MODULE CHRONISCHE VERPLEEGKUNDE
DEEL 1: INLEIDING TOT DE ONCOLOGISCHE VPK
HOOFDSTUK 1: ONTSTAAN VAN KANKER
1. EPIDEMIOLOGIE
Arm
Toename kankerdoden
Vnl. lever-, baarmoederhals- en maagkanker
Vrouw > man
Rijk
Minder kankerdoden
Meer mensen met kanker
Man > vrouw
Toenemende incidentie/prevalentie tgv:
Ouder wordende bevolking ® meer kans op hogere leeftijd
Veranderende levensstijl: vrouwen roker meer tov vroeger
Diagnosestelling is sneller en beter
Registratie ‘Stichting kanker’
Evolutie naar ‘standaard’ behandeling ® MDP behandeling op maat: acuut ® chronisch
Vroeger minders sprake van kanker
Men werd niet zo oud als nu
Veel vroegere overlijdens tgv TBC, pneumonie, diarree, gastro-enteritis
2. MUTATIES IN HET GENOOM
Kanker
= Gecontroleerde celcyclus die evolueert naar ongecontroleerde celcyclus
Genen
= Deelverzameling vh DNA (= verzameling moleculen die erfelijk materiaal dragen)
Bevindt zich id kern vd lichaamscel.
Ribosomen (produceren eiwitten) en mitochondriën (voorzien energie)
46 chromosomen, gegroepeerd in 23 groepen ® bevatten genetisch materiaal
Bestaat uit
o Intron = niet gebruikt, onderbreekt extronen
o Extron = zorgt voor genexpressie ® eiwit aanmaken (staan in voor goede celcyclus)
1
,Normale celcyclus
Bestaat uit 4 stappen
Fase G1: rustfase bv. je ligt in bed 's ochtends, wekker gaat af
o Cel wordt geprikkeld om zich te delen in 2 dochtercellen
o Restrictiemoment: opstaan
Fase S: synthesefase, DNA replicatie
Fase G2: controle van wat er in S-fase gebeurd is.
Fase M:
o Mitosis
o Cytokinesis
Verschillende genen die rol spenen in normale celcyclus
Proto-oncogenen: sterk gerelateerd aan G1-fase
Kanker/tumorsupressorgenen: sterk gerelateerd aan S-fase en G2-fase, kunnen
celcyclus stoppen
2.1 ONCOGENEN
Proto-oncogenen
= Genen die coderen voor eiwitten met
belangrijke functies bij:
De normale celdeling
De cel groei
En groeiregulatie
Ontstaan door mutatie of translocatie
Mutatie
Proto-oncogenen kunnen permanent
hyperactief worden ® normale celdeling verloopt ongecontroleerd (evolueren naar
oncogenen=dominant ® mutatie op 1 chromosoom nodig)
Bv. Her2/neu, gelegen op chromosoom 17. Her2/neu codeert voor Humane Epidermale
Groeifactor Receptor 2 (Her2). Her2 speelt een rol id regulatie vd normale celgroei. Normale
epitheelcellen bevatten 2 kopieën vh her2/neu gen en produceren lage hoeveelheden vh
Her2 op de celmembraan. In sommige gevallen sprake van amplificatie vh Her2/neu gen ®
overexpressie vh Her2/neu thv de celmembraan ® snellere celproliferatie
2
,Translocatie
Oncogenen kunnen ook ontstaan door translocatie bv. BCR-ABL gen
Nieuw gen ® verhoogde aanmaak bv. chromosoom 9 en 22 worden bij de celdeling gebroken
en verkeerd aan elkaar geplakt (translocatie) ® nieuwe stukjes aan elkaar ® te kort
chromosoom 22, een te lang chromosoom 9 en op chromosoom 22 een nieuw gen nl. BCR-
ABL gen ® nieuwe chromosoomproduct maakt eiwit dat, hyperactief en ongecontroleerd,
een signaaltransductieroute activeert waardoor deze cellen vaker delen en minder gauw
dood gaan ® sterke toename van WBC die normaal uitgerijpt zijn.
