Bewegingswetenschappen
Inleiding
→ Het lichaam functineeet niet ip basis van bv. ‘hefimenn lanns e scapula ≠ teanspiet van
hefimen).
→ Ee is neen enkel ienaan at eechtsteeeks eeaneeet i/ zwaaetekeacht buiten het binneniie).
Alles eeaneeet tenelijk. Alle inweeken e keachten wie en neminimaliseee en veