PERSONEN EN FAMILIERECHT
Academiejaar 2023-2024
Hogeschool Gent (HoGent)
Inhoudsopgave
Leerstuk 1: staat, bestaan, naam en woonplaats van natuurlijke personen......................3
1. De persoon.......................................................................................................................................... 3
2. de staat................................................................................................................................................ 3
2.1 Men verkrijgt de staat door:......................................................................................................... 3
2.2 Kenmerken van de staat van de persoon:....................................................................................3
2.3 Publiciteit...................................................................................................................................... 3
3. bestaan................................................................................................................................................ 3
4. naam............................................................................................................................................... 4
5. geslacht........................................................................................................................................... 5
6. woonplaats...................................................................................................................................... 5
7. burgerlijke stand............................................................................................................................. 6
Leerstuk 2: bekwaamheid van minderjarigen.................................................................7
1. basisbegrippen.................................................................................................................................... 7
Geldige rechtshandelingen................................................................................................................. 7
Nietigheid van ongeldige rechtshandelingen.....................................................................................7
Rechtsbekwaamheid en handelingsbekwaamheid............................................................................7
handelingsonbekwaamheid als uitzondering.....................................................................................7
2. handelings(on)bekwaamheid minderjarigen...................................................................................8
Vertegenwoordiging door ouder(s).................................................................................................... 8
Vertegenwoordiging door voogd........................................................................................................ 8
uitzonderingen op de algemene regel................................................................................................ 8
Leerstuk 3: handelings onbekwame meerderjarigen.....................................................10
Wie beschermd kan worden............................................................................................................. 10
Zorgvolmacht (= bijzondere lastgevingsovereenkomst)..................................................................10
, Bewind............................................................................................................................................... 12
Leerstuk 4: het huwelijk en andere samenlevingsvormen.................................................................14
De juridische betekenis van het huwelijk.........................................................................................14
wie mag wanneer, met wie en hoe trouwen......................................................................................14
Gevolgen van het huwelijk................................................................................................................ 15
Waaruit bestaat het huwelijksvermogen..........................................................................................16
einde van het huwelijk...................................................................................................................... 17
Het ongehuwd samenwonen............................................................................................................ 18
Leerstuk 5: afstamming....................................................................................................................... 19
Betekenis van de afstamming........................................................................................................... 19
Hoe wordt de wettelijke afstamming vastgesteld.............................................................................19
Vaststellen van de wettelijke afstamming........................................................................................19
De moederlijke afstamming............................................................................................................. 20
De vaderlijke afstamming................................................................................................................ 20
