Door: Noor Schraverus
Dit zijn de eindtermen van kwestie 3: In hoeverre verandert het wezen van de mens door
onze omgang met techniek?
Hier een rij van alle eindtermen van kwestie 3. Zorg dat je na het leren van deze
samenvatting de eindtermen in eigen woorden kunt uitleggen.
, Andy Clark:
Mensen zijn natural-born cyborgs = we zijn wezens die van nature verstrengeld zijn met
objecten uit de omgeving. We worden geboren als een cyborg, een mens-technologie
hybride (deels mens van vlees en bloed en deels technologie). Mensen maken gebruik van
technieken, die we incorporeren(=deel maken van onze lichamelijke ervaring en daarmee
denkvermogen). Ook wanneer we geen gebruik maken van technische hulpmiddelen (bv
pacemaker), zijn we deels technologische wezens.
In de woorden van Plessner : we zijn van nature kunstmatig.
Volgens Clark is ons brein van nature goed in het gebruiken van de omgeving. Menselijke
informatieverwerking is vaak een combinatie van processen in het brein en activiteiten in de
buitenwereld. Bv. We kunnen pen en papier gebruiken om een som op te lossen. Dat heet
neuraal opportunisme: als onze hersenen een taak kunnen uitbesteden, dan doen ze dat
ook. Ons brein is van nature goed in het gebruiken van de omgeving.
Extented mind thesis= grenzen van geheugen zijn niet bepaald door huid en schedel;
informatie die we extern opslaan (bv agenda) is net zozeer onderdeel van het geheugen wat
intern is bijgehouden.
Interface is de schakel tussen twee systemen. (Bv. Toetsenbord die communicatie tussen
mens en computer mogelijk maakt.) Die communicatie tussen twee systemen moet simpel
en natuurlijk aanvoelen.
Dynamische apparaten zijn informatieapparaten die actief leren over de gebruiker en zich
aan de gebruiker aanpast. Denk aan een voor-jou pagina op sociale media. Een apparaat
wordt steeds vaardiger in het doen naar wat de gebruiker vraag.
Dit gebeurt ook in ons brein: onmiddellijke functionaliteit wordt verminderd en na een tijdje
vermindert de cognitieve inspanning voor bepaalde taken of bewegingen; je brein past zich
aan. Dit proces kan zich constant herhalen.
Het volgende blauwe stuk staat niet tussen de eindtermen, dus is geen CE stof en zal geen
vraag op je examen over worden gesteld. Toch de uitleg voor als het op je SE komt.
Voorhanden: als je wil weten wat een voorwerp is en hoe het eruit ziet, kan je er naar kijken
en het beschrijven. (welke materialen, gewicht, afmetingen)
Terhanden: je kan de functie van het voorwerp pas begrijpen zodra je hem ook gebruikt
4 mens-techniekrelaties:
1. Inlijvingsrelatie: (mens – techniek) -> wereld, mensen en techniek vormen een
eenheid, die een relatie heeft tot de wereld
Bv. Pen
2. Hermeneutische relatie: mens -> (techniek – wereld), mensen richten zich op manier
waarop techniek een relatie heeft met de wereld
Bv. Thermostaat
3. Alteriteitsrelatie: mens -> techniek (wereld), relatie tussen mens en techniek, wereld
niet van belang
Bv. AI
4. Achtergrondrelatie: Mens (techniek/wereld), techniek creëert een omgeving voor de
ervaring van mensen, zonder dat deze zelf ervaren wordt