Inhoudsopgave
1.1 Rechtsstaat...................................................................................................................................2
1.2 Democrate...................................................................................................................................2
1.3 Scheiding der machten.................................................................................................................2
1.4 Eenheidsstaat en Federalisering...................................................................................................2
1.5 Monarchie....................................................................................................................................3
2.1 De federale overheid....................................................................................................................4
2.1.1 Federale wetgevende macht (WM).......................................................................................4
2.1.2 Federale uitvoerende macht (UM)........................................................................................6
2.2 Gemeenschappen (3) en Gewesten (3)........................................................................................6
2.2.1 Structuren (verdeling van België)...........................................................................................6
2.2.2 Vlaamse instellingen..............................................................................................................7
2.3 Provincies (10)..............................................................................................................................7
2.4 Gemeenten (589)..........................................................................................................................8
3.1 Raad van State..............................................................................................................................9
3.2 Grondweteliij Hof.......................................................................................................................9
1
KMO103A – Nicj De Decjer
, Deel 2: De Belgische
staatstructuur
1. Kenmerken van de Belgische staat
1.1 Rechtsstaat
Overheid moet rechten van burgers respecteren:
Fundamentele rechten en vriiheden
Democratsch tot stand gejomen wetgeving naleven
Overheid moet rechten van burgers beschermen:
Onafanjeliije gerechteliije structuren vooriien (rechtsbescherming)
Uitvoerende structuren vooriien (bestuur)
20ste eeuw: regulerend optreden van de staat
Sociale, economische, culturele, fscale wetgeving
1.2 Democratie
Democrate = partcipate van de burgers in het staatsbestuur
Hoe? Via vriie verjieiingen van “voljsvertegenwoordigers” in het parlement
Parlementaire democrate = we werjen met parlementen
1.3 Scheiding der machten
Wetgevende macht: recht majen/wiiiigen/afschafen
Uitvoerende macht (met de joning aan het hoofd): recht uitvoeren
Rechtgevende macht: de macht die het recht gaat sprejen
Federaal niveau
Volledig onafanjeliij
Voorbeeld van de uitvoerende macht:
Wet 21 maart 2007 = camerawet
o Onbemande camera’s langs de weg.
o Reglementering: alleen om misdriiven op te sporen
Op basis hiervan is er een Koninjliij besluit gejomen (Koning aan het hoofd van de UM)
De wetgeving werd uitgevoerd
1.4 Eenheidsstaat en Federalisering
België is een eenheidsstaat, met federalisering.
Evolute: van een eenheidsstaat naar “federale staat”
1830: centraal geiag – provincies – gemeenten
Grondweteliije heriieningen 1970 – 2014 (federalisering)
Federalisering
Oprichtng deelstaten (3 gemeenschappen – 3 gewesten) met overdracht van bevoegdheden
Geleideliije uitbreiding bevoegdheden
2
KMO103A – Nicj De Decjer
1.1 Rechtsstaat...................................................................................................................................2
1.2 Democrate...................................................................................................................................2
1.3 Scheiding der machten.................................................................................................................2
1.4 Eenheidsstaat en Federalisering...................................................................................................2
1.5 Monarchie....................................................................................................................................3
2.1 De federale overheid....................................................................................................................4
2.1.1 Federale wetgevende macht (WM).......................................................................................4
2.1.2 Federale uitvoerende macht (UM)........................................................................................6
2.2 Gemeenschappen (3) en Gewesten (3)........................................................................................6
2.2.1 Structuren (verdeling van België)...........................................................................................6
2.2.2 Vlaamse instellingen..............................................................................................................7
2.3 Provincies (10)..............................................................................................................................7
2.4 Gemeenten (589)..........................................................................................................................8
3.1 Raad van State..............................................................................................................................9
3.2 Grondweteliij Hof.......................................................................................................................9
1
KMO103A – Nicj De Decjer
, Deel 2: De Belgische
staatstructuur
1. Kenmerken van de Belgische staat
1.1 Rechtsstaat
Overheid moet rechten van burgers respecteren:
Fundamentele rechten en vriiheden
Democratsch tot stand gejomen wetgeving naleven
Overheid moet rechten van burgers beschermen:
Onafanjeliije gerechteliije structuren vooriien (rechtsbescherming)
Uitvoerende structuren vooriien (bestuur)
20ste eeuw: regulerend optreden van de staat
Sociale, economische, culturele, fscale wetgeving
1.2 Democratie
Democrate = partcipate van de burgers in het staatsbestuur
Hoe? Via vriie verjieiingen van “voljsvertegenwoordigers” in het parlement
Parlementaire democrate = we werjen met parlementen
1.3 Scheiding der machten
Wetgevende macht: recht majen/wiiiigen/afschafen
Uitvoerende macht (met de joning aan het hoofd): recht uitvoeren
Rechtgevende macht: de macht die het recht gaat sprejen
Federaal niveau
Volledig onafanjeliij
Voorbeeld van de uitvoerende macht:
Wet 21 maart 2007 = camerawet
o Onbemande camera’s langs de weg.
o Reglementering: alleen om misdriiven op te sporen
Op basis hiervan is er een Koninjliij besluit gejomen (Koning aan het hoofd van de UM)
De wetgeving werd uitgevoerd
1.4 Eenheidsstaat en Federalisering
België is een eenheidsstaat, met federalisering.
Evolute: van een eenheidsstaat naar “federale staat”
1830: centraal geiag – provincies – gemeenten
Grondweteliije heriieningen 1970 – 2014 (federalisering)
Federalisering
Oprichtng deelstaten (3 gemeenschappen – 3 gewesten) met overdracht van bevoegdheden
Geleideliije uitbreiding bevoegdheden
2
KMO103A – Nicj De Decjer