Gebruikte literatuur: Leerboek dialyseverpleegkunde
• hoofdstuk 9: toegang tot de bloedbaan;
Onderscheid de verschillende toegangen tot de vaatbaan en geeft hierbij aan wat de voor-
en nadelen zijn.
Een toegang tot de bloedbaan moet aan een aantal criteria voldoen:
1. De bloed ow moet voldoende kunnen zijn.
2. De toegang moet goed bereikbaar en goed aan te prikken zijn.
3. De toegang moet voor langere tijd bruikbaar zijn.
4. De toegang mag geen aanleiding geven tot necrose of functieverlies.
Er zijn verschillende toegangen tot de bloedbaan mogelijk.
Inwendige toegang:
• arterioveneuze stel;
• radiocephalica stel;
• brachiocephalica stel;
• brachiobasilica stel;
• ulnabasilica stel;
• arteria femoralis met vena saphena magna (= Alvarez);
• diverse grafts: boviene, PFTE, polyurethaan.
Voordelen van een inwendige toegang tot de bloedbaan zijn:
• geen bewegingsbeperking;
• lange levensduur;
• minder kans op complicaties zoals stolling en infectie.
• geen zorg om traumata van een uitwendige shunt of katheter.
Nadelen van een inwendige toegang tot de bloedbaan zijn:
• pas een aantal weken na de aanleg te gebruiken;
• de patiënt moet elke keer worden aangeprikt (risico van misprikken, met als mogelijk gevolg
angst voor dialyse);
• mogelijk ontstaat tijdverlies doordat de prikgaatjes na dialyse dichtgedrukt moeten worden;
• lelijke onderarmen door sterk ontwikkelde vaten en littekenweefsel.
Uitwendige toegang (CVK):
• venafemoraliskatheter;
• Voordelen:
• direct na het inbrengen te gebruiken;
• geen opo ering van vaten;
• bijna geen immobilisatie bij het gebruik van de korte en/of soepele katheter;
• na verwijdering goed af te drukken.
• Nadelen:
• grote kans op infectie, bijvoorbeeld door de Escherichia coli-bacterie;
• immobilisatie bij het gebruik van de lange/stugge katheter.
• venajugulariskatheter;
• Voordelen:
• direct na het inbrengen te gebruiken;
• geen opo ering van vaten;
• kan langdurig gebruikt worden;
• patiënt heeft een redelijke bewegingsvrijheid;
• patiënt kan ermee naar huis.
• Nadelen:
• infectiegevaar;
• kans op luchtembolie;
• kans op intimahyperplasie of trombose;
flff fi fififi fi