WORK
Module: Observeren en Rapporteren
15 NOVEMBER 2023
,Voorwoord.
Mijn naam is David Gebhardt en ik ben 31 jaar. Ik ben geboren op 16 juni 1992 in Leiden. Ik
woon daar ook samen met mijn vriendin. In 2012 ben ik begonnen met de MBO niveau-4
opleiding “Pedagogische medewerker jeugdzorg” en in 2016 mocht ik mijn diploma in
ontvangst nemen. Na het behalen van mijn diploma ben ik bij Cardea in Leiden gaan werken.
Dit is een organisatie waar specialistische (opvoed-)hulp wordt geboden aan jongeren tot en
met 23 jaar. Denk aan ambulante hulp, het geven van een dagbesteding of trainingen en
cursussen. Ik was werkzaam op een dagbesteding afdeling waar we samen met jongeren
heel veel verschillende activiteiten deden. Houtbewerking of bijvoorbeeld muzieklessen
gaven we daar. Er was daar zelfs een soort interne fietsenmaker waar jongeren bezig
Konden zijn.
In Januari 2019 ben ik penitentiair inrichtingswerker (PIW) binnen de Penitentiaire inrichting
(PI) te Alphen aan den Rijn geworden. Hier begon ik te werken op een inkomsten afdeling in
het arrestanten regime. Arrestanten zijn in de gevangenis anders dan arrestanten bij de
politie. Arrestanten zijn personen die een straf, boete of bijvoorbeeld een maatregel hebben
en zich daaraan, om wat voor reden dan ook, onttrokken hebben. Bijvoorbeeld niet
terugkomen van een verlof vanuit detentie of niet voldoen aan de meldplicht die de rechter
heeft opgedragen. Als deze persoon dan bijvoorbeeld tijdens een verkeerscontrole naar
voren komt moet hij weer naar de gevangenis. Dan komt hij eerst in het “arrestanten” regime
voordat hij naar het “gevangenis” regime gaat.
Na één jaar op de inkomsten afdeling te hebben gewerkt ben ik overgegaan naar de Extra
zorgvoorziening (EZV) afdeling. Dit is een afdeling voor onder andere kwetsbare
gedetineerde die niet goed functioneren op een reguliere afdeling. Je moet dan denken aan
bijvoorbeeld lichamelijke of psychische problematieken. Op deze afdeling verblijven minder
gedetineerden waardoor wij meer structuur, zorg of bescherming kunnen bieden. Op de
EZV-afdeling werken we nauw samen met Psychologen (PSO), verpleegkundige van de
medische dienst en de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige (SPV). Deze disciplines zorgen
voor een passend bejegeningsadvies wat wij, de PIW’ers hanteren om de omgang met
bepaalde gedetineerde te optimaliseren. Enkele voorbeelden van bejegeningsadviezen
kunnen zijn: “Betrokkene ondersteunen om overprikkeling te voorkomen”, “Dagelijks
ventilerend/ondersteunend gesprek voeren: Hoe gaat het met betrokkene? “Betrekken bij
het dagprogramma, afleiding en bezigheden bieden, maar rust bieden wanner hij dit behoeft”
De Integrale opdracht is een onderdeel van de opleiding Social Work. In Fase 1 heb ik kennis gemaakt
met de plancyclus. Deze fase heb ik afgesloten met een integrale opdracht (fase 1). Tijdens fase 1 heb
ik laten zien dat ik een vraagstuk uit het werkveld kan beschrijven aan de hand van de eerste stap
van de plancyclus. Dit is de Oriëntatiefase. In deze fase heb ik een probleemanalyse gemaakt en op
basis hiervan een probleemdefinitie beschreven waarmee ik het probleem en achtergrond in kaart
heb gebracht.
1
,Samenvatting.
De observatie van Tom, een gedetineerde binnen de detentieomgeving, vond plaats tijdens
gezamenlijke momenten met medegedetineerden. Het doel was om inzicht te verkrijgen in zijn
verbale en non-verbale interactiepatronen. Deze observatie vond contextueel plaats binnen de
detentieomgeving, waarbij specifieke sessies werden aangewezen voor deze analyse.
Het zorgvuldig opgestelde observatieplan omvatte het monitoren van Tom's lichaamstaal, gebaren,
oogcontact en zijn betrokkenheid in verbale interacties tijdens deze gezamenlijke momenten. De
resultaten onthulden dat Tom voornamelijk non-verbale signalen vertoonde, met een nadruk op
(glim)lachen zonder oogcontact, wat kan wijzen op een zekere onzekerheid in sociale interacties. Zijn
verbale communicatie vertoonde voornamelijk reactieve patronen en vertoonde minimale
initiatieven.
De interpretatie van deze observatieresultaten suggereert dat Tom mogelijk worstelt met diepere
verbale interacties als gevolg van traumatische ervaringen of een complexe sociale voorgeschiedenis.
Het observatiebesluit benadrukt de noodzaak van gerichte interventies, waaronder sociale
vaardigheidstraining en individuele begeleiding. Deze interventies zijn ontworpen om Tom te
ondersteunen bij het vergroten van zijn zelfvertrouwen en het verbeteren van zijn verbale
communicatievaardigheden.
Deze observatie biedt waardevolle inzichten als fundament voor het voorgestelde interventieplan. Dit
plan is bedoeld om Tom te helpen bij het overwinnen van sociale hindernissen en om zijn vermogen
tot verbale interactie binnen de detentieomgeving te versterken, met als doel zijn sociale integratie
en welzijn te bevorderen.
1. Informatie Geobserveerde Persoon en Situatie: De observatie betrof Tom, een gedetineerde
binnen de detentieomgeving, en vond plaats tijdens gezamenlijke momenten met
medegedetineerden.
2. Observatiedoel, -vraag en -context: Het doel van de observatie was om inzicht te verkrijgen in de
verbale en non-verbale interactiepatronen van Tom tijdens deze gezamenlijke momenten binnen de
detentieomgeving. De observatie werd contextueel geplaatst binnen deze specifieke sessies.
3. Situering Observatie: De observatie betrof Tom's lichaamstaal, gebaren, oogcontact en zijn
betrokkenheid in verbale interacties tijdens deze gezamenlijke momenten.
4. Overzicht Observatieplan: Het observatieplan omvatte zorgvuldige monitoring van Toms
gedragingen tijdens deze specifieke situaties, gericht op het vaststellen van zijn interactiepatronen.
5. Observatieresultaat: De resultaten toonden aan dat Tom hoofdzakelijk non-verbale signalen
vertoonde, met een nadruk op (glim)lachen zonder oogcontact, wat mogelijk wees op een zekere
onzekerheid in sociale interacties. Zijn verbale communicatie was voornamelijk reactief en toonde
minimale initiatieven.
6. Observatie-interpretaties: Deze observatieresultaten suggereerden dat Tom mogelijk worstelt met
diepere verbale interacties als gevolg van traumatische ervaringen of een complexe sociale
voorgeschiedenis.
7. Observatiebesluit: Als gevolg van deze interpretaties werd de noodzaak van gerichte interventies,
zoals sociale vaardigheidstraining en individuele begeleiding, benadrukt. Deze interventies zijn
bedoeld om Tom te ondersteunen bij het verbeteren van zijn verbale communicatie en
zelfvertrouwen binnen de detentieomgeving.
2
, Inhoudsopgave
Voorwoord..............................................................................................................................................1
Samenvatting..........................................................................................................................................2
Inleiding..................................................................................................................................................4
1. Informatie geobserveerde persoon en situatie...................................................................................4
1.1. Identificatie geobserveerde persoon...........................................................................................4
1.2. Contactpersoon en gegevens.......................................................................................................4
1.3. Plaats en context geobserveerde persoon...................................................................................4
2. Observatiedoel, vraag en context.......................................................................................................4
2.1. Wie vraagt de observatie aan?.....................................................................................................4
2.2. Waarom observeren en welke vragen moet de observatie beantwoorden?...............................5
2.3. Verwachtingen aanvrager observatie...........................................................................................5
2.4. Verwachtingen observator...........................................................................................................5
2.5. Verwachtingen geobserveerde persoon......................................................................................5
3. Situering observatie............................................................................................................................6
3.1. Wie observeert daadwerkelijk....................................................................................................6
3.2. Tijdstop en duur van de observatie..............................................................................................6
3.3. Observatieplaats..........................................................................................................................6
4. Overzicht observatie...........................................................................................................................6
4.1. Wie en wat observeerde je?........................................................................................................6
4.2. Hoe is er geobserveerd................................................................................................................6
5. Observatieresultaat............................................................................................................................7
5.1. Observatieresultaten...................................................................................................................7
5.2. Soort observatiemeting...............................................................................................................7
6. Observatie-interpretaties....................................................................................................................7
6.1. Beschrijvende interpretatie.........................................................................................................7
6.2. Verklarende interpretatie............................................................................................................8
7. Observatiebesluit................................................................................................................................8
7.1. Besluit..........................................................................................................................................8
7.2. Advies..........................................................................................................................................8
7.3. Vervolgactie uit adviesgesprek.....................................................................................................9
Literatuurlijst........................................................................................................................................10
Bijlage 1. Werkplan...............................................................................................................................10
Bijlage 2. Dagprogramma.....................................................................................................................10
Bijlage 3. Overzicht Sociale interactie Tom...........................................................................................11
3