------ Kem----
---------- 574
------- Rotterdam
Advocatenkantoor -------- B.V.
T.a.v. mr. --------
---------------------------
----------- Rotterdam
Betreft: Adviesbrief omtrent slecht levensgedrag
Rotterdam, 9 januari 2024
Geachte mevrouw ---------,
Naar aanleiding van het reeds aangeleverde onderzoeksrapport zend ik u deze brief. In
deze brief zal ik advies geven over hetgeen dat in het onderzoeksrapport vermeld staat.
Het probleem
Uw kantoor ervaarde problemen in bestuurszaken, waarin gemeenten geen
exploitatievergunning verleenden op basis van het begrip ‘slecht levensgedrag’. U viel op dat
de gemeenten deze weigeringen baseerde op feiten en omstandigheden uit het verleden
van uw cliënten. Onder deze feiten en omstandigheden stonden ook feiten waarvoor uw
cliënten niet vervolgd waren of waarvoor uw cliënten vrijgesproken waren. U vond het
onduidelijk hoe het begrip ‘slecht levensgedrag’ ingevuld en getoetst werd in de praktijk. U
kwam naar mij toe met de vraag welke argumenten u aan zou kunnen dragen in een
procedure rondom het begrip ‘slecht levensgedrag’.
Onderzoek
Om tot het antwoord te komen heb ik onderzoek gedaan in verschillende rechtsbronnen. Ik
heb de wetgeving bestudeerd, jurisprudentie bekeken en gekeken hoe andere gemeenten
het begrip ‘slecht levensgedrag’ hebben ingevuld in lokale wetgeving. Tevens heb ik dossiers
van uw organisatie geanalyseerd en onderzocht. Op basis hiervan ben ik tot een
geraffineerd en helder antwoord gekomen.
Resultaten wetgeving
Uit de analyse van de relevante wetgeving ben ik tot het volgende gekomen. Indien iemand
een exploitatievergunning wil mag hij niet van slecht levensgedrag zijn. Dit begrip is
overgenomen uit artikel 8 Alcoholwet, dus voorwaarden van dit artikel blijven gelden. Tevens
geldt ook het bijbehorende Alcoholbesluit. Op basis van het Alcoholbesluit moet de
vergunningaanvrager, of de leidinggevende, voldoen aan de volgende voorwaarden:
- De leidinggevende is niet ter beschikking gesteld;
- De leidinggevende is niet in de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
gevangenisstraf van meer dan zes maanden;
- De leidinggevende is niet in de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
geldboete van € 500,00 of meer, of een veroordeling tot een andere hoofdstraf;
---------- 574
------- Rotterdam
Advocatenkantoor -------- B.V.
T.a.v. mr. --------
---------------------------
----------- Rotterdam
Betreft: Adviesbrief omtrent slecht levensgedrag
Rotterdam, 9 januari 2024
Geachte mevrouw ---------,
Naar aanleiding van het reeds aangeleverde onderzoeksrapport zend ik u deze brief. In
deze brief zal ik advies geven over hetgeen dat in het onderzoeksrapport vermeld staat.
Het probleem
Uw kantoor ervaarde problemen in bestuurszaken, waarin gemeenten geen
exploitatievergunning verleenden op basis van het begrip ‘slecht levensgedrag’. U viel op dat
de gemeenten deze weigeringen baseerde op feiten en omstandigheden uit het verleden
van uw cliënten. Onder deze feiten en omstandigheden stonden ook feiten waarvoor uw
cliënten niet vervolgd waren of waarvoor uw cliënten vrijgesproken waren. U vond het
onduidelijk hoe het begrip ‘slecht levensgedrag’ ingevuld en getoetst werd in de praktijk. U
kwam naar mij toe met de vraag welke argumenten u aan zou kunnen dragen in een
procedure rondom het begrip ‘slecht levensgedrag’.
Onderzoek
Om tot het antwoord te komen heb ik onderzoek gedaan in verschillende rechtsbronnen. Ik
heb de wetgeving bestudeerd, jurisprudentie bekeken en gekeken hoe andere gemeenten
het begrip ‘slecht levensgedrag’ hebben ingevuld in lokale wetgeving. Tevens heb ik dossiers
van uw organisatie geanalyseerd en onderzocht. Op basis hiervan ben ik tot een
geraffineerd en helder antwoord gekomen.
Resultaten wetgeving
Uit de analyse van de relevante wetgeving ben ik tot het volgende gekomen. Indien iemand
een exploitatievergunning wil mag hij niet van slecht levensgedrag zijn. Dit begrip is
overgenomen uit artikel 8 Alcoholwet, dus voorwaarden van dit artikel blijven gelden. Tevens
geldt ook het bijbehorende Alcoholbesluit. Op basis van het Alcoholbesluit moet de
vergunningaanvrager, of de leidinggevende, voldoen aan de volgende voorwaarden:
- De leidinggevende is niet ter beschikking gesteld;
- De leidinggevende is niet in de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
gevangenisstraf van meer dan zes maanden;
- De leidinggevende is niet in de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
geldboete van € 500,00 of meer, of een veroordeling tot een andere hoofdstraf;