Verpleegkundige methodiek en vaardigheden 4:
1. Hoofdstuk 1: Pre- en postoperatieve zorgen
1. Pre-operatief
1. Opname en onthaal
* 3 categorieën chirurgie: - Directe (peracute) chirurgie
- Spoedeisende chirurgie
- Electieve chirurgie
- Vb. inwendige bloeding ten gevolge van aneurysma, leverruptuur na
ongeval
* Directe chirurgie: - = Peracute chirurgie
- Zo snel mogelijk uitgevoerd omdat elke minuut telt
* Spoedeisende chirurgie: - Binnen enkele uren plaatsvinden
- Patiënten worden in acute toestand opgenomen en zijn soms in het bezit
van een verwijsbrief van de huisarts
* Electieve chirurgie: - Kan enige tijd worden uitgesteld totdat alles is gedaan om de kans van slagen
tijdens en na de ingreep zo groot mogelijk te maken
- Vb. totale knieprothese
* Op 3 manieren toegang tot ziekenhuis: - Outpatients: ● Patiënten die consultatie hebben op
polikliniek of een behandeling hebben
ondergaan op dagziekenhuis en niet worden
opgenomen
● Kan op: ▫ Verwijzing van huisarts
▫ Doorverwijzing van arts-specialist
▫ Op eigen initiatief
- Emergency patients: ● Patiënten die onmiddellijke zorg
nodig hebben
● Directe opname is noodzakelijk
- Inpatients: ● Sheduled: ▫ Gepland
▫ Electieve patiënten
▫ Patiënten die geen onmiddellijke
zorg nodig hebben
▫ Worden of wachtlijst geplaatst of
krijgen een afspraak voor opname
● Unsheduled: ▫ Ongepland
▫ Patiënten die onmiddellijk
worden opgenomen
▫ Van een beslissing van de
specialist op polikliniek
▫ Via spoed opgenomen
1. (Pre)opname autpatienst en inpatients (gepland)
* Voor de opnamedag: - Poliklinische info naast medisch luik rond opname en ontslagproces
- Oog voor psychosociale context en continuïteit van zorg
- Informatiebrochure voor patiënt
- Mogelijke risicopatiënten screenen en eventueel sociale dienst contacteren
- Belang van huisarts bij voorbereiding is toegenomen
geeft relevante medische info via verwijsbrief mee aan patiënt
Stuurt deze ook door naar de behandelende chirurg
- Chirurg brengt huisarts eveneens op de hoogte van de opname van patiënt
, * De opnamedag: - Patiënt meldt zich aan bij de aanmeld- en inschrijfbalie van ziekenhuis
- Volgende documenten bij: ● Identiteitskaart
● Documenten ziekenfonds
● Documenten hospitalisatieverzekering
● Telefoon van patiënt en contactpersoon
● Naam behandelende arts
● Gegevens huisarts
● Bij arbeidsongeval: gegevens werkgever
- Aanvraag tot interculturele bemiddeling en/of taalbijstand kan gedaan worden
- Men kan ook vragen naar morele, godsdienstige en filosofische bijstand
- Na inschrijving wordt doorverwezen naar verpleegafdeling
- Medische gegevens worden afgegeven aan verpleging en worden bijgehouden in
medisch verpleegdossier
- Grondige medische en verpleegkundige anamnese wordt afgenomen
- Elke patiënt krijgt ene identificatiebandje dragen gedurende hele
opnameperiode
2. Opname Emergency patiënts en inpatients (ongepland)
* Aanmelding op spoedgevallendienst: - Verschillende manieren:
● Op eigen initiatief
● Verwijzing door huisarts
● Via dringende geneeskundige thuisverpleging
(ziekenwagen + eventueel MUG)
● Via secundaire transfers uit perifere ziekenhuizen
● Via repatriëring
● Via helivluchten
● Via poliklinieken
● Via interne MUG interventies
- Patiënt moet onmiddellijk gezien worden door VPK door
middel van quik look gezondheidstoestand en urgentiegraad
inschatten (triage)
- Acute patiënten:
● Rechtstreeks naar onderzoekskamer
● Worden later ingeschreven
● Extra aandacht voor uitzicht van patiënt, vitale parameters,
bewustzijn, klachtenpatroon, eventuele verwijsbrief
● In functie van klachten, urgentiegraad en beschikbare
plaatsen op spoed plaats en VPK toegewezen worden
- Niet-acute patiënten:
● Inschrijven aan onthaalbalie
● Plaats nemen in wachtkamer
