Dit hoofdstuk wordt gebruikt in combinatie met het theorieboek basisveiligheid
VCA. De vragen zijn ook online beschikbaar, waardoor je per vraag een antwoord
kunt invullen en direct ziet of je de vraag juist hebt beantwoord. De antwoorden
van deze 10 oefenvragen zijn ook op pagina 4 van dit document opgenomen.
1. Wat is een doel van VCA?
A. De medewerkers bewust maken van het belang van een werkomgeving.
B. Een bijdrage aan een gezonde en veilige werkomgeving.
C. Toetsen of de medewerkers en leidinggevenden voldoende kennis hebben
van de wet- en regelgeving.
2. Je bent een medewerker bij een chemiebedrijf dat een VCA certificaat
vereist. Welk diploma heb jij minimaal nodig?
A. VCA basis.
B. VOL VCA.
C. VIL VCU.
3. Is VCA wettelijk verplicht?
A. Ja.
B. Nee
4. Welke verplichting heeft een werknemer volgens de Arbowet?
A. Een positieve bijdrage leveren aan het preventiebeleid//veiligheidsbeleid.
B. De procedures over veilig werken maken.
C. Bij ernstige ongevallen kan de overheidsinspectiedienst Veiligheid en
Gezondheid inschakelen.
5. Alleen de overheid mag volgens de richtlijnen van de VCA een
werkvergunning verstrekken.
A. Ja.
B. Nee.
6. Tijdens jouw werkzaamheden ontstaat er een ernstig gevaar. Wat moet je
doen?
A. Het gevaar proberen te verminderen en je werk zo snel mogelijk afronden.
B. Een collega vragen of hij kan helpen de situatie op te lossen.
C. Het werk direct onderbreken en de gevaarlijke situatie melden bij de
leidinggevende.