LEH 2 - Genetisch materiaal
BEGRIPPENLIJST
Doorheen de cursus worden nieuwe en/of moeilijke begrippen gebruikt. Met behulp van onderstaand kader kan je deze woorden bijhouden
en instuderen. Het gebruik van deze begrippenlijst is vrijblijvend, maar is een goede voorbereiding op het examen.
Geen exacte woordenlijsten op examen, dus vooral begrijpen, niet letterlijk van buiten leren.
Nucleïnezuren
Betekenis Meest voorkomende:
DNA (desoxyribonucleïnezuur)
RNA (ribonucleïnezuur)
= genetisch materiaal
= macromolecuul waarin nucleotiden aan elkaar geschakeld zijn
Extra info Alle levende wezens bevatten dit
Nucleotide
Betekenis DNA Nucleotide: deoxyribose + fosfaatgroep + base
basen: Pyrimidines: Thymine & Cytosine / Purines: Adenine & Guamine
Complementaire basen: A&T, G&C
RNA Nucleotide: ribose + fosfaatgroep + base
basen: Pyrimidines: Uracil & Cytosine / Purines: Adenine & Guamine
GEEN complementaire basen want enkele streng ipv touwladder
ATGCU
Betekenis DNA Nucleotide: deoxyribose + fosfaatgroep + base
basen: Pyrimidines: Thymine & Cytosine / Purines: Adenine & Guamine
Complementaire basen: A&T, G&C
RNA Nucleotide: ribose + fosfaatgroep + base
basen: Pyrimidines: Uracil & Cytosine / Purines: Adenine & Guamine
GEEN complementaire basen want enkele streng ipv touwladder
Extra info (synoniem, A&T: gekoppeld door 2 waterstofbruggen
tegenovergestelde, niet
verwarren met, …) G&C: gekoppeld door 3 waterstofbruggen
DNA-replicatie
Betekenis = verdubbeling van DNA
= proces waarbij uit één DNA-streng, twee identieke strengen ontstaan
2 enzymen nodig:
Helicase waterstofverbindingen vd complementaire strengen worden verbroken
DNA-polymerase zorgt voor de eigenlijke replicatie
BEGRIPPENLIJST
Doorheen de cursus worden nieuwe en/of moeilijke begrippen gebruikt. Met behulp van onderstaand kader kan je deze woorden bijhouden
en instuderen. Het gebruik van deze begrippenlijst is vrijblijvend, maar is een goede voorbereiding op het examen.
Geen exacte woordenlijsten op examen, dus vooral begrijpen, niet letterlijk van buiten leren.
Nucleïnezuren
Betekenis Meest voorkomende:
DNA (desoxyribonucleïnezuur)
RNA (ribonucleïnezuur)
= genetisch materiaal
= macromolecuul waarin nucleotiden aan elkaar geschakeld zijn
Extra info Alle levende wezens bevatten dit
Nucleotide
Betekenis DNA Nucleotide: deoxyribose + fosfaatgroep + base
basen: Pyrimidines: Thymine & Cytosine / Purines: Adenine & Guamine
Complementaire basen: A&T, G&C
RNA Nucleotide: ribose + fosfaatgroep + base
basen: Pyrimidines: Uracil & Cytosine / Purines: Adenine & Guamine
GEEN complementaire basen want enkele streng ipv touwladder
ATGCU
Betekenis DNA Nucleotide: deoxyribose + fosfaatgroep + base
basen: Pyrimidines: Thymine & Cytosine / Purines: Adenine & Guamine
Complementaire basen: A&T, G&C
RNA Nucleotide: ribose + fosfaatgroep + base
basen: Pyrimidines: Uracil & Cytosine / Purines: Adenine & Guamine
GEEN complementaire basen want enkele streng ipv touwladder
Extra info (synoniem, A&T: gekoppeld door 2 waterstofbruggen
tegenovergestelde, niet
verwarren met, …) G&C: gekoppeld door 3 waterstofbruggen
DNA-replicatie
Betekenis = verdubbeling van DNA
= proces waarbij uit één DNA-streng, twee identieke strengen ontstaan
2 enzymen nodig:
Helicase waterstofverbindingen vd complementaire strengen worden verbroken
DNA-polymerase zorgt voor de eigenlijke replicatie