- In te vullen VPK gegevens:
● Naam VPK
● Korte anamnese
● Aangevraagde onderzoeken aanduiden
● Uitgevoerde opdrachten
● Parameters
● Infuusbeleid + medicatie
● Te contacteren personen
● Opnamedatum en uur
● Observatiegegevens
,2. Pre-operatieve voorbereiding
1. Outpatients en inpatients (gepland)
1. Informed consent
* Vooraleer tot een ingreep kan worden overgegaan dient de patiënt hier geïnformeerd mee in te
stemmen
* Waarom de ingreep dient te gebeuren, wat deze inhoudt, wat de te verwachten resultaten zijn,
mogelijke complicaties, mogelijke alternatieven, over de gevolgen van het weigeren, over het
prijskaartje
* Men moet ook nagaan of de info werkelijk is ontvangen en begrepen
* Patiënt die wordt betrokken bij de beslissing omtrent een behandeling
beter volgen van behandeling + positievere mening over zorgverleners
* Biedt de mogelijkheid om zo nodig sociale en economische contacten/zaken tijdig af te handelen
* Gebeurt mondeling, mar soms ook schriftelijk
2. Chronische medicatie
* Ter preventie van postoperatieve complicaties: sommige chronische medicatie gedurende een
bepaalde periode niet innemen
* Antidiabetica:
- Metformine 24u voor ingreep te stoppen tot 48u erna voorkomt lactaatacidose
- Andere orale antidiabetica: laatst innemen bij laatst gebruikte maaltijd
- Bij grote heelkunde en gebruik van sulfamiden overschakelen op insuine
- Subcutane insuline: ● ’s Morgens geen kortwerkende insuline geven
● Lang of intermediair werkende insuline aan 50 à 100% van de dosis geven
- Insulinepomp: Loopt verder
- Bolussen worden uitgeschakeld na de laatste maaltijd
* Cardiovasculaire medicatie:
- Afhankelijk van soort medicatie wordt een bepaald moment van stoppen aangeraden
Bètablokkers Verder geven indien gestart omwille van
cardiovasculaire problemen
Centraal werkende Verder geven
antihypertensiva
ACE-inhibitoren 24u voor operatie
Sartanen Laatste inname avond voor operatie
CCB Verder geven
Diuretica Avond voor operatie stoppen
Anti-aritmica:
* Digitalis Verder geven
* Klasse 1a Stoppen
* Andere Verder geven
Nitrieten Verder geven op dag van ingreep
Cholesterolverlagende medicatie Verder geven
* Ademhalingsstelsel:
- Tijdens de dag van de operatie doorgeven
- Raadzaam om patiënten te laten puffen voor de ingreep
- Postoperatief overschakelen van doseeraërosol naar verneveling
, * Psychofarmaca:
Afwegen risico derving ten opzichte van
mogelijke interactie met anesthetica
TCA Verder innemen
SSRI Verder innemen
Cave: verhoogd risico gastro-
intestinale bloedingen
Antidepressiva
Lithium Verder innemen
IMAO:
* Oude, irreversibele Stop 3weken preoperatief
MAO-remmers
* Nieuwe reversibele Stop 24 à 48u preoperatief
MAO-remmers
Anti-Parkinson L-dopa ’s Morgens innemen voor ingreep
middelen Andere Verder innemen
Neuroleptica Verder innemen
In functie van ziekenhuis:
Benzodiazepines * Stoppen avond voor operatie
* Verder geven
In functie van ziekenhuis:
Anti-epileptica * Stoppen avond voor operatie
* Verder geven
In functie van ziekenhuis:
Antipsychotica * Stoppen avond voor operatie
* Verder geven
Nicotine substitutie Stoppen om middernacht
* Antitrombotische behandeling:
- Anti-aggregantia: ● Vb. Plavix, Aspirine
● Ongeveer 7dagen preoperatief stoppen, afhankelijk van soort operatie
- Anticoagulantia: ● LMWH: ▫ Low moleculair weight heparine
▫ Vb. Clexane, Fraxodi
▫ 24u preoperatief onderbreken
▫ In profylactische dosis 12u preoperatief onderbreken
● Vitamine K antagonisten: ▫ Vb. Marcoumar, Marevan, Sintrom
▫ Risico op trombo-embolie afwegen ten opzichte
van bloedingsrisico
Marcoumar 10 dagen
Marevan 7 dagen
Sintrom 4 dagen
* Analgetica:
- Worden gegeven op de dag van de operatie, uitgezonderd NSAID’s
- Bij NSAID’s gebeurt de laatste inname met de laatste maaltijd op de avond voor de operatie
1. Hoofdstuk 1: Pre- en postoperatieve zorgen
1. Pre-operatief
1. Opname en onthaal
* 3 categorieën chirurgie: - Directe (peracute) chirurgie
- Spoedeisende chirurgie
- Electieve chirurgie
- Vb. inwendige bloeding ten gevolge van aneurysma, leverruptuur na
ongeval
* Directe chirurgie: - = Peracute chirurgie
- Zo snel mogelijk uitgevoerd omdat elke minuut telt
* Spoedeisende chirurgie: - Binnen enkele uren plaatsvinden
- Patiënten worden in acute toestand opgenomen en zijn soms in het bezit
van een verwijsbrief van de huisarts
* Electieve chirurgie: - Kan enige tijd worden uitgesteld totdat alles is gedaan om de kans van slagen
tijdens en na de ingreep zo groot mogelijk te maken
- Vb. totale knieprothese
* Op 3 manieren toegang tot ziekenhuis: - Outpatients: ● Patiënten die consultatie hebben op
polikliniek of een behandeling hebben
ondergaan op dagziekenhuis en niet worden
opgenomen
● Kan op: ▫ Verwijzing van huisarts
▫ Doorverwijzing van arts-specialist
▫ Op eigen initiatief
- Emergency patients: ● Patiënten die onmiddellijke zorg
nodig hebben
● Directe opname is noodzakelijk
- Inpatients: ● Sheduled: ▫ Gepland
▫ Electieve patiënten
▫ Patiënten die geen onmiddellijke
zorg nodig hebben
▫ Worden of wachtlijst geplaatst of
krijgen een afspraak voor opname
● Unsheduled: ▫ Ongepland
▫ Patiënten die onmiddellijk
worden opgenomen
▫ Van een beslissing van de
specialist op polikliniek
▫ Via spoed opgenomen
1. (Pre)opname autpatienst en inpatients (gepland)
* Voor de opnamedag: - Poliklinische info naast medisch luik rond opname en ontslagproces
- Oog voor psychosociale context en continuïteit van zorg
- Informatiebrochure voor patiënt
- Mogelijke risicopatiënten screenen en eventueel sociale dienst contacteren
- Belang van huisarts bij voorbereiding is toegenomen
geeft relevante medische info via verwijsbrief mee aan patiënt
Stuurt deze ook door naar de behandelende chirurg
- Chirurg brengt huisarts eveneens op de hoogte van de opname van patiënt
, * De opnamedag: - Patiënt meldt zich aan bij de aanmeld- en inschrijfbalie van ziekenhuis
- Volgende documenten bij: ● Identiteitskaart
● Documenten ziekenfonds
● Documenten hospitalisatieverzekering
● Telefoon van patiënt en contactpersoon
● Naam behandelende arts
● Gegevens huisarts
● Bij arbeidsongeval: gegevens werkgever
- Aanvraag tot interculturele bemiddeling en/of taalbijstand kan gedaan worden
- Men kan ook vragen naar morele, godsdienstige en filosofische bijstand
- Na inschrijving wordt doorverwezen naar verpleegafdeling
- Medische gegevens worden afgegeven aan verpleging en worden bijgehouden in
medisch verpleegdossier
- Grondige medische en verpleegkundige anamnese wordt afgenomen
- Elke patiënt krijgt ene identificatiebandje dragen gedurende hele
opnameperiode
2. Opname Emergency patiënts en inpatients (ongepland)
* Aanmelding op spoedgevallendienst: - Verschillende manieren:
● Op eigen initiatief
● Verwijzing door huisarts
● Via dringende geneeskundige thuisverpleging
(ziekenwagen + eventueel MUG)
● Via secundaire transfers uit perifere ziekenhuizen
● Via repatriëring
● Via helivluchten
● Via poliklinieken
● Via interne MUG interventies
- Patiënt moet onmiddellijk gezien worden door VPK door
middel van quik look gezondheidstoestand en urgentiegraad
inschatten (triage)
- Acute patiënten:
● Rechtstreeks naar onderzoekskamer
● Worden later ingeschreven
● Extra aandacht voor uitzicht van patiënt, vitale parameters,
bewustzijn, klachtenpatroon, eventuele verwijsbrief
● In functie van klachten, urgentiegraad en beschikbare
plaatsen op spoed plaats en VPK toegewezen worden
- Niet-acute patiënten:
● Inschrijven aan onthaalbalie
● Plaats nemen in wachtkamer
- In te vullen VPK gegevens:
● Naam VPK
● Korte anamnese
● Aangevraagde onderzoeken aanduiden
● Uitgevoerde opdrachten
● Parameters
● Infuusbeleid + medicatie
● Te contacteren personen
● Opnamedatum en uur
● Observatiegegevens
,2. Pre-operatieve voorbereiding
1. Outpatients en inpatients (gepland)
1. Informed consent
* Vooraleer tot een ingreep kan worden overgegaan dient de patiënt hier geïnformeerd mee in te
stemmen
* Waarom de ingreep dient te gebeuren, wat deze inhoudt, wat de te verwachten resultaten zijn,
mogelijke complicaties, mogelijke alternatieven, over de gevolgen van het weigeren, over het
prijskaartje
* Men moet ook nagaan of de info werkelijk is ontvangen en begrepen
* Patiënt die wordt betrokken bij de beslissing omtrent een behandeling
beter volgen van behandeling + positievere mening over zorgverleners
* Biedt de mogelijkheid om zo nodig sociale en economische contacten/zaken tijdig af te handelen
* Gebeurt mondeling, mar soms ook schriftelijk
2. Chronische medicatie
* Ter preventie van postoperatieve complicaties: sommige chronische medicatie gedurende een
bepaalde periode niet innemen
* Antidiabetica:
- Metformine 24u voor ingreep te stoppen tot 48u erna voorkomt lactaatacidose
- Andere orale antidiabetica: laatst innemen bij laatst gebruikte maaltijd
- Bij grote heelkunde en gebruik van sulfamiden overschakelen op insuine
- Subcutane insuline: ● ’s Morgens geen kortwerkende insuline geven
● Lang of intermediair werkende insuline aan 50 à 100% van de dosis geven
- Insulinepomp: Loopt verder
- Bolussen worden uitgeschakeld na de laatste maaltijd
* Cardiovasculaire medicatie:
- Afhankelijk van soort medicatie wordt een bepaald moment van stoppen aangeraden
Bètablokkers Verder geven indien gestart omwille van
cardiovasculaire problemen
Centraal werkende Verder geven
antihypertensiva
ACE-inhibitoren 24u voor operatie
Sartanen Laatste inname avond voor operatie
CCB Verder geven
Diuretica Avond voor operatie stoppen
Anti-aritmica:
* Digitalis Verder geven
* Klasse 1a Stoppen
* Andere Verder geven
Nitrieten Verder geven op dag van ingreep
Cholesterolverlagende medicatie Verder geven
* Ademhalingsstelsel:
- Tijdens de dag van de operatie doorgeven
- Raadzaam om patiënten te laten puffen voor de ingreep
- Postoperatief overschakelen van doseeraërosol naar verneveling
, * Psychofarmaca:
Afwegen risico derving ten opzichte van
mogelijke interactie met anesthetica
TCA Verder innemen
SSRI Verder innemen
Cave: verhoogd risico gastro-
intestinale bloedingen
Antidepressiva
Lithium Verder innemen
IMAO:
* Oude, irreversibele Stop 3weken preoperatief
MAO-remmers
* Nieuwe reversibele Stop 24 à 48u preoperatief
MAO-remmers
Anti-Parkinson L-dopa ’s Morgens innemen voor ingreep
middelen Andere Verder innemen
Neuroleptica Verder innemen
In functie van ziekenhuis:
Benzodiazepines * Stoppen avond voor operatie
* Verder geven
In functie van ziekenhuis:
Anti-epileptica * Stoppen avond voor operatie
* Verder geven
In functie van ziekenhuis:
Antipsychotica * Stoppen avond voor operatie
* Verder geven
Nicotine substitutie Stoppen om middernacht
* Antitrombotische behandeling:
- Anti-aggregantia: ● Vb. Plavix, Aspirine
● Ongeveer 7dagen preoperatief stoppen, afhankelijk van soort operatie
- Anticoagulantia: ● LMWH: ▫ Low moleculair weight heparine
▫ Vb. Clexane, Fraxodi
▫ 24u preoperatief onderbreken
▫ In profylactische dosis 12u preoperatief onderbreken
● Vitamine K antagonisten: ▫ Vb. Marcoumar, Marevan, Sintrom
▫ Risico op trombo-embolie afwegen ten opzichte
van bloedingsrisico
Marcoumar 10 dagen
Marevan 7 dagen
Sintrom 4 dagen
* Analgetica:
- Worden gegeven op de dag van de operatie, uitgezonderd NSAID’s
- Bij NSAID’s gebeurt de laatste inname met de laatste maaltijd op de avond voor de operatie