,
,ELEKTROCARDIOGRAFIE
DE ELEKTROFYSIOLOGIE VAN DE HARTSPIERCEL
DE STUDENT KAN DE ELEKTROFYSIOLOGIE VAN DE HARTSPIERCEL BESCHRIJVEN.
ABSOBLUUT
POLARISATIEFASE DEPOLARISATIEFASE REPOLARISATIEFASE
REFRACTAIRE PERIODE
Hartspiercel in rust Bij prikkel Net na depolarisatie kan Neutralisatie door
Instroom van Na+ en Ca+ geen nieuwe afstoten K+ en Na +
depolarisatie ontstaan
Als K+ terug binnenkomt
= herstelfase
= vulnerabele fase → een
prikkel kan ritmestoornis
veroorzaken
IC: - geladen IC: + geladen IC: - geladen
EC: + geladen EC: - geladen EC: + geladen
DE ELEKTRISCHE GELEIDING IN HET HART
HET ELEKTRISCH GEBEUREN IN HET HART KUNNE N BESCHRIJVEN
ANATOMIE VAN HET HART
, GELEIDINGSSYSTEEM VAN HET HART = SOORTEN CELLEN
1) Nodale cellen
= bepalen de snelheid van de hartcontracties
→ komt voor in de sino-atriale en de atrioventriculaire knoop
2) Gangmakercellen
= nodale cellen waarin de drempelwaarde voor de eerste maak bereikt wordt
3) Geleidende cellen
= leiden de prikkel tot samentrekking naar het volledige myocard voort
SCHEMATISCHE VOORSTELLING
Elektrisch gebeuren
Elke spiercel die depolariseert geeft een klein elektrisch stroompje af. Hoe meer spiercellen waarin dit gebeurt,
hoe hoger het potentiaal is.
→ dit potentiaal is meetbaar
Het potentiaal loopt in volgende richting:
• Sinusknoop
• AV-knoop
• Bundel van His
• Linker- en rechterbundeltak
• Purkinjevezels