Hygiëne en infectiepreventie .................................................................................................................................................. 3
1) ziekenhuishygïene en infectiepreventie ..................................................................................................................... 3
2) zorginfecties ............................................................................................................................................................... 6
3) handhygiëne ............................................................................................................................................................... 9
4) reinigen, ontsmetting en sterilisatie......................................................................................................................... 13
5) algemene voorzorgsmaatregelen en isolatiemaatregelen ....................................................................................... 17
Microbiologie ......................................................................................................................................................................... 21
1) inleiding tot microbiologie ....................................................................................................................................... 21
2) pathogenese van infectieziekten .............................................................................................................................. 22
3) bacteriologie ............................................................................................................................................................. 24
4) Virologie ................................................................................................................................................................... 32
5) Parasitologie ............................................................................................................................................................. 33
6) Mycologie ................................................................................................................................................................. 37
7) Immuniteit ................................................................................................................................................................ 38
,Hygiëne en infectiepreventie
1) ZIEKENHUISHYGÏENE EN INFECTIEPREVENTIE
WAAROM?
• Elk jaar in België -> 50 000 verkeersongevallen => ziekenhuisinfecties dubbel zoveel
• Kwaliteit v infectiepreventie in Belgische ziekenhuizen -> vr verbetering vatbaar
• Verhoogde morbiditeit, verhoogde mortaliteit => extra kosten
• 30% te vermijden -> dr infectiecontrolemaatregelen
ZIEKENHUISINFECTIES
BEÏNVLOEDBARE FACTOREN
• Toenemend gebruik AB
• Stijging resistente kiemen
• Toename verzwakte patiënten
• Complexe diagnostiek en therapie
• Pt bewegen mr doorheen ziekenhuis
• Dr veel zorgverleners verzorgd worden -> kruisbesmetting
• Sneller en drukker tempo
GEVOLGEN
• kosten gemeenschap veel
• verlengd ziekenhuisverblijf
• verhoogde inname geneesmiddelen
• meer nood aan zorg
HYGIËNE
• = in stand houden vd gezondheid
• Gezondheid = toestand v optimaal lichamelijk, psychisch en sociaal welzijn
• In ziekenhuizen -> belang van infectiepreventie
ZIEKENHUISHYGIËNE
• = wetenschap die bestudeert hoe de gezondheid van patiënten die in het ziekenhuis verblijven, gevrijwaard
kan worden
• Patiënt kan schade op de 3 domeinen hebben -> fysiek, psychisch en sociaal
INFECTIEPREVENTIE
• Zorginfecties = ziekenhuisinfecties = infecties die nt bestonden op het ogenblik vd opname vd patiënt, maar die
hij verworven heeft tijdens zijn verblijf in de zorginstelling
• Infectiepreventiemaatregelen nemen
, HOSPITALISME
PSYCHOSOCIALE SCHADE
ONTSTAAN
• Ontstaat na langdurig verblijf in ziekenhuis
• Gedragsverandering bij de patiënt:
→ Verlies v contact met eigen sociale omgeving
→ Inactiviteit en verlies v zelfstandigheid
- Patiënten gedwongen tot rust en passiviteit
→ Gebruik v kalmerende en slaapmiddelen
- Slaapproblemen bij gehospitaliseerden
→ Zakelijke houding personeel en weinig huiselijke sfeer
→ Verlies vh persoonlijke
- Persoonlijke bezittingen beperkt
- Persoonlijke betrokkenheid -> maaltijden en kleding -> neemt af
- Gebeurtenissen met persoonlijk karakter -> dagelijks leven -> verdwijnen
→ Toestand v angst, hulpeloosheid en onwetendheid
- Angst vr pijn
- Angst vr mogelijk ongeneesbare aandoening
- Angst om zijn rol in maatschappij te verliezen
→ Verlies v toekomstperspectief
- Moeilijk te motiveren tot interesse vr de buitenwereld
→ Geluidshinder
- Lawaai
- Patiënt zich daaraan ergeren
RISICOGROEPEN
• Kinderen
→ Kind voelt zich in de steek gelaten
→ Angst en paniek ontstaan
→ Gedragsveranderingen
→ Aanmoedigen van ‘rooming in’ dr ouders
• Chronisch zieken
→ Langdurig ziek zonder uitzicht op herstel
→ Patiënt raakt sociaal geïsoleerd
→ Geconfronteerd met vraag nr zin vh lijden en zijn bestaan
→ Pt raakt ontmoedigd, depressief
• Psychiatrische patiënten
→ Verlies aan activiteit en interesse
→ Afhankelijkheid
→ Beletten patiënt -> deel te nemen -> sociale leven