1 Gebeurtenissen vroeglinguale periode
Begin vroeglinguale fase: 1 jaar
Einde vroeglinguale fase: 2,6 jaar
evolutie: van brabbelen naar betekenisvol taalgebruik
Communicatie ontwikkeling én linguïstische ontwikkeling
semantiek en syntaxis: passief < actief
verdere ontwikkeling passieve taal (semantiek) en actieve fonologie
Semantiek: de eerste woorden met betekenis
Syntaxis: de primitieve zinnen
Vroeglinguale periode:
locutionair: articulatorische vaardigheden zijn rijp, het kind kan het actief koppelen aan de
betekenisverwerving. Het kind gebruikt eerste woordjes in moedertaal
Presymbolisch: expressief jargon: kinderen begrijpen en gebruiken de betekenisfunctie van
taal nog niet. Ze laten zich aanspreken door directe lichamelijke ervaringen. Ervaren klanken,
woorden en gebaren van hun ouders als integraal behorend tot omgeving
Symbolisch: eerste woorden: symbolische fase begint wanneer het kind beseft dat woorden
verwijzen naar situaties, objecten, gebeurtenissen, emoties, … De wereld krijgt betekenis en
je kan de wereld benoemen
kind gaat in de vroeglinguale periode dus van presymbolisch naar symbolisch
overstappen