LEH 7 – Genetische modificatie van organismen deel 1
BEGRIPPENLIJST
Doorheen de cursus worden nieuwe en/of moeilijke begrippen gebruikt. Met behulp van onderstaand kader kan je deze woorden bijhouden
en instuderen. Het gebruik van deze begrippenlijst is vrijblijvend, maar is een goede voorbereiding op het examen.
Geen exacte woordenlijsten op examen, dus vooral begrijpen, niet letterlijk van buiten leren.
Universeel karakter van genetische code
Betekenis Gen (v bacterie/virus/muis/mens/...) geeft aanleiding tot gecodeerde eiwit onafhankelijk
vh organisme waarin die cel zich bevindt waarin het DNA tot expressie gebracht
wordt. Genen (en dus eigenschappen die daar aan vasthangen) kunnen via genetische
modificatie over soortgenzen heen overgedragen worden.
Genetische modificatie / manipulatie
Betekenis = modificatie/wijziging in genetisch materiaal v dier/plant/MO én wijziging is erfelijk!
↪️Niet van nature, door voortplanting, recombinatie of kruising
Extra info (synoniem, Doel: bv. MO gewenste producten laten maken
tegenovergestelde, niet
verwarren met, …) Moeilijker bij hogere organismen
Extra eiwit: kleine hoeveelheid, detectie op DNA-niveau.
Transgeen
Betekenis Organisme waarbij vreemd gen werd toegevoegd of genen gericht
werden uitgeschakeld
GGO (genetisch gemodificeerd organisme) of GMO (genetically modified organism)
Kruising / veredeling
Betekenis = selectie door kruising is klassieke methode
(doen we al eeuwenlang, maar neemt heel veel tijd in beslag)
Extra info
(synoniem, Vereist jarenlang proces v terugkruisingen om de ongewenste kenmerken (gekl. bollen)
tegenovergestelde,
niet verwarren met, …)
kwijt te raken met behoud ve specifiek gewenst kenmerk (zwarte bol)
Voorbeeld(en)
Genconstruct / insert
Betekenis = geheel v in te bouwen DNA via genetische modificatie naar andere gastheer overgebracht
Eigenlijke gen (wit stuk in onderstaand schema)
Regulatorisch DNA = expressiesignalen (promotor en terminator)
Merkergenen (roos stuk in onderstaand schema)
BEGRIPPENLIJST
Doorheen de cursus worden nieuwe en/of moeilijke begrippen gebruikt. Met behulp van onderstaand kader kan je deze woorden bijhouden
en instuderen. Het gebruik van deze begrippenlijst is vrijblijvend, maar is een goede voorbereiding op het examen.
Geen exacte woordenlijsten op examen, dus vooral begrijpen, niet letterlijk van buiten leren.
Universeel karakter van genetische code
Betekenis Gen (v bacterie/virus/muis/mens/...) geeft aanleiding tot gecodeerde eiwit onafhankelijk
vh organisme waarin die cel zich bevindt waarin het DNA tot expressie gebracht
wordt. Genen (en dus eigenschappen die daar aan vasthangen) kunnen via genetische
modificatie over soortgenzen heen overgedragen worden.
Genetische modificatie / manipulatie
Betekenis = modificatie/wijziging in genetisch materiaal v dier/plant/MO én wijziging is erfelijk!
↪️Niet van nature, door voortplanting, recombinatie of kruising
Extra info (synoniem, Doel: bv. MO gewenste producten laten maken
tegenovergestelde, niet
verwarren met, …) Moeilijker bij hogere organismen
Extra eiwit: kleine hoeveelheid, detectie op DNA-niveau.
Transgeen
Betekenis Organisme waarbij vreemd gen werd toegevoegd of genen gericht
werden uitgeschakeld
GGO (genetisch gemodificeerd organisme) of GMO (genetically modified organism)
Kruising / veredeling
Betekenis = selectie door kruising is klassieke methode
(doen we al eeuwenlang, maar neemt heel veel tijd in beslag)
Extra info
(synoniem, Vereist jarenlang proces v terugkruisingen om de ongewenste kenmerken (gekl. bollen)
tegenovergestelde,
niet verwarren met, …)
kwijt te raken met behoud ve specifiek gewenst kenmerk (zwarte bol)
Voorbeeld(en)
Genconstruct / insert
Betekenis = geheel v in te bouwen DNA via genetische modificatie naar andere gastheer overgebracht
Eigenlijke gen (wit stuk in onderstaand schema)
Regulatorisch DNA = expressiesignalen (promotor en terminator)
Merkergenen (roos stuk in onderstaand schema)