Schematische samenvatting:
The student’s guide to Cognitive
Neuroscience Jamie Ward
Thema 1: Het brein ontleed
Hoofdstuk 2: Introducing the brain
Samengesteld door Mireille Nefkens
De vetgedrukte woorden in de samenvatting corresponderen met de bijbehorende begrippenlijst, ook te koop via Stuvia. Samen met deze
samenvatting vormt het één geheel.
1
Structuur en functie van de neuron (zenuwcel)
Structuur Functie
Cellichaam Dendrieten Axon Electrische signalen Chemische signalen
Synaptisch
Actiepotentiaal Neurotransmitters
potentiaal
(rustpotentiaal)
Nucleus Ontvangen info Zenden info
(celkern) van nabij naar andere
en gelegen neuronen Pre- Post-
organellen neuronen synaptisch synaptisch
2
1
, 15-1-2019
Functie van neuronen:
Ontvangen, verwerken en doorgeven van elektrische signalen zonder verlies van sterkte
Binnen neuronen
Voltage-gated ion kanaal → laat K+ door (kaliumpoort) of Na+ door (natriumpoort) afhankelijk van de lading in de neuron
Rustpotentiaal (synaptisch potentiaal) Actiepotentiaal
1:
Geladen Enkele natriumpoorten openen o.i.v. verandering elektrisch signaal
Kalium ionen
natrium naastgelegen neuron
(K+)
ionen (Na+)
2:
Depolarisatie: Na+ stroomt de neuron in tot drempelwaarde (-50mV) →
alle natriumpoorten openen → lading wordt positief → actiepotentiaal kan
Poorten zijn gesloten. worden doorgegeven (+35mV)
3:
Verhouding binnen en buiten de Repolarisatie: natriumpoorten sluiten → kaliumpoorten openen en kalium
neuron is -70mV → stroomt uit → natrium wordt uitgepompt. Dit gaat langer door dan de
membraanpotentiaal. drempelwaarde.
Buiten is positiever geladen dan 4:
binnen de neuron Hyperpolarisatie: natriumpoorten sluiten volledig → kaliumpoorten blijven
open en K+ stroomt binnen tot onder -70mV
3
Functie van neuronen:
Afgeven, ontvangen en verwerken van chemische signalen
Tussen neuronen
Er zijn neurotransmitters aanwezig in de uiteinden van axonen → synapsen
1:
Onder invloed van actiepotentiaal stroomt natrium de synaps in → calciumpoorten gaan open → Ca2+ stroomt naar binnen
2:
Blaasjes met neurotransmitters versmelten met het presynaptisch membraan → lozen van neurotransmitters in de
synaptische spleet
3:
Neurotransmitters worden gebonden aan Natrium- en/of kaliumpoorten in het post-synaptische membraan via transmitter-
gated ion kanalen die daardoor open gaan → instroom natrium en uitstroom kalium
4:
Welke poorten in welke mate opengaan hangt af van het type neurotransmitter (inhiberend of excitatorisch).
Vervolgens moet weer een drempelwaarde worden gehaald om actiepotentiaal te creëren in volgend neuron
4
2
, 15-1-2019
Functie van neuronen:
Coderen van informatie in neuronen
Heftigheid actiepotentiaal is altijd Het aantal actiepotentialen
hetzelfde → spiking rate varieert wel
Type info wordt bepaald door input die
Neuronen die reageren op zelfde type
neuron ontvangt → output die neuron
info → gegroepeerd
zend
Functie van neuronen is dynamisch en kan veranderen
onder invloed van input en output
5
De grote organisatie van de hersenen
Grijze stof Witte stof
Ventrikels
(neurale cellichamen) (axonen en gliacellen)
Cerebrale cortex + Onder cerebrale cortex Hersenvocht
subcortex (cerebrospinal fluid
→ CSF)
Tracts: zenuwbundels
1. Associatietract → in hemisfeer (hersenhelft)
2. Commissuur (corpus callosum) → tussen hemisferen
3. Projectietract → tussen corticale en subcorticale
gebieden
Evolutionair hiërarchisch georganiseerd:
Nieuwe hersenstructuren zijn toegevoegd aan de oude hersenstructuren
Reptielenbrein = oud en ligt diep in het brein
Cortex (hersenschors) = nieuw en ligt bovenaan en meer vooraan in het brein
6
3
, 15-1-2019
Termen
Richting
Lateraal Mediaal
Richting Richting
buitenkant binnenkant
Ligging Doorsnedes
1. Verticaal door 2 hemisferen
1. Anterieur 1. Rostraal 1. Aan de voorkant 1. Coronaal
2. Verticaal door 1 hemisfeer
2. Posterieur 2. Caudaal 2. Aan de achterkant 2. Sagittaal
3. Verticaal tussen de hemisferen
3. Superieur 3. Dorsaal 3. Aan de bovenkant 3. Mediaal
(midline)
4. Inferieur 4. Ventraal 4. Aan de onderkant 4. Axiaal
4. Horizontaal
7
Organisatie grote hersenen → cerebrale cortex
Gyrus (gyri)
2 Vormen
Sulcus (sulci)
Neocortex
3 Lagen Mesocortex
Allocortex
Frontale lob • Tussen de lobben
Pariëtale lob • Prominent Alleen met
4 Lobben
Fissuren • Niet waarneembaar medische
(kwabben) Temporale lob → diep (bijv.: insula of apparatuur
Occipitale lob laterale fissuur: Sylvian)
Patroon van gyri en sulci
Cytoarchitectuur → Brodmann’s gebieden
3 Manieren
(spiraalvormig genummerd, 52 gebieden)
om gebieden
te duiden Verdeling op functie → sensorische- en
motorische gebieden
8
4