1. Natuursteen:
In welke groepen kunnen natuurstenen worden ingedeeld naar oorsprong. Leg kort uit geef
de verschillende onderverdelingen en geef telkens een voorbeeld.
Zie samenvatting H3
, 2. Hout:
wat is thermische modificatie? Wat is het doel? Hoe wijzigen de eigenschappen hierdoor?
Bij thermisch modificeren van hout wordt gebruik gemaakt van warmte om de
chemische structuur van hout te veranderen. Thermische behandeling resulteert in een
vermindering van het water opnemend vermogen van het celwandmateriaal. Hierdoor
neemt onder meer de hydrofobiciteit van het hout toe. Verlaging van het vochtgehalte
van het hout tijdens de gebruiksfase en de veranderde chemische structuur leiden tot
een verhoging van de weerstand ten opzichte van hout aantastende schimmels en
daarmee tot een verhoging van de duurzaamheid. Naast de verhoging van de
duurzaamheid en de dimensiestabiliteit kan ook kleurverandering een reden zijn om
hout thermisch te modificeren.
Als gevolg van een thermische behandeling kan het krimp-zwel-gedrag van het hout met
40 % tot 50 % gereduceerd worden. Nadeel is dat alle thermische modificatiemethoden
een verlies van mechanische eigenschappen van het hout veroorzaken
3. Brand:
a) Wat is flash-over en vlamterugslag?
Flash-over: het moment dat alles samen ineens in brand schiet.
Vlamterugslag: Als er plots grote hoeveelheden O2 worden toegevoegd in een O2 arme
en rook rijke omgeving(=> explosie)
b) leg uit brandreactie en brandweerstand in welke fase van de reactie spelen ze een rol?
- De brandreactie:
= eig’en die invloed hebben op ontstaan + ontwikkeling van brand
vnl belangrijk bij begin brand
gebruik materialen met goede brandreactie vermindert kans op ontstaan brand +
afremming ontwikkeling brand
kan omschreven worden als het geheel van eigenschappen van een
bouwmateriaal die betrekking hebben op het ontstaan en de ontwikkeling van
een brand. Men heeft het in deze context over brandbare, moeilijk brandbare,
onbrandbare materialen, ...
Speelt een rol in de groeifase.
- Brandweerstand: De brandweerstand van een bouwelement kan omschreven
worden als de tijdspanne waarin dit bouwelement zijn functie(s)
(scheidingsfunctie, dragende functie, brandweerstand en/of thermische isolatie)
op efficiënte wijze kan blijven uitoefenen in geval van brand.
Belangrijk na flash-over in de brandfase.