Hallo!, voor je ligt een oefentoets voor de Decentrale Selectie van geneeskunde aan
de UvA. Deze toets is opgesteld door twee geneeskundestudenten. Alle vragen zijn
gebaseerd op de studiestof en de kennistoets. De vragen zijn geformuleerd volgens
de vraagstelling die regulier wordt gebruikt voor de tentamenvragen. Zo proberen wij
jullie optimaal voor te bereiden op de Decentrale Selectie!
De toets bevat in totaal 75 oefenvragen INCLUSIEF de antwoorden.
60 vragen gaan over de studiestof. Daarnaast zijn er 15 vragen die jullie inzicht
kunnen geven op de tweede kennistoets.
Hieronder kunnen jullie 4 oefenvragen van de kennistoets inzien als voorproefje op
de oefentoets.
De vragen zijn niet op volgorde van de artikelen ingedeeld zoals dat ook niet op de
tentamens wordt gedaan!
Het antwoordmodel is ontworpen op een manier waarbij je precies weet uit welk
artikel, op welke pagina en onder welk kopje van dat artikel je het antwoord kunt
vinden. Hierdoor hoef je niet opnieuw te zoeken naar een bepaald onderwerp en
bespaar je kostbare tijd!!
Let op: Deze zelfgemaakte oefentoets is auteursrechtelijk beschermd. Ongeoorloofd
verspreiden, doorsturen of verkopen aan derden is ten strengste verboden en kan
leiden tot juridische stappen. Exclusief voor persoonlijk gebruik.
Daarnaast is het onwijs om oefenmateriaal door te sturen, aangezien dit de kansen
vergroot dat medekandidaten hier profijt aan hebben.
, 1.) Er bestaan verschillende conceptuele modellen voor het begrijpen en aanpakken van
overgewicht en obesitas bij kinderen.
Verbind de onderstaande modelnamen met de juiste beschrijvingen. Kies uit;
1. Het ontwikkelings cascade-model voor pediatrische obesitas
2. Het six c’s model
3. Het biopsychosociale model
4. Het ecologische systeemtheorie
Beschrijving A: Het bevat gedragstherapie en cognitieve gedragstherapie om positieve
nieuwe gewoonten en nieuwe gedachten te ontwikkelen omtrent eetgewoonten.
Beschrijving B: Het stelt verschillende risicofactoren van overgewicht en obesitas bij
kinderen vast door naar de verschillende intra-individuele kind kenmerken te kijken.
Beschrijving C: Het categoriseert de omgevingsfactoren zoals familie, gemeenschap,
samenleving, persoonlijke en erfelijke invloeden die bijdragen aan kinderobesitas en die
gelijktijdig kunnen optreden tijdens elke fase van de kinderontwikkeling.
Beschrijving D: Het richt zich op de samengevoegde gevolgen en verspreide effecten van
meerdere risico- en beschermende factoren voor obesitas die gelijktijdig kunnen optreden
tijdens elke fase van de kinderontwikkeling.
Beschrijving A → naam model………..
Beschrijving B → naam model ………..
Beschrijving C → naam model ………..
Beschrijving D → naam model ………..
2.) Welke van de volgende uitspraken wat betreft het tonen van empathie door de arts zijn
juist volgens het MI-model ? (Meerdere antwoorden zijn goed)
1. De arts moet beperkte advies geven aan de patiënt
2. De arts moet gesloten vragen stellen aan de patiënt.
3. De arts moet de patiënt vragen of hij/zij zelf mogelijke oplossingen kan bedenken.
4. De arts moet reflecteren op wat de patiënt gezegd heeft, zodat hij/zij zich begrepen
voelt.
3.) Hoeveel kilocalorieën bevat één kilogram vet?
A. 3400
B. 5000
C. 7600
D. 9000
4.) Welke van de onderstaande medicijnen kunnen obesitas veroorzaken?
(Meerdere antwoorden zijn goed)
A. Anti-epileptica
B. Progestagenen
C. Oestradiolen
D. Antihistaminen
E. Amoxicilline
F. Sulfonylureumderivaten