Geneeskunde // AFP
WEEK 1
Anatomie: bouw en structuur van cellen, weefsels en organen.
- Functionele anatomie: anatomie in directe relatie tot de lichaamsfunctie
Fysiologie: functie van de cellen en organen en hoe zijn deze geregeld
Pathologie: ziekteleer
Opbouw menselijk lichaam
Cel weefsel orgaan orgaanstelsel organisme
Cellen
- Basis bouwstenen van ons lichaam
- Fundamentele stofwisselingseenheid
- Veel verschillende soorten celtypen
Typen weefsels (kenmerken en functies)
1. Epitheel of dekweefsel: aaneengesloten laag cellen zonder tussencelstof,
bescherming, grens tussen buiten lichaam en het orgaan
2. Steunweefsel: weefsels die een verbindende, steunende of verzorgende functie
hebben. Geeft steun aan het lichaam, beschermt de organen en bepaalt hun vorm en
onderlinge beweeglijkheid.
3. Spierweefsel: opgebouwd uit lange, prikkelbare cellen die het vermogen hebben om
te contraheren
4. Zenuwweefsel: prikkelbaar voor kleine elektrische signalen. Impulsen en stuurt deze
signalen door naar andere delen in het lichaam.
Metabolisme = het geheel van biochemische reacties in levende cellen
Anabole reacties (assimilatie, opbouw stofwisseling) = kost energie
Katabole reacties (dissimilatie, afbraak stofwisseling) = komt energie vrij
- Aerobe dissimilatie: met zuurstof
Glucose + zuurstof energie + water + koolstofdioxide
Vetten + zuurstof energie + water + koolstofdioxide + afvalstoffen
- Anaerobe dissimilatie: zonder zuurstof
Glucose energie + melkzuur + water
Energie wordt opgeslagen in de vorm van ATP
ADP + P + energie = ATP
Enzymen
- Versnellen reacties in de cel
- Eiwitten
- Worden door lichaam zelf gemaakt
- Optimumtemperatuur
- Bepaalde zuurgraad
, - Elke reactie een eigen enzym
- Wordt zelf niet verbruikt of veranderd
- Naam eindigt meestal op -ase
De celmembraan vormt de grenslaag tussen de intracellulaire en extracellulaire ruimte, is
opgebouwd uit een dubbele laag fosfolipiden en is vloeibaar en waterafstotend (hydrofoob).
Structuren in de celmembraan zijn: cholesterolmoleculen, membraaneiwitten en glycocalix.
Diffusie = de beweging van deeltjes van een plaats waar ze in een hoge concentratie
voorkomen naar een plaats waar de concentratie kleiner is.
- Gebeurt door een permeabele wand (doorlaatbaar)
Osmose = de diffusie van water
- Gebeurt door een semi-permeabele wand (half doorlaatbaar)
Ziekteoorzaken
Endogene factoren
Genetische factoren die gelijk na de geboorte of pas jaren later tot uiting komen.
Exogene factoren
Omgevingsfactoren: bacteriën, virussen, alcohol, ongezonde voeding, stressfactoren
Multifactoriële factoren
Combinatie van endogene en exogene factoren; er is aanleg voor een bepaalde ziekte die
wordt vergroot door omgevingsfactoren.
- vb: mensen met astma die in de omgeving van rokers komen
Onderzoeksmethoden
Inspectie van het lichaam
- Echo
- Röntgen
- CT-scan
- Lab; bloed, urine
- MRI – gebruik van magneten
- Palpatie – voelen, betasten van het lichaam
- Percussie – tikken
- Auscultatie – horen
- ECG – functieonderzoek
- EEG
Transversaal – dwarsdoorsnede
Frontaal
Sagittaal
Links ( sinister) en rechts (dexter) altijd weergegeven vanuit het oogpunt van de
weergegeven persoon.
WEEK 1
Anatomie: bouw en structuur van cellen, weefsels en organen.
- Functionele anatomie: anatomie in directe relatie tot de lichaamsfunctie
Fysiologie: functie van de cellen en organen en hoe zijn deze geregeld
Pathologie: ziekteleer
Opbouw menselijk lichaam
Cel weefsel orgaan orgaanstelsel organisme
Cellen
- Basis bouwstenen van ons lichaam
- Fundamentele stofwisselingseenheid
- Veel verschillende soorten celtypen
Typen weefsels (kenmerken en functies)
1. Epitheel of dekweefsel: aaneengesloten laag cellen zonder tussencelstof,
bescherming, grens tussen buiten lichaam en het orgaan
2. Steunweefsel: weefsels die een verbindende, steunende of verzorgende functie
hebben. Geeft steun aan het lichaam, beschermt de organen en bepaalt hun vorm en
onderlinge beweeglijkheid.
3. Spierweefsel: opgebouwd uit lange, prikkelbare cellen die het vermogen hebben om
te contraheren
4. Zenuwweefsel: prikkelbaar voor kleine elektrische signalen. Impulsen en stuurt deze
signalen door naar andere delen in het lichaam.
Metabolisme = het geheel van biochemische reacties in levende cellen
Anabole reacties (assimilatie, opbouw stofwisseling) = kost energie
Katabole reacties (dissimilatie, afbraak stofwisseling) = komt energie vrij
- Aerobe dissimilatie: met zuurstof
Glucose + zuurstof energie + water + koolstofdioxide
Vetten + zuurstof energie + water + koolstofdioxide + afvalstoffen
- Anaerobe dissimilatie: zonder zuurstof
Glucose energie + melkzuur + water
Energie wordt opgeslagen in de vorm van ATP
ADP + P + energie = ATP
Enzymen
- Versnellen reacties in de cel
- Eiwitten
- Worden door lichaam zelf gemaakt
- Optimumtemperatuur
- Bepaalde zuurgraad
, - Elke reactie een eigen enzym
- Wordt zelf niet verbruikt of veranderd
- Naam eindigt meestal op -ase
De celmembraan vormt de grenslaag tussen de intracellulaire en extracellulaire ruimte, is
opgebouwd uit een dubbele laag fosfolipiden en is vloeibaar en waterafstotend (hydrofoob).
Structuren in de celmembraan zijn: cholesterolmoleculen, membraaneiwitten en glycocalix.
Diffusie = de beweging van deeltjes van een plaats waar ze in een hoge concentratie
voorkomen naar een plaats waar de concentratie kleiner is.
- Gebeurt door een permeabele wand (doorlaatbaar)
Osmose = de diffusie van water
- Gebeurt door een semi-permeabele wand (half doorlaatbaar)
Ziekteoorzaken
Endogene factoren
Genetische factoren die gelijk na de geboorte of pas jaren later tot uiting komen.
Exogene factoren
Omgevingsfactoren: bacteriën, virussen, alcohol, ongezonde voeding, stressfactoren
Multifactoriële factoren
Combinatie van endogene en exogene factoren; er is aanleg voor een bepaalde ziekte die
wordt vergroot door omgevingsfactoren.
- vb: mensen met astma die in de omgeving van rokers komen
Onderzoeksmethoden
Inspectie van het lichaam
- Echo
- Röntgen
- CT-scan
- Lab; bloed, urine
- MRI – gebruik van magneten
- Palpatie – voelen, betasten van het lichaam
- Percussie – tikken
- Auscultatie – horen
- ECG – functieonderzoek
- EEG
Transversaal – dwarsdoorsnede
Frontaal
Sagittaal
Links ( sinister) en rechts (dexter) altijd weergegeven vanuit het oogpunt van de
weergegeven persoon.