DEEL 5 – INHOUDELIJKE FUNCTIES
$1. AFBAKENING VAN STAATSGEZAG
Een belangrijke functie van het internationaal recht:
- Afbakenen van het gezag van de staten
- Bepalen tot waar de jurisdictie van staten over personen en grondgebied reikt
- Dit is belangrijk voor het vreedzaam naast elkaar bestaan van staten
1.1. DEFINITIE
Jurisdictie = rechtsmacht = staatsgezag = de bevoegdheid die staten kunnen uitoefenen ten
aanzien van personen, zaken en gebeurtenissen.
1.2. INDELING
Eerste indeling:
Wetgevende jurisdictie (WM)
Kan extraterritoriaal
Rechterlijke jurisdictie (RM)
Kan enkel extraterritoriaal mits toestemming
Handhavingsjurisdictie (UM)
van de andere staat
Tweede indeling:
- Territoriale jurisdictie = De staat heeft volle rechtsmacht over zijn grondgebied wegens
soeverniteit
- Functionele jurisdictie = De staat oefent rechtsmacht uit op bepaalde gebieden buiten zijn
grondgebied, met name de maritieme zones maar de rechtsmacht
is gelimiteerd
- Extraterritoriale jurisdictie = De staat oefent rechtsmacht uit buiten zijn grondgebied op basis
van de nationaliteitsband, veiligheidsbelangen of het internationaal
strafwaardig karakter van bepaalde feiten
Globale rechtsgebieden vallen principieel buiten de jurisdictie van staten zoals vb. de volle zee,
de oceaanbodem, de ruimte, antarctica, …
1
, $2. TERRITORIALE JURISDICTIE
2.1. AARD VAN DE JURISDICTIE
Op zijn grondgebied heeft de staat:
- Volheid van bevoegdheid
- Exclusieve bevoegdheid
Hieruit vloeien een aantal beginselen voort die het gezag van staten afbakenen:
- Het IR verbiedt een staat om geweld te gebruiken tegen de territoriale integriteit of politieke
onafhankelijkheid van andere staten
- Het IR verbiedt staten om in de interne aangelegenheden van een andere staat te
interveniëren
- Staten moeten zich onthouden van handelingen die schade toebrengen aan het grondgebied
en de bevolking van andere staten
2.2. WAT OMVAT HET TERRITORIUM?
Grondgebied = de ruimte waarover een staat daadwerkelijk, geldig en op exclusieve wijze zijn
bevoegdheden uitoefent (territoriale soeverniteit).
(1) Grond/ land + ondergrond
Wordt bepaald door de landsgrenzen, die vaak in ‘grensverdragen’ worden vastgelegd.
Rechtsmacht: vol + exclusief
(2) Binnenwateren
= Wateren gelegen aan de landzijde van de basislijn (de lijn die het land van de zee
scheidt)
= Baaien, riviermondingen, zeehavens, nationale waterwegen
Rechtsmacht:
Kuststaat kan aan vreemde schepen voorwaarden opleggen
Kuststaat zal zijn nationale WG toepassen mbt gebeurtenissen op een
vreemd schip die zijn belangen raakt en heeft tevens het recht om zich
aan boord van dit schip te begeven
Mbt interne aangelegenheden op het schip zal de vlaggenstaat de
rechtsmacht uitoefenen
De rechtsmacht wordt dus gedeeld tussen de kuststaat en de
vlaggenstaat.
2
$1. AFBAKENING VAN STAATSGEZAG
Een belangrijke functie van het internationaal recht:
- Afbakenen van het gezag van de staten
- Bepalen tot waar de jurisdictie van staten over personen en grondgebied reikt
- Dit is belangrijk voor het vreedzaam naast elkaar bestaan van staten
1.1. DEFINITIE
Jurisdictie = rechtsmacht = staatsgezag = de bevoegdheid die staten kunnen uitoefenen ten
aanzien van personen, zaken en gebeurtenissen.
1.2. INDELING
Eerste indeling:
Wetgevende jurisdictie (WM)
Kan extraterritoriaal
Rechterlijke jurisdictie (RM)
Kan enkel extraterritoriaal mits toestemming
Handhavingsjurisdictie (UM)
van de andere staat
Tweede indeling:
- Territoriale jurisdictie = De staat heeft volle rechtsmacht over zijn grondgebied wegens
soeverniteit
- Functionele jurisdictie = De staat oefent rechtsmacht uit op bepaalde gebieden buiten zijn
grondgebied, met name de maritieme zones maar de rechtsmacht
is gelimiteerd
- Extraterritoriale jurisdictie = De staat oefent rechtsmacht uit buiten zijn grondgebied op basis
van de nationaliteitsband, veiligheidsbelangen of het internationaal
strafwaardig karakter van bepaalde feiten
Globale rechtsgebieden vallen principieel buiten de jurisdictie van staten zoals vb. de volle zee,
de oceaanbodem, de ruimte, antarctica, …
1
, $2. TERRITORIALE JURISDICTIE
2.1. AARD VAN DE JURISDICTIE
Op zijn grondgebied heeft de staat:
- Volheid van bevoegdheid
- Exclusieve bevoegdheid
Hieruit vloeien een aantal beginselen voort die het gezag van staten afbakenen:
- Het IR verbiedt een staat om geweld te gebruiken tegen de territoriale integriteit of politieke
onafhankelijkheid van andere staten
- Het IR verbiedt staten om in de interne aangelegenheden van een andere staat te
interveniëren
- Staten moeten zich onthouden van handelingen die schade toebrengen aan het grondgebied
en de bevolking van andere staten
2.2. WAT OMVAT HET TERRITORIUM?
Grondgebied = de ruimte waarover een staat daadwerkelijk, geldig en op exclusieve wijze zijn
bevoegdheden uitoefent (territoriale soeverniteit).
(1) Grond/ land + ondergrond
Wordt bepaald door de landsgrenzen, die vaak in ‘grensverdragen’ worden vastgelegd.
Rechtsmacht: vol + exclusief
(2) Binnenwateren
= Wateren gelegen aan de landzijde van de basislijn (de lijn die het land van de zee
scheidt)
= Baaien, riviermondingen, zeehavens, nationale waterwegen
Rechtsmacht:
Kuststaat kan aan vreemde schepen voorwaarden opleggen
Kuststaat zal zijn nationale WG toepassen mbt gebeurtenissen op een
vreemd schip die zijn belangen raakt en heeft tevens het recht om zich
aan boord van dit schip te begeven
Mbt interne aangelegenheden op het schip zal de vlaggenstaat de
rechtsmacht uitoefenen
De rechtsmacht wordt dus gedeeld tussen de kuststaat en de
vlaggenstaat.
2