Afstamming van de meemoeder....................................................................................................... 22
De gevolgen van afstamming........................................................................................................... 23
Adoptieve afstamming...................................................................................................................... 24
Leerstuk 6: nationaliteit...................................................................................................................... 26
Betekenis van nationaliteit............................................................................................................... 26
Gevolgen van nationaliteit................................................................................................................ 27
Belgische nationaliteitswetgeving.................................................................................................... 27
hoe de belgische nationaliteit verwerven.........................................................................................28
Hoe verlies je de nationaliteit........................................................................................................... 34
,LEERSTUK 1: STAAT, BESTAAN, NAAM EN WOONPLAATS VAN
NATUURLIJKE PERSONEN
1. DE PERSOON
- Persoon = houder van rechten en plichten (= rechtssubject)
Natuurlijke personen: fysieke personen, alle mensen
Rechtspersonen: abstracte entiteit met eigen vermogen waaraan de wet een
afzonderlijke rechtspersoonlijkheid toekent
Kan niet handelen zonder natuurlijke personen
2 soorten groeperingen: mensen en eigendom
2. DE STAAT
= verschillende hoedanigheden die de rechtstoestand bepalen van een persoon
- art. 6 paragraaf 2 oud BW
2.1 MEN VERKRIJGT DE STAAT DOOR:
- rechtsfeiten = feit/gebeurtenis/handeling waaraan het recht rechtsgevolgen koppelt
ZONDER intentie (bv. leeftijd, geboorte)
wijzigen, doen ontstaan, doen verdwijnen, overdragen van subjectieve rechten
- rechtshandelingen = handeling die wordt gesteld met als doel rechtsgevolgen te
creëren bv. huwelijk of erkenning
wijzigen, doen ontstaan, doen verdwijnen, overdragen van subjectieve rechten
- gerechtelijke uitspraken (bv. echtscheiding, adoptie)
- de formele wet (bv. naturalisatie)
2.2 KENMERKEN VAN DE STAAT VAN DE PERSOON:
- Geldt vanaf het bestaan
- De eigen staat = evolutief + elementen van de staat zijn ook evolutief
- De regels zijn van openbare orde
2.3 PUBLICITEIT
- Via de burgerlijke stand of DABS (Databank Akten Burgerlijke Stand)
- Is van belang t.a.v. derden
3. BESTAAN
art. 328 § 3 oud BW: erkenning van een gewekt of overleden kind
art. 4.4 BW: bestaansvoorwaarden om te erven: pas gevolg als het kind levensvatbaar
is geboren
art. 4.137 BW: schenkingen/testament aan ongeboren kind: hebben pas gevolg als het
kind levensvatbaar is geboren
Het begin van het bestaan:
- = geboorte
- Geboorteaangifte bij wet vastgesteld (art. 42-44 oud BW)
- Uitzondering: ongeboren vrucht
, Hier kunnen enkelen maatregelen voor genomen worden in het belang van de
toekomstige persoon (zoals erkenning)
Kunnen enkel gevolg hebben als de persoon levend en levensvatbaar geboren
wordt
- Art. 326 oud BW: wettelijk tijdvak van verwekking (van 300 e dag t.e.m. 180e dag voor
geboorte)
Het einde van het bestaan:
- = overlijden
- Akte van overlijden (art. 55-56 oud BW)
- Uitzondering: overlijden van onbekende persoon (in belang van familieleden,
erfgenamen)
Wat als het bestaan niet meer zeker is?
1) Vermoeden van afwezigheid
- Art. 112 – 117 oud BW
- Vrederechtbank
- Beheer van goederen: aangestelde gerechtelijke bewindvoerder
2) Verklaring van afwezigheid
- Art. 118-124 oud BW : kan 5 jaar na vonnis vermoeden van afwezigheid of 7 jaar nadat
afwezige niets heeft laten horen
- Familierechtbank
- Procedure: uitspraak > griffier maakt afschrift > bekendmaking BS >
familierechtbank mag vonnis uitspreken één jaar na de bekendmaking > ambtenaar
van de burgerlijke stand maakt akte van afwezigheid op
- Indien gehuwd: blijft ontbonden
3) Gerechtelijke verklaring van overlijden
- Art. 126 & 131 oud BW : persoon die in levensbedreigende omstandigheden verdween,
indien lichaam niet kon worden teruggevonden of geen mogelijkheid tot identificatie
- Familierechtbank
- Beschikkend gedeelte vonnis: de inhoud van akte van overlijden moet vermeld staan
4. NAAM
4.1 functie van de naam
- minimale identificatie: mogelijkheid tot deelname aan het rechtsverkeer
- verschillende soorten namen
- openbare orde: vastheid van naam (art. 370/1 oud BW)
4.2 regels inzake familienaam
onenigheid: namen komen naast elkaar te staan in alfabetische volgorde
afstamming vader en moeder samen: de naam wordt gekozen door de ouders bij de
aangifte van de geboorte, dit kan de familienaam van de moeder of de vader zijn of de
combinatie van beide in een door hen gekozen volgorde
afstamming meemoeder en moeder samen: ideam
afstamming alleen vader: kind draagt de naam van de vader, blijft onveranderd indien
bijkomende afstamming
afstamming alleen moeder: kind draagt enkel de naam van de moeder, blijft
onveranderd indien bijkomende afstamming
