingen
Comfort
- Hersenen maken alarm signalen
- Wij mensen produceren warmte en vochtigheid
Onderdak ( shelter )
- Comfort altijd maar hogere eisen
->constructie gaat over materialisering van de vorm en de functie, rekening houdend
met een complex van determinanten
->scheiding tussen binnen en buiten klimaat
beschermd volume = rode lijn
->garage of kleder -> niet opgenomen -> binnen
beschermt volume -> niet geklimatiseerd
- Lichaam te broos voor vrije natuur te overleven -> zoekt mens bescherming
tegen natuur -> zoektocht van architectuur : shelter
Schil ( de huid ) = alle bouwelementen die deze scheiding tussen binnenklimaat t.o.v
buitenklimaat, beschermd volume wordt afgebakend
- Omhult het beschermt volume waarbinnen temperatuur en relatieve
vochtigheid heersen
Tektonische drager = constructie, beschikt over een draagstructuur om lasten te
dragen
1
,Temperatuur
- Leefbaar binnenklimaat te krijgen moet temperatuur -> binnen grenzen van 18
tot 30 graden houden
->binnen en buiten gaat gepaard met warmtetransmissie op 3 volgende wijzen
Geleiding / conductie
= overbrenging, draging is warmteoverdracht tussen 2 stoffen die
met elkaar in contact zijn zonder dat stoffen bewegen
- Door isolerende materialen in schil -> warmteverliezen
beperkt worden
- Hoe lager lambda-waarde en dikker isolatie -> hoe minder
warmteverlies
->materialen die met elkaar in contact staan zullen temperatuur van buiten naar
binnen door geven, door geleiding
Convectie
= warmtestroming in gassen en vloeistoffen ontstaan door verschil in dichtheid en in
temperatuur
- Verticale voorplanting van warmte -> warmte of gas of
vloeistof stijgt en koudste daalt
- Verwarmde lucht via kieren naar buiten stroomt -> verlies
aan warmte
- Aansluitingen tussen bouwelementen luchtdicht af te sluiten met tapes en
voegkit -> exfiltratie verhinderd
Straling / radiatie
= warmte verspreid zich via straling, stof wordt opgewarmd
door warmtebron
- Reflecterende materialen warmte gekeerd om
stralingsverliezen tegen te gaan
- Absorberende materialen warmte opslaan om later af
te staan
->evenveel aandacht geschonken aan oververhitting -> zon kan door de beglazing
stralen op muur en andere delen voor een deel absorberen en geleidelijk opwarmen -
> op hun beurt weer aan binnen ruimte afgeven door convectie
->glasplaten ondoorlaatbaar zijn voor straling -> warmte blijft binnen gevangen ->
temp stijgen met overhitting = serre-effect
- Achter radiators -> aluminium folie om te vermijden dat warmte in baksteen
zou verdwijnen -> warmte kan gecapteerd worden
- Zwarte dakbedekking veel meer warmte capteren dan witte dak bekleding
2
,Vocht
->vocht verschillende mogelijkheden
- Water grootste vijand -> corrosie bepaalde gevel
Slagregen
= oppervlak van de muur absorberend (bvb baksteen, betonsteen) dan zal de regen
tijdelijk in muurmateriaal opgeslagen worden om hem in daaropvolgende droogte
door verdamping vrij te geven
- water mag niet doorheen muur migreren tot binnenruimte
- wand waterafstotend dan zullen alle ondergelegen in staat moeten zijn
druipend water te verdragen
Spatwater
- Komt voor aan de plinten van buitenmuren die een harde bodembedekking
flankeren
Sneeuw en smeltwater
- voornamelijk gevaarlijk bij ophoping aan muuropeningen
- inwaaien van stuifsneeuw moet vermeden
Aangeblazen water (water onder stuwdruk)
- Neerslag kan opgestuwd worden doordat het aangeblazen wordt door de
wind. Daardoor kan vocht dieper inmuur doordringen en vooral aan dorpels in
hoogte stijgen.
