LEH 1 – Micro-organismen in de klassieke biologie – deel 1
BEGRIPPENLIJST
Doorheen de cursus worden nieuwe en/of moeilijke begrippen gebruikt. Met behulp van onderstaand kader kan je deze woorden bijhouden en
instuderen. Het gebruik van deze begrippenlijst is vrijblijvend, maar is een goede voorbereiding op het examen.
Geen exacte woordenlijsten op examen, dus vooral begrijpen, niet letterlijk van buiten leren.
Prokaryoot
Betekenis Eéncellig
Geen celkern DNA los in cytoplasma
Geen organellen
Celdeling: binair
Circulair DNA & plasmiden
Celmembraan + celwand
Voorbeeld(en) Monera = Bacteria & Archaea = oerbacteriën
Extra info (synoniem,
tegenovergestelde, niet = bacteriën
verwarren met, …)
Eukaryoot
Betekenis Eéncellig of meercellig
Celkern met celmembraan
Verschillende organellen
Celdeling: mitose
Lineair DNA in celkern
Dierlijke cel: geen celwand
Plantaardige cel: celmembraan + celwand
Voorbeeld(en) Eencellige micro-organismen: Protista (= protozoa + autotrofe eencellige algen)
Meercellige organismen: planten, dieren, schimmels, algen, rood- en bruinwieren
Endosporen
Betekenis Sporen intracellulair = bevinden zich in de cel
Extra info (synoniem, hebben geen vermeerderingsfunctie
tegenovergestelde, niet
verwarren met, …) = overlevingsvorm in extreme condities (hebben geen vermeerderingsfunctie)
zeer resistent tegen droogte, warmte & desinfectantia.
Uit 1 endospore ontwikkelt zich opnieuw 1 vegetatieve cel
als milieuomstandigheden opnieuw gunstig zijn.
Komen in kleine groep bacteriën voor
Voorbeeld(en) Gevormd bij bepaalde bacteriën: bv. Bacillaceae en Clostridicaceae
1 Vegetative cel
7 Mature endospore
8 Free spore is released with the loss of the sporangium
9 Germination spore swells and releases vegetative cell.
BEGRIPPENLIJST
Doorheen de cursus worden nieuwe en/of moeilijke begrippen gebruikt. Met behulp van onderstaand kader kan je deze woorden bijhouden en
instuderen. Het gebruik van deze begrippenlijst is vrijblijvend, maar is een goede voorbereiding op het examen.
Geen exacte woordenlijsten op examen, dus vooral begrijpen, niet letterlijk van buiten leren.
Prokaryoot
Betekenis Eéncellig
Geen celkern DNA los in cytoplasma
Geen organellen
Celdeling: binair
Circulair DNA & plasmiden
Celmembraan + celwand
Voorbeeld(en) Monera = Bacteria & Archaea = oerbacteriën
Extra info (synoniem,
tegenovergestelde, niet = bacteriën
verwarren met, …)
Eukaryoot
Betekenis Eéncellig of meercellig
Celkern met celmembraan
Verschillende organellen
Celdeling: mitose
Lineair DNA in celkern
Dierlijke cel: geen celwand
Plantaardige cel: celmembraan + celwand
Voorbeeld(en) Eencellige micro-organismen: Protista (= protozoa + autotrofe eencellige algen)
Meercellige organismen: planten, dieren, schimmels, algen, rood- en bruinwieren
Endosporen
Betekenis Sporen intracellulair = bevinden zich in de cel
Extra info (synoniem, hebben geen vermeerderingsfunctie
tegenovergestelde, niet
verwarren met, …) = overlevingsvorm in extreme condities (hebben geen vermeerderingsfunctie)
zeer resistent tegen droogte, warmte & desinfectantia.
Uit 1 endospore ontwikkelt zich opnieuw 1 vegetatieve cel
als milieuomstandigheden opnieuw gunstig zijn.
Komen in kleine groep bacteriën voor
Voorbeeld(en) Gevormd bij bepaalde bacteriën: bv. Bacillaceae en Clostridicaceae
1 Vegetative cel
7 Mature endospore
8 Free spore is released with the loss of the sporangium
9 Germination spore swells and releases vegetative cell.