2.2 KANKER- OF TUMORSUPRESSORGENEN
Tumorsupressorgenen
‘Normale genen’ met ‘regulerend’ effect op celcyclus
= Genen die coderen voor eiwitten die:
De celcyclus kunnen stoppen
Betrokken zijn bij de stabiliteit vh genoom doordat ze o.m. zorgen voor
o Een correcte DNA-replicatie
o Herstel van mutaties
o Correcte segregatie vh DNA bij celdeling
Non-actief (‘loss of function’) gemaakt door mutaties
Recessief = mutatie moet op beide chromosomen plaatsvinden
Mutatie (overgeërfd)
3
, Corrigeren van replicatiefouten
− ‘proofreading’
− ‘base excision repair’
− ‘nucleotide excision repair’
− ‘homologe recombinatie’ (HR) = Proces waarbij de juiste DNA-code wordt gevonden
id onbeschadigde homologe DNA-sequenties van een zusterchromatide.
Verschillende eiwitten betrokken bv. BRCA1 en BRCA2
Sommige borsttumoren = overgeërfde mutaties van BRCA1 en BRCA2 ® ongecontroleerde
G2-fase
Deletie (verlies)
Celgroeiremmende werking van een tumorsupressorgen kan verloren gaan door deletie
(verlies) vh DNA waarop tumorsupressorgen gelegen is.
Bv. familiaire retinoblastomen: bij geboorte wordt op chromosoom 13 op 1 vd allelen deletie
vh RB-gen waargenomen. Een tweede verandering vh gen op het gepaarde chromosoom
leidt tot volledige verlies vd functie en het ontwikkelen van kanker.
Eiwitten binden en inactiveren
S-fase opgang gebracht door eiwitten bv. E2F-eiwit.
S-fase verloopt gecontroleerd door eiwitten bv. pRb-eiwit.
o pRb-eiwit gekoppeld aan E2F-eiwit ® geen S-fase
o pRb-eiwit ontkoppeld van E2F-eiwit ® S-fase
Sommige baarmoeder(hals)kanker gaan gepaard met inactivatie vh pRb-eiwit ® S-fase
verloopt niet langer gecontroleerd ® kan leiden tot kanker.
o Inactivatie veroorzaakt door E7 eiwit, geproduceerd door HPV.
o HPV-16 en HPV-18 produceren onco-eiwitten (kanker veroorzakende eiwitten) E6 en
E7. E6 vernietigd het p53-eiwit, E7 pakt retinoblastoma-eiwit aan.
4
DEEL 1: INLEIDING TOT DE ONCOLOGISCHE VPK
HOOFDSTUK 1: ONTSTAAN VAN KANKER
1. EPIDEMIOLOGIE
Arm
Toename kankerdoden
Vnl. lever-, baarmoederhals- en maagkanker
Vrouw > man
Rijk
Minder kankerdoden
Meer mensen met kanker
Man > vrouw
Toenemende incidentie/prevalentie tgv:
Ouder wordende bevolking ® meer kans op hogere leeftijd
Veranderende levensstijl: vrouwen roker meer tov vroeger
Diagnosestelling is sneller en beter
Registratie ‘Stichting kanker’
Evolutie naar ‘standaard’ behandeling ® MDP behandeling op maat: acuut ® chronisch
Vroeger minders sprake van kanker
Men werd niet zo oud als nu
Veel vroegere overlijdens tgv TBC, pneumonie, diarree, gastro-enteritis
2. MUTATIES IN HET GENOOM
Kanker
= Gecontroleerde celcyclus die evolueert naar ongecontroleerde celcyclus
Genen
= Deelverzameling vh DNA (= verzameling moleculen die erfelijk materiaal dragen)
Bevindt zich id kern vd lichaamscel.
Ribosomen (produceren eiwitten) en mitochondriën (voorzien energie)
46 chromosomen, gegroepeerd in 23 groepen ® bevatten genetisch materiaal
Bestaat uit
o Intron = niet gebruikt, onderbreekt extronen
o Extron = zorgt voor genexpressie ® eiwit aanmaken (staan in voor goede celcyclus)
1
,Normale celcyclus
Bestaat uit 4 stappen
Fase G1: rustfase bv. je ligt in bed 's ochtends, wekker gaat af
o Cel wordt geprikkeld om zich te delen in 2 dochtercellen
o Restrictiemoment: opstaan
Fase S: synthesefase, DNA replicatie
Fase G2: controle van wat er in S-fase gebeurd is.