Academiejaar 2023-2024
Hogeschool Gent (HoGent)
Inhoudsopgave
Leerstuk 1: staat, bestaan, naam en woonplaats van natuurlijke personen......................3
1. De persoon.......................................................................................................................................... 3
2. de staat................................................................................................................................................ 3
2.1 Men verkrijgt de staat door:......................................................................................................... 3
2.2 Kenmerken van de staat van de persoon:....................................................................................3
2.3 Publiciteit...................................................................................................................................... 3
3. bestaan................................................................................................................................................ 3
4. naam............................................................................................................................................... 4
5. geslacht........................................................................................................................................... 5
6. woonplaats...................................................................................................................................... 5
7. burgerlijke stand............................................................................................................................. 6
Leerstuk 2: bekwaamheid van minderjarigen.................................................................7
1. basisbegrippen.................................................................................................................................... 7
Geldige rechtshandelingen................................................................................................................. 7
Nietigheid van ongeldige rechtshandelingen.....................................................................................7
Rechtsbekwaamheid en handelingsbekwaamheid............................................................................7
handelingsonbekwaamheid als uitzondering.....................................................................................7
2. handelings(on)bekwaamheid minderjarigen...................................................................................8
Vertegenwoordiging door ouder(s).................................................................................................... 8
Vertegenwoordiging door voogd........................................................................................................ 8
uitzonderingen op de algemene regel................................................................................................ 8
Leerstuk 3: handelings onbekwame meerderjarigen.....................................................10
Wie beschermd kan worden............................................................................................................. 10
Zorgvolmacht (= bijzondere lastgevingsovereenkomst)..................................................................10
, Bewind............................................................................................................................................... 12
Leerstuk 4: het huwelijk en andere samenlevingsvormen.................................................................14
De juridische betekenis van het huwelijk.........................................................................................14
wie mag wanneer, met wie en hoe trouwen......................................................................................14
Gevolgen van het huwelijk................................................................................................................ 15
Waaruit bestaat het huwelijksvermogen..........................................................................................16
einde van het huwelijk...................................................................................................................... 17
Het ongehuwd samenwonen............................................................................................................ 18
Leerstuk 5: afstamming....................................................................................................................... 19
Betekenis van de afstamming........................................................................................................... 19
Hoe wordt de wettelijke afstamming vastgesteld.............................................................................19
Vaststellen van de wettelijke afstamming........................................................................................19
De moederlijke afstamming............................................................................................................. 20
De vaderlijke afstamming................................................................................................................ 20
Afstamming van de meemoeder....................................................................................................... 22
De gevolgen van afstamming........................................................................................................... 23
Adoptieve afstamming...................................................................................................................... 24
Leerstuk 6: nationaliteit...................................................................................................................... 26
Betekenis van nationaliteit............................................................................................................... 26
Gevolgen van nationaliteit................................................................................................................ 27
Belgische nationaliteitswetgeving.................................................................................................... 27
hoe de belgische nationaliteit verwerven.........................................................................................28
Hoe verlies je de nationaliteit........................................................................................................... 34
,LEERSTUK 1: STAAT, BESTAAN, NAAM EN WOONPLAATS VAN
NATUURLIJKE PERSONEN
1. DE PERSOON
- Persoon = houder van rechten en plichten (= rechtssubject)
Natuurlijke personen: fysieke personen, alle mensen
Rechtspersonen: abstracte entiteit met eigen vermogen waaraan de wet een
afzonderlijke rechtspersoonlijkheid toekent
Kan niet handelen zonder natuurlijke personen
2 soorten groeperingen: mensen en eigendom
2. DE STAAT
= verschillende hoedanigheden die de rechtstoestand bepalen van een persoon
- art. 6 paragraaf 2 oud BW
2.1 MEN VERKRIJGT DE STAAT DOOR:
- rechtsfeiten = feit/gebeurtenis/handeling waaraan het recht rechtsgevolgen koppelt
ZONDER intentie (bv. leeftijd, geboorte)
wijzigen, doen ontstaan, doen verdwijnen, overdragen van subjectieve rechten
- rechtshandelingen = handeling die wordt gesteld met als doel rechtsgevolgen te
creëren bv. huwelijk of erkenning
wijzigen, doen ontstaan, doen verdwijnen, overdragen van subjectieve rechten
- gerechtelijke uitspraken (bv. echtscheiding, adoptie)
- de formele wet (bv. naturalisatie)
2.2 KENMERKEN VAN DE STAAT VAN DE PERSOON:
- Geldt vanaf het bestaan
- De eigen staat = evolutief + elementen van de staat zijn ook evolutief
- De regels zijn van openbare orde
2.3 PUBLICITEIT
- Via de burgerlijke stand of DABS (Databank Akten Burgerlijke Stand)
- Is van belang t.a.v. derden
3. BESTAAN
art. 328 § 3 oud BW: erkenning van een gewekt of overleden kind
art. 4.4 BW: bestaansvoorwaarden om te erven: pas gevolg als het kind levensvatbaar
is geboren
art. 4.137 BW: schenkingen/testament aan ongeboren kind: hebben pas gevolg als het
kind levensvatbaar is geboren
Het begin van het bestaan:
- = geboorte
- Geboorteaangifte bij wet vastgesteld (art. 42-44 oud BW)
- Uitzondering: ongeboren vrucht
, Hier kunnen enkelen maatregelen voor genomen worden in het belang van de
toekomstige persoon (zoals erkenning)
Kunnen enkel gevolg hebben als de persoon levend en levensvatbaar geboren
wordt
- Art. 326 oud BW: wettelijk tijdvak van verwekking (van 300 e dag t.e.m. 180e dag voor
geboorte)
Het einde van het bestaan:
- = overlijden
- Akte van overlijden (art. 55-56 oud BW)
- Uitzondering: overlijden van onbekende persoon (in belang van familieleden,
erfgenamen)
Wat als het bestaan niet meer zeker is?
1) Vermoeden van afwezigheid
- Art. 112 – 117 oud BW
- Vrederechtbank
- Beheer van goederen: aangestelde gerechtelijke bewindvoerder
2) Verklaring van afwezigheid
- Art. 118-124 oud BW : kan 5 jaar na vonnis vermoeden van afwezigheid of 7 jaar nadat
afwezige niets heeft laten horen
- Familierechtbank
- Procedure: uitspraak > griffier maakt afschrift > bekendmaking BS >
familierechtbank mag vonnis uitspreken één jaar na de bekendmaking > ambtenaar
van de burgerlijke stand maakt akte van afwezigheid op
- Indien gehuwd: blijft ontbonden
3) Gerechtelijke verklaring van overlijden
- Art. 126 & 131 oud BW : persoon die in levensbedreigende omstandigheden verdween,
indien lichaam niet kon worden teruggevonden of geen mogelijkheid tot identificatie
- Familierechtbank
- Beschikkend gedeelte vonnis: de inhoud van akte van overlijden moet vermeld staan
4. NAAM
4.1 functie van de naam
- minimale identificatie: mogelijkheid tot deelname aan het rechtsverkeer
- verschillende soorten namen
- openbare orde: vastheid van naam (art. 370/1 oud BW)
4.2 regels inzake familienaam
onenigheid: namen komen naast elkaar te staan in alfabetische volgorde
afstamming vader en moeder samen: de naam wordt gekozen door de ouders bij de
aangifte van de geboorte, dit kan de familienaam van de moeder of de vader zijn of de
combinatie van beide in een door hen gekozen volgorde
afstamming meemoeder en moeder samen: ideam
afstamming alleen vader: kind draagt de naam van de vader, blijft onveranderd indien
bijkomende afstamming
afstamming alleen moeder: kind draagt enkel de naam van de moeder, blijft
onveranderd indien bijkomende afstamming