Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Inleiding Filosofie 1

Vendu
9
Pages
18
Publié le
25-04-2019
Écrit en
2018/2019

Samenvatting Inleiding Filosofie 1

Établissement
Cours

Aperçu du contenu

Filosofie is die instantie die vraagt naar het waarom, naar de redenen of de rationaliteit van ordeningen en
onderscheidingen die arbitrair (willekeurig) zijn omdat ze ook anders hadden kunnen zijn.

Filosofie is een systematische manier van denken die zich laat omschrijven als het onderzoeken van
vooronderstellingen die ten grondslag liggen aan de vragen die in het dagelijks leven, in de cultuur en in de
wetenschappen worden gesteld; ofwel een reflectie op het denken.

Socrates:

 ‘deugd gelijk aan inzicht’
o de ware maatstaaf van het handelen ligt in een rationeel gefundeerd inzicht in de waarheid.
 Logos is niet langer een machtsmiddel, maar de plaats waar inzicht, waarheid en deugd tot stand
komen.
o Elkaars ongereflecteerde opvattingen kritisch te onderzoeken en Aldus elk ‘schijnweten’ te
ontmaskeren
o Ironie
 Rede  rede-nering
o Monoloog van de sofisten vs. dialoog als model voor het verwerven van inzichten.

Plato:

 Eerste werkelijke systematische filosoof;
 Leerling Socrates;
 Ethische problem  vraag naar morele opvoeding;
 Wat is ‘ware kennis’?
o Kennis/wetenschap bestaat in het vatten van het algemene en abstracte ( alleen in
concrete dingen, niet waarneembaar);
 De ware werkelijkheid is begrippelijk en eigenlijk elders te vinden dan in het puur zintuiglijke;
 Kennis vereist stabiliteit en objectiviteit;
o Het object van kennis moet onveranderlijk zijn.
 Tegen het relativisme, sofisten  onstabiel;
 Is rationalist  kennis kunnen we verwerven via de rede, dus door na te denken, en niet via de
lichamelijke zintuiglijke waarneming. Denken is niet lichamelijk. Dualisme: scheiding lichaam en ziel.
Het waarnemen behoort tot het lichaam, het denken tot de ziel.
o ‘Horen’ en ‘zien’ als belangrijkste waarnemingen.
 Een gefundeerde ware mening is geen kennis
o Funderen veronderstelt wel kennis, maar de gefundeerde ware mening is niet gelijk aan de
kennis zelf.
 Kennis  inzicht in de ware werkelijkheid is vereist.
o Overstijgt individuele opvattingen.
 Metafysica  kerndiscipline van de filosofie. Opzoek naar grondprincipes van de werkelijkheid. Vaak
gezocht boven/achter (meta) de ervaarbare werkelijkheid (fysica). Moeilijk te verifiëren  aanleiding
blijvende discussies  achterhaald/onuitvoerbaar.
 Relativisme  geen enkele filosofische opvatting kan aanspraak maken op absolute waarheid omdat
elke opvatting enkel kan begrepen worden binnen de eigen tijd en de eigen cultuur, zonder aanspraak
te maken op verdere geldigheid.
 Ideeën of vormen;
 Objecten van de kennis vs. Objecten van de mening;
o Kennis  abstract, universeel, stabiel en enkelvoudig.
o Mening  concrete, singuliere, veranderlijk en veelvuldig.

,  De ideeën zijn de vaste ijkpunten die ons toelaten de wereld rondom ons te begrijpen. Vandaar dat de
ideeën afzonderlijk moeten bestaan, los van de concrete werkelijkheid. (ideeënwereld);
 (1) de ware werkelijkheid overstijgt het subject, omdat ze onafhankelijk is van wie haar inziet. (2) ze
overstijgt het gekende object, omdat de ideeën kennis bieden die onafhankelijk van de waargenomen
dingen geldig is.
 Plato onderscheidt:
o De wereld van het worden  mening;
o De wereld van het zijn  kennis;
o Onoverbrugbare kloof (geen ruimtelijke splitsing).
 De concrete wereld is nooit pure flux,
o Een verwarrend samenvallen van tegengestelden en een voortdurende verandering, maar er
is ook een onmiskenbare stabiliteit.  een koe verandert, maar blijft ook koe.
 De dingen zijn een afschaduwing van de ideeen  nabootsing/mimesis;
 Participatie  de relatie tussen de zintuiglijke wereld en de ideeën.
 De ideeën bestaan niet onafhankelijk van elkaar: voor het begrip van een bepaald idee is ook het
begrip van andere ideeën verondersteld  kiononia/gemeenschap;
 ‘Het Goede’ is boven alle ideeën en zelfs boven het zijn verheven.
 De idee is niet alleen ideëel, maar ook ideaal. Ze is het volmaakte doel waarnaar elke concrete
verschijningsvorm tendeert en waaraan die verschijningsvorm ook wordt getoetst. In die zin draagt
elke idee (gemeenschap) onmiddellijk ook het Goede in zich. Elke idee is ook één.  het Goede met
het Ene gelijkstellen.
 Kennis van de ideeën is a priori (voorafgaandelijk aan de ervaring tot stand gekomen)  is een
herinnering.
o Niet het resultaat van abstractie uit de zintuiglijke werkelijkheid, maar een autonome
operatie van het denken.
 De theorie van de wederherinnering/anamnese:
o Voor de geboorte was de ziel aanwezig in de ideeënwereld  dus perfecte kennis.
o Bij incarnatie is die kennis verloren gegaan.
o De ideeën leiden een sluimerend bestaan in onze ziel  terug activeren.
o ‘leren sterven’ om zuiverheid te bereiken.
 ‘Dialectiek’: de dialoog die we met ons zelf of met anderen voeren en die ons dwingt rekenschap af te
leggen van elk bereikt resultaat. Die dialectiek is de hoogste vorm van wetenschap, die ons tot een
gefundeerd inzicht in de waarheid brengt.
 Onsterfelijkheid van de ziel
 Filosofie  datgene wat ons op de ware werkelijkheid richt en ons in het loslaten van de
lichamelijkheid oefent.