Fase M:
o Mitosis
o Cytokinesis
Verschillende genen die rol spenen in normale celcyclus
Proto-oncogenen: sterk gerelateerd aan G1-fase
Kanker/tumorsupressorgenen: sterk gerelateerd aan S-fase en G2-fase, kunnen
celcyclus stoppen
2.1 ONCOGENEN
Proto-oncogenen
= Genen die coderen voor eiwitten met
belangrijke functies bij:
De normale celdeling
De cel groei
En groeiregulatie
Ontstaan door mutatie of translocatie
Mutatie
Proto-oncogenen kunnen permanent
hyperactief worden ® normale celdeling verloopt ongecontroleerd (evolueren naar
oncogenen=dominant ® mutatie op 1 chromosoom nodig)
Bv. Her2/neu, gelegen op chromosoom 17. Her2/neu codeert voor Humane Epidermale
Groeifactor Receptor 2 (Her2). Her2 speelt een rol id regulatie vd normale celgroei. Normale
epitheelcellen bevatten 2 kopieën vh her2/neu gen en produceren lage hoeveelheden vh
Her2 op de celmembraan. In sommige gevallen sprake van amplificatie vh Her2/neu gen ®
overexpressie vh Her2/neu thv de celmembraan ® snellere celproliferatie
2
,Translocatie
Oncogenen kunnen ook ontstaan door translocatie bv. BCR-ABL gen
Nieuw gen ® verhoogde aanmaak bv. chromosoom 9 en 22 worden bij de celdeling gebroken
en verkeerd aan elkaar geplakt (translocatie) ® nieuwe stukjes aan elkaar ® te kort
chromosoom 22, een te lang chromosoom 9 en op chromosoom 22 een nieuw gen nl. BCR-
ABL gen ® nieuwe chromosoomproduct maakt eiwit dat, hyperactief en ongecontroleerd,
een signaaltransductieroute activeert waardoor deze cellen vaker delen en minder gauw
dood gaan ® sterke toename van WBC die normaal uitgerijpt zijn.
2.2 KANKER- OF TUMORSUPRESSORGENEN
Tumorsupressorgenen
‘Normale genen’ met ‘regulerend’ effect op celcyclus
= Genen die coderen voor eiwitten die:
De celcyclus kunnen stoppen
Betrokken zijn bij de stabiliteit vh genoom doordat ze o.m. zorgen voor
o Een correcte DNA-replicatie
o Herstel van mutaties
o Correcte segregatie vh DNA bij celdeling
Non-actief (‘loss of function’) gemaakt door mutaties
Recessief = mutatie moet op beide chromosomen plaatsvinden
Mutatie (overgeërfd)
3
, Corrigeren van replicatiefouten
− ‘proofreading’
− ‘base excision repair’
− ‘nucleotide excision repair’
− ‘homologe recombinatie’ (HR) = Proces waarbij de juiste DNA-code wordt gevonden
id onbeschadigde homologe DNA-sequenties van een zusterchromatide.
Verschillende eiwitten betrokken bv. BRCA1 en BRCA2
Sommige borsttumoren = overgeërfde mutaties van BRCA1 en BRCA2 ® ongecontroleerde
G2-fase
Deletie (verlies)
Celgroeiremmende werking van een tumorsupressorgen kan verloren gaan door deletie
(verlies) vh DNA waarop tumorsupressorgen gelegen is.
Bv. familiaire retinoblastomen: bij geboorte wordt op chromosoom 13 op 1 vd allelen deletie
vh RB-gen waargenomen. Een tweede verandering vh gen op het gepaarde chromosoom
leidt tot volledige verlies vd functie en het ontwikkelen van kanker.
Eiwitten binden en inactiveren
S-fase opgang gebracht door eiwitten bv. E2F-eiwit.
S-fase verloopt gecontroleerd door eiwitten bv. pRb-eiwit.
o pRb-eiwit gekoppeld aan E2F-eiwit ® geen S-fase
o pRb-eiwit ontkoppeld van E2F-eiwit ® S-fase
Sommige baarmoeder(hals)kanker gaan gepaard met inactivatie vh pRb-eiwit ® S-fase
verloopt niet langer gecontroleerd ® kan leiden tot kanker.
o Inactivatie veroorzaakt door E7 eiwit, geproduceerd door HPV.
o HPV-16 en HPV-18 produceren onco-eiwitten (kanker veroorzakende eiwitten) E6 en
E7. E6 vernietigd het p53-eiwit, E7 pakt retinoblastoma-eiwit aan.
4