Musculoskeletale kinesitherapie 3: Lumbale Wervelzuil
1. Scoliose screening
Inspectie scoliose
o Beoordelen:
Stand vh hoofd
Schouder-nek lijn
Scapula symmetrie
Tailledriehoeken symmetrie
Stand bekken
Curvatuur
Adam’s Forward Bend Test
o Uitvoering (stand met gestrekte knieën en voeten samen):
a. Voorwaarts buigen, armen laten hangen en handpalmen tegen elkaar
o Beoordelen:
Verdwijnen of blijven scoliose
Deformiteiten: aan- of afwezigheid gibbus
Scoliometer:
o Uitvoering (zie Adam’s Forward Bend test):
a. De scoliometer wordt craniaal vd locatie vd gibbus dwars op de wervelkolom
geplaatst en naar caudaal gewogen. Het verschil tussen links en rechts is in
graden af te lezen.
b. De grootste uitslag op de gradenboog wordt genoteerd en de plaats op de
wervelkolom. De hoek die gemeten wordt is een uitwendige torsiehoek.
o Interpretatie:
Hulp bij diagnose: rotatie + 5°
Volgen evolutie
2. Actief functie-onderzoek voor LWZ en TWZ
Actieve flexie
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte):
a. De patiënt voert een /a/ flexie vd wervelkolom uit.
o Beoordelen:
Pijn
Stand vh sacrum
Neutrale stand voeten
Normale ROM
Curvatuur (verdwijning lordose)
Compensaties: door de benen buigen, achterover hangen (neurologische
testen !!)
Test van Schöber
o Uitvoering (stand met de voeten op heupbreedte):
a. De therapeut palpeert de SIPS’en vd patiënt en duidt deze aan. Hij/zij neemt het
middelpunt tussen de 2 SIPS’en en duidt dit aan. Daarna meet hij/zij 10 cm hoger
(A) en 5 cm lager (B) en duidt ook deze punten aan.
b. De patiënt wordt gevraagd om een /a/ flexie van de wervelkolom uit te voeren.
c. De Therapeut meet de afstand tussen punt A en punt B.
1
, o Interpretatie:
Positief? Indien de afstand tussen de 2 punten minder dan 4 cm vergroot is.
Actieve extensie
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte):
a. De patiënt wordt gevraagd zo ver mogelijk naar achter te buigen. Hierbij houdt
de therapeut zijn/haar hand op de schouder voor stabiliteit.
o Beoordelen:
Pijn
Bewegingsgrootte (curvatuur overal lordose?)
Actieve lateroflexie
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte):
a. De patiënt wordt gevraagd om zo ver mogelijk opzij te buigen.
o Beoordelen:
Pijn (welke beweging en waar? Convex en concaaf?)
Bewegingsgrootte (okselplooi moet voorbij bilnaad)
Curvatuur (onderste segmenten minder lateroflexie, daarboven een vrij
egale curvatuur, geen rechte stukken!!)
Compensaties:
Uit vlak bewegen: oplossen door beide schouders lichtjes vast te
houden of 1 schouder en 1 bekken
Actieve rotatie vd schouders tem de enkels
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte):
a. De patiënt wordt gevraagd om de armen te kruisen en zo ver mogelijk naar links
en rechts te draaien.
o Beoordelen:
Links-rechts vergelijking bewegingen: ongeveer 100° waarvan 10% lumbale
wervelzuil
Pijn: homo- of heterolateraal
Geforceerde actieve rotatie
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte of zit):
a. De patiënt wordt gevraagd om de armen te kruisen en zo ver mogelijk naar links
en rechts te draaien.
b. Het bekken wordt gefixeerd door de therapeut.
o Beoordelen:
Links-rechts vergelijking bewegingen: ongeveer 45° uit lumbale en thoracale
wervelzuil
Pijn: homo- of heterolateraal
3. Passief functie onderzoek LWZ
Passieve flexie lumbaal
o Uitvoering (zijlig met kussen onder hoofd, knieën in 90° flexie en over de tafelrand,
heupen in 90° flexie, geen rotatie tussen schouder en bekken, let op hoofd):
a. De SIPS’en en T12 worden gepalpeerd.
b. De therapeut brengt een flexie in de heup, bekken en wervelkolom via de knieën
vd patiënt (tussen benen).
2
1. Scoliose screening
Inspectie scoliose
o Beoordelen:
Stand vh hoofd
Schouder-nek lijn
Scapula symmetrie
Tailledriehoeken symmetrie
Stand bekken
Curvatuur
Adam’s Forward Bend Test
o Uitvoering (stand met gestrekte knieën en voeten samen):
a. Voorwaarts buigen, armen laten hangen en handpalmen tegen elkaar
o Beoordelen:
Verdwijnen of blijven scoliose
Deformiteiten: aan- of afwezigheid gibbus
Scoliometer:
o Uitvoering (zie Adam’s Forward Bend test):
a. De scoliometer wordt craniaal vd locatie vd gibbus dwars op de wervelkolom
geplaatst en naar caudaal gewogen. Het verschil tussen links en rechts is in
graden af te lezen.
b. De grootste uitslag op de gradenboog wordt genoteerd en de plaats op de
wervelkolom. De hoek die gemeten wordt is een uitwendige torsiehoek.
o Interpretatie:
Hulp bij diagnose: rotatie + 5°
Volgen evolutie
2. Actief functie-onderzoek voor LWZ en TWZ
Actieve flexie
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte):
a. De patiënt voert een /a/ flexie vd wervelkolom uit.
o Beoordelen:
Pijn
Stand vh sacrum
Neutrale stand voeten
Normale ROM
Curvatuur (verdwijning lordose)
Compensaties: door de benen buigen, achterover hangen (neurologische
testen !!)
Test van Schöber
o Uitvoering (stand met de voeten op heupbreedte):
a. De therapeut palpeert de SIPS’en vd patiënt en duidt deze aan. Hij/zij neemt het
middelpunt tussen de 2 SIPS’en en duidt dit aan. Daarna meet hij/zij 10 cm hoger
(A) en 5 cm lager (B) en duidt ook deze punten aan.
b. De patiënt wordt gevraagd om een /a/ flexie van de wervelkolom uit te voeren.
c. De Therapeut meet de afstand tussen punt A en punt B.
1
, o Interpretatie:
Positief? Indien de afstand tussen de 2 punten minder dan 4 cm vergroot is.
Actieve extensie
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte):
a. De patiënt wordt gevraagd zo ver mogelijk naar achter te buigen. Hierbij houdt
de therapeut zijn/haar hand op de schouder voor stabiliteit.
o Beoordelen:
Pijn
Bewegingsgrootte (curvatuur overal lordose?)
Actieve lateroflexie
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte):
a. De patiënt wordt gevraagd om zo ver mogelijk opzij te buigen.
o Beoordelen:
Pijn (welke beweging en waar? Convex en concaaf?)
Bewegingsgrootte (okselplooi moet voorbij bilnaad)
Curvatuur (onderste segmenten minder lateroflexie, daarboven een vrij
egale curvatuur, geen rechte stukken!!)
Compensaties:
Uit vlak bewegen: oplossen door beide schouders lichtjes vast te
houden of 1 schouder en 1 bekken
Actieve rotatie vd schouders tem de enkels
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte):
a. De patiënt wordt gevraagd om de armen te kruisen en zo ver mogelijk naar links
en rechts te draaien.
o Beoordelen:
Links-rechts vergelijking bewegingen: ongeveer 100° waarvan 10% lumbale
wervelzuil
Pijn: homo- of heterolateraal
Geforceerde actieve rotatie
o Uitvoering (stand met voeten op heupbreedte of zit):
a. De patiënt wordt gevraagd om de armen te kruisen en zo ver mogelijk naar links
en rechts te draaien.
b. Het bekken wordt gefixeerd door de therapeut.
o Beoordelen:
Links-rechts vergelijking bewegingen: ongeveer 45° uit lumbale en thoracale
wervelzuil
Pijn: homo- of heterolateraal
3. Passief functie onderzoek LWZ
Passieve flexie lumbaal
o Uitvoering (zijlig met kussen onder hoofd, knieën in 90° flexie en over de tafelrand,
heupen in 90° flexie, geen rotatie tussen schouder en bekken, let op hoofd):
a. De SIPS’en en T12 worden gepalpeerd.
b. De therapeut brengt een flexie in de heup, bekken en wervelkolom via de knieën
vd patiënt (tussen benen).
2