Aristoteles:

 Belangrijkste leerling Plato.
 Belangrijkste vraag: wat is het ‘zijnde’?
o Antwoord: alleen substantie ‘is’ in de primaire zin. Alle andere categorieën (accidenten) ‘zijn’
alleen in afgeleide zin: ze zijn voor hun ‘zijn’ afhankelijk van de substantie.
 Als eerste expliciet de bedoeling om een allesomvattend systeem van weten te ontwikkelen;
 Werkt als eerste consequent empirisch
o Zijn methode is niet experimenteel
o Benadering is niet kwantitatief

,  Dit kan nooit de rijkdom blootleggen van de natuurlijke dingen die allemaal volledig
afgestemd zijn op het specifieke doel dat ze in de natuur volbrengen.
 Waarnemen speelt een belangrijke rol, maar levert geen wetenschappelijke kennis op.
o Wijsheid bestaat in een omvattend weten.
 Hoe omvattender een wetenschap, des te trefzekerder, of ‘exacter’ ze zal zijn.
 Substantie: wat op een blijvende en duurzame manier zelfstandig is en van niets anders afhankelijk is
om te blijven wat het is (kat, hond).
o Staat tegenover toevallige kenmerken/eigenschappen die ‘toe-vallen’ (accidenten) aan de
substantie en die kunnen veranderen zonder die substantie in haar bestaan te raken (een
zwarte of witte kat).
 De verhouding substantie-accident onderscheidt zich van die tussen subject-attribuut in de zin dat
accidenten toevallige en attribuut wezenlijke kenmerken zijn (de cirkel die ‘rond’ als attribuut heeft).
 Voor subject onderscheiden we drie betekenissen:
o Logische betekenis  het onderwerp van een uitspraak (‘Jan is ziek’: ‘Jan’ is subject, ‘ziek’ is
gezegde/predicaat.)
o Kentheoretisch  het waarnemende, denkende, bewuste en handelende individu: het object
is het voorwerp van het kennen en het handelen. (‘Ik zie de deur’: ‘ik’ is subject, ‘de deur’ is
object.)
o Metafysische betekenis  het dragende fundament van eigenschappen (attributen) die de
wezenskenmerken van dat subject uitdrukken. (‘een pen’: ‘de pen’ is subject, ‘het kunnen
schrijven’ is attribuut.)
o Concentreert zich op het achterhalen van de vorm, de doelgerichtheid en de functie van wat
hij waarneemt.
 Ontologie  een tak binnen de filosofie waarin het ‘zijn’ van het geheel van dingen wordt behandeld
(zijnsleer, tak van de metafysica).
 Vorm en functie zijn onder te verdelen in 10 categorieën:
o Substantie
o Kwaliteit
o Kwantiteit
o Plaats
o Relatie
o Tijd
o Activiteit
o Ondergaan
o Houding
o Aanhebben
 Alleen een uitdrukking van de structuur van de werkelijkheid zelf.
 Substantie is drager (de tastbare, zintuigelijke dingen), kwaliteit/kwantiteit zijn
eigenschappen.
 Wat maakt de tastbare zintuiglijke dingen tot wat ze zijn?
o Onderscheid tussen stof en materie (hylemorfisme)
o Vorm is universele, eenvoudige begrip waaraan de particuliere dingen deelhebben.
 Vorm is verantwoordelijk voor de soortelijke bepaling: de specifieke aard die een individuele
substantie gemeen heeft met andere substanties van dezelfde soort. Tevens het beginsel van
kenbaarheid, want tijdloos.
 Materie bepaalbare materiaal/principe van bepaalbaarheid: de stof is verantwoordelijk voor
individualiteit (het deze mens zijn).

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
H1, h2, h3 (behalve spinoza en hegel)
Publié le
25 avril 2019
Fichier mis à jour le
26 avril 2019
Nombre de pages
18
Écrit en
2018/2019
Type
RESUME

Sujets

€4,99
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les 2 avis
3 année de cela

5 année de cela

4,5

2 revues

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
culturalfeather Open Universiteit
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
9
Membre depuis
7 année
Nombre de followers
9
Documents
1
Dernière vente
3 année de cela

4,5

2 revues

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions