1. Basisbegrippen van licht: kennen en hanteren
Begrip Eenheid Te kennen
Lichtstroom ∅ lumen [lm] = geeft de uitgestraalde hoeveelheid licht per
tijdseenheid weer
Specifieke lumen per Watt = lichtrendement = de verhouding tussen de
lichtstroom 𝞰𝞰 [lm/W] lichtstroom en het opgenomen vermogen
Formule: 𝞰𝞰 = ∅ / P
Lichtsterkte 𝐼𝐼 candela [cd] = [lm/sr] = het stralingsvermogen dat de lichtbron per
eenheid van ruimtehoek uitzendt
Formule: 𝐼𝐼 = ∅ / 𝜔𝜔
ruimtehoek ‘𝜔𝜔’ [sr] = S/r²
Verlichtingssterkte lux [lx] = [lm/m²] = de invallende lichtstroom per oppervlakte-
E eenheid
Formule: 𝐸𝐸 = ∅ / A
Formule bij schuine lichtinval op puntbron,
invalshoek α tussen de normaal en straal: 𝐸𝐸 =
(𝐼𝐼 / 𝑟𝑟²) * cosα
Formule bij oneindig lijnbron, afstand d tot de
lichtbron: 𝐸𝐸 = (𝐼𝐼 / 𝑑𝑑) * cosα
Luminantie L candela per m² = maat voor helderheid, namelijk de
[cd/m²] lichtsterkte per oppervlakte-eenheid
loodrecht op de kijkrichting
Formule: 𝐿𝐿 = 𝐼𝐼 / 𝐴𝐴
Kleurtemperatuur Kelvin [K] = de temperatuur tot dewelke men een zwart
lichaam moet opwarmen opdat het licht zou
uitstralen let een kleur die deze van de
beschouwde bron benadert.
K laag = warm licht (rood, geel)
K hoog = koud licht (wit, blauw)
Kleurweergave- [-] = index voor de kwaliteit van kleurweergave
index Ra van door die lichtbron belichte objecten,
vergeleken met de kleurweergave van
dezelfde objecten belicht door een zwarte
straler met dezelfde kleurtemperatuur als de
te kwalificeren lichtbron.
Een zwarte straler heeft per definitie een
kleurweergave-index van 100, m.a.w. hoe
dichter bij de 100 hoe meer de kleur aanleunt
tot zwart.
2. Energetisch belang van licht kunnen beoordelen: dit zowel voor natuurlijk licht als
kunstverlichting
Vermogen per 100lx van de efficiënte verlichting:
- Kantoren en leslokalen: max. 1,3 tot 1,6 W/(m²*100lx)
- Grote ruimtes (h > 5m): max. 3,5 W/(m²*100lx)
- Circulatiezones: max. 3,5 W/(m²*100lx)
1