Hoofdstuk 1. De klassieke rechtvaardigingstoets
De Normatieve problemen: enkele schijnbare oplossingen
Normatieve disciplines (ethiek, moraalfilosofie, politieke filosofie, rechtsfilosofie, recht) zoeken
oplossingen voor dergelijke problemen
Normatieve problemen: ‘wat is verplicht, toegelaten of verboden?’
- Gerelateerde normatieve problemen: sociale rollen en natuurlijike determinanten bepalend
o Mag een politicusverkeersregels overtreden?
o Mag een arts beroepsgeheim doorbreken?
- Ongerelateerde normatieve problemen: voor alles en iedereen
o Mag je gevangenen folteren?
o Mag je een wapen dragen?
Oplossen normatieve problemen
- Positief gesteld: argumenteren, openstaan voor kritiek,…
- Negatief gesteld: geloof en emoties vermijden
Geloof
Geloof door in regels opgelegd door God zorgt voor dilemma’s
- Socrates en Euthyphro: vader aangeven voor moord?
o het moreel verantwoorde is dat wat God vindt
o Dus God is een willekeurige mening?
o Nee. God leidt het af uit externe factoren
o Dus we hebben geen God nodig om ook deze mening te vormen?
o God is overbodig
Emoties
Emoties leiden vele standpunten: dit is slecht
- Leiden tot immorele toestanden: wraak, vergelding,…
- Geven geen normatief antwoord: probleem voor complexe discussies
- We moeten leren ratio gebruiken: John Dewey
o wetten a.d.h.v. motivering
o vonnis a.d.h.v motivering (Art. 149 GW)
Feitelijke toestand
Feiten zijn belangrijk voor normatieve antwoorden <-> niet louter feiten
- leidt tot naturalistische drogreden: David Hume ‘je leidt niet af uit wat is’
- omdat iets altijd zo is, betekent niet dat het goed is
- juridisch kader is niet de oplossing tot alles
Normatieve problemen: de rationale benadering
Voorbeelden van normatieve problemen