Capillair water
3
, - Tussen overlappende elementen (leien, houten planchetten,...) kan water
opstijgen en zo de constructie binnenin bevochtigen.
Zakwater
- Regenwater dat in de grond langsheen muren sijpelt zal vooral
funderingsmuren bij regelmaat nat houden.
Grondwater
- Poreuze materialen zoals betonsteen en baksteen kunnen
door werking van capillairen grondwater en zakwater
opzuigen tot boven de gelijkvloerse pas met vochtige, zelfs
beschimmelde, muurvoeten tot gevolg.
Schuurwater
- Schuurwater dat kan doordringen onder de plinten wordt
eveneens door capillariteit opgezogen
Bouwvocht
- Aanmaakwater voor materialen zoals beton, mortels,
pleisters,... en neerslag tijdens de uitvoering van de
werken kunnen muren tijdelijk bevochtigen en moeten
daartegen bestand zijn.
Luchtvochtigheid
- Lucht bevat vocht -> hoe warmer de lucht, hoe meer vocht deze kan bevatten
- Maximale hoeveelheid vocht -> afhankelijk van temperatuur -> relatieve
vochtigheid
- Luchtvochtigheid veroorzaakt -> bepaalde waterdampdruk -> hoe meer vocht
in lucht, hoe hoger dampdruk
Dampdrukverschillen
- Door verschil in temperatuur tussen binnen en buiten
- Winter binnen temperatuur hoger dan buiten -> gevolg hogere dampdruk aan
binnenzijde van gebouw dan buitenzijde
Dampdiffusieverschijnselen
- In de lucht zal aanwezige waterdamp zich verplaatsen -> van hoge dampdruk
gebied naar lage dampdruk gebied
- In winter dampmigratie van binnen naar buiten
Geluid
= trilling die wordt voortgezet in de lucht -> trillingen kunnen opgenomen worden door
constructie
- Energie overdracht van golven
- Geluidgolf kan muur of vloer in trilling brengen -> geluid verzwakt
Onderscheid
4
Comfort
- Hersenen maken alarm signalen
- Wij mensen produceren warmte en vochtigheid
Onderdak ( shelter )
- Comfort altijd maar hogere eisen
->constructie gaat over materialisering van de vorm en de functie, rekening houdend
met een complex van determinanten
->scheiding tussen binnen en buiten klimaat
beschermd volume = rode lijn
->garage of kleder -> niet opgenomen -> binnen
beschermt volume -> niet geklimatiseerd
- Lichaam te broos voor vrije natuur te overleven -> zoekt mens bescherming
tegen natuur -> zoektocht van architectuur : shelter
Schil ( de huid ) = alle bouwelementen die deze scheiding tussen binnenklimaat t.o.v
buitenklimaat, beschermd volume wordt afgebakend
- Omhult het beschermt volume waarbinnen temperatuur en relatieve
vochtigheid heersen
Tektonische drager = constructie, beschikt over een draagstructuur om lasten te
dragen
1
,Temperatuur
- Leefbaar binnenklimaat te krijgen moet temperatuur -> binnen grenzen van 18
tot 30 graden houden
->binnen en buiten gaat gepaard met warmtetransmissie op 3 volgende wijzen
Geleiding / conductie
= overbrenging, draging is warmteoverdracht tussen 2 stoffen die
met elkaar in contact zijn zonder dat stoffen bewegen
- Door isolerende materialen in schil -> warmteverliezen
beperkt worden
- Hoe lager lambda-waarde en dikker isolatie -> hoe minder
warmteverlies
->materialen die met elkaar in contact staan zullen temperatuur van buiten naar
binnen door geven, door geleiding
Convectie
= warmtestroming in gassen en vloeistoffen ontstaan door verschil in dichtheid en in
temperatuur
- Verticale voorplanting van warmte -> warmte of gas of
vloeistof stijgt en koudste daalt
- Verwarmde lucht via kieren naar buiten stroomt -> verlies
aan warmte
- Aansluitingen tussen bouwelementen luchtdicht af te sluiten met tapes en
voegkit -> exfiltratie verhinderd
Straling / radiatie
= warmte verspreid zich via straling, stof wordt opgewarmd
door warmtebron
- Reflecterende materialen warmte gekeerd om
stralingsverliezen tegen te gaan
- Absorberende materialen warmte opslaan om later af
te staan
->evenveel aandacht geschonken aan oververhitting -> zon kan door de beglazing
stralen op muur en andere delen voor een deel absorberen en geleidelijk opwarmen -
> op hun beurt weer aan binnen ruimte afgeven door convectie
->glasplaten ondoorlaatbaar zijn voor straling -> warmte blijft binnen gevangen ->
temp stijgen met overhitting = serre-effect
- Achter radiators -> aluminium folie om te vermijden dat warmte in baksteen
zou verdwijnen -> warmte kan gecapteerd worden
- Zwarte dakbedekking veel meer warmte capteren dan witte dak bekleding
2
,Vocht
->vocht verschillende mogelijkheden
- Water grootste vijand -> corrosie bepaalde gevel
Slagregen
= oppervlak van de muur absorberend (bvb baksteen, betonsteen) dan zal de regen
tijdelijk in muurmateriaal opgeslagen worden om hem in daaropvolgende droogte
door verdamping vrij te geven
- water mag niet doorheen muur migreren tot binnenruimte
- wand waterafstotend dan zullen alle ondergelegen in staat moeten zijn
druipend water te verdragen
Spatwater
- Komt voor aan de plinten van buitenmuren die een harde bodembedekking
flankeren
Sneeuw en smeltwater
- voornamelijk gevaarlijk bij ophoping aan muuropeningen
- inwaaien van stuifsneeuw moet vermeden
Aangeblazen water (water onder stuwdruk)
- Neerslag kan opgestuwd worden doordat het aangeblazen wordt door de
wind. Daardoor kan vocht dieper inmuur doordringen en vooral aan dorpels in
hoogte stijgen.
Capillair water
3
, - Tussen overlappende elementen (leien, houten planchetten,...) kan water
opstijgen en zo de constructie binnenin bevochtigen.
Zakwater
- Regenwater dat in de grond langsheen muren sijpelt zal vooral
funderingsmuren bij regelmaat nat houden.
Grondwater
- Poreuze materialen zoals betonsteen en baksteen kunnen
door werking van capillairen grondwater en zakwater
opzuigen tot boven de gelijkvloerse pas met vochtige, zelfs
beschimmelde, muurvoeten tot gevolg.
Schuurwater
- Schuurwater dat kan doordringen onder de plinten wordt
eveneens door capillariteit opgezogen
Bouwvocht
- Aanmaakwater voor materialen zoals beton, mortels,
pleisters,... en neerslag tijdens de uitvoering van de
werken kunnen muren tijdelijk bevochtigen en moeten
daartegen bestand zijn.
Luchtvochtigheid
- Lucht bevat vocht -> hoe warmer de lucht, hoe meer vocht deze kan bevatten
- Maximale hoeveelheid vocht -> afhankelijk van temperatuur -> relatieve
vochtigheid
- Luchtvochtigheid veroorzaakt -> bepaalde waterdampdruk -> hoe meer vocht
in lucht, hoe hoger dampdruk
Dampdrukverschillen
- Door verschil in temperatuur tussen binnen en buiten
- Winter binnen temperatuur hoger dan buiten -> gevolg hogere dampdruk aan
binnenzijde van gebouw dan buitenzijde
Dampdiffusieverschijnselen
- In de lucht zal aanwezige waterdamp zich verplaatsen -> van hoge dampdruk
gebied naar lage dampdruk gebied
- In winter dampmigratie van binnen naar buiten
Geluid
= trilling die wordt voortgezet in de lucht -> trillingen kunnen opgenomen worden door
constructie
- Energie overdracht van golven
- Geluidgolf kan muur of vloer in trilling brengen -> geluid verzwakt
Onderscheid
4