Hoofdstuk 4 Hofcultuur
Economische bloei met handel -> Italië had hoven aan de macht, in plaat
van vorsten of republiek zoals Nederland -> onderlinge strijd tussen hoven
Renaissance:
- Wedergeboorte van de klassieke oudheid
o Humanisten onderzoeken klassieke geschriften en bouw
daarop kennis
Hierdoor overname van klassieke elementen;
o Antropocentrisme (mens centraal)
o ‘Carpe Diem’
o individualisme
o Meer impuls naar onderzoek van de zichtbare natuur
o minder theocentrisme
Positie kunstenaar:
- Middeleeuwen
Ambachtslieden
- Renaissance
Mensen met kennis en talent (Homo universalis)
o Grote vrijheden
o aangenomen door hovelingen
Homo Quadratus = voorbeeld van klassieke oudheid en christelijke leer –
perfecte schepping van God – Menselijke proporties afspiegeling van
goddelijke orde
Renaissancetuin:
- Geometrisch
- Antieke klassieke beelden
- Weerspiegeling voor klassieke kennis
Door boekdrukkunst en muziekdrukken veranderde de positie van de
componist in de 16e eeuw -> muziek kon overal gespeeld worden dus geen
hulp nodig van het hof
Voor muziek – Madrigalen belangrijk -> tekstexpressie belangrijker dan
het muziek
Contrareformatie = reactie op de reformatie en de scheiding van de
katholieke kerk -> pracht en praal te gebruiken om mensen terug te
verleiden naar de kerk -> Barok
Madrigaal:
- Landstaal
- meerstemmig
, - wereldlijke inhoud
- Muziek versterkt de tekst
L’Orfeo – Mix van Theater en muziek waarbij geen polyfonie is waardoor
het verstaanbaar is
Hofdans=evenwicht, balans en harmonie
Renaissance = harmonie, symmetrie en rust
Barok = dyanmisch, contrastrijk, asymmetrisch en effectvol, het speelt
met emotie en aandacht
Barok bouwkunst:
- Dieptewerking met perspectieven
- tweezijdige symmetrie
- kostbare materialen
- gebogen en organische vormen
- versiering van religieuze onderwerpen
Barok schilderkunst:
- Realisme
- perspectieven
- dieptewerking
- dynamiek
- onderwerpen uit de testament
- clair-obscur
- Focus op het moment suprême
- diagonale compositie
- kijkrichting gericht op het centrale punt
-
Lodewijk XIV = absolute heerser en grote kunstliefhebber met grote
waarde aan rituele rol
- Hij speelt zelf belangrijke rollen -> zijn volk hem vereert
- Lodewijk wilt als een heilige vereert worden
- Propagandabeleid – alle landelijke academies zijn gevormd op de
smaak van hem
- Zijn paleis is om te laten zien hoe machtig hij is
Blijspel + Ballet =Balletkomdie:
- dans en muziek logische wijze verwerven in het verhaal
- spektakelstukken
- elementen van pantomime
Economische bloei met handel -> Italië had hoven aan de macht, in plaat
van vorsten of republiek zoals Nederland -> onderlinge strijd tussen hoven
Renaissance:
- Wedergeboorte van de klassieke oudheid
o Humanisten onderzoeken klassieke geschriften en bouw
daarop kennis
Hierdoor overname van klassieke elementen;
o Antropocentrisme (mens centraal)
o ‘Carpe Diem’
o individualisme
o Meer impuls naar onderzoek van de zichtbare natuur
o minder theocentrisme
Positie kunstenaar:
- Middeleeuwen
Ambachtslieden
- Renaissance
Mensen met kennis en talent (Homo universalis)
o Grote vrijheden
o aangenomen door hovelingen
Homo Quadratus = voorbeeld van klassieke oudheid en christelijke leer –
perfecte schepping van God – Menselijke proporties afspiegeling van
goddelijke orde
Renaissancetuin:
- Geometrisch
- Antieke klassieke beelden
- Weerspiegeling voor klassieke kennis
Door boekdrukkunst en muziekdrukken veranderde de positie van de
componist in de 16e eeuw -> muziek kon overal gespeeld worden dus geen
hulp nodig van het hof
Voor muziek – Madrigalen belangrijk -> tekstexpressie belangrijker dan
het muziek
Contrareformatie = reactie op de reformatie en de scheiding van de
katholieke kerk -> pracht en praal te gebruiken om mensen terug te
verleiden naar de kerk -> Barok
Madrigaal:
- Landstaal
- meerstemmig
, - wereldlijke inhoud
- Muziek versterkt de tekst
L’Orfeo – Mix van Theater en muziek waarbij geen polyfonie is waardoor
het verstaanbaar is
Hofdans=evenwicht, balans en harmonie
Renaissance = harmonie, symmetrie en rust
Barok = dyanmisch, contrastrijk, asymmetrisch en effectvol, het speelt
met emotie en aandacht
Barok bouwkunst:
- Dieptewerking met perspectieven
- tweezijdige symmetrie
- kostbare materialen
- gebogen en organische vormen
- versiering van religieuze onderwerpen
Barok schilderkunst:
- Realisme
- perspectieven
- dieptewerking
- dynamiek
- onderwerpen uit de testament
- clair-obscur
- Focus op het moment suprême
- diagonale compositie
- kijkrichting gericht op het centrale punt
-
Lodewijk XIV = absolute heerser en grote kunstliefhebber met grote
waarde aan rituele rol
- Hij speelt zelf belangrijke rollen -> zijn volk hem vereert
- Lodewijk wilt als een heilige vereert worden
- Propagandabeleid – alle landelijke academies zijn gevormd op de
smaak van hem
- Zijn paleis is om te laten zien hoe machtig hij is
Blijspel + Ballet =Balletkomdie:
- dans en muziek logische wijze verwerven in het verhaal
- spektakelstukken
- elementen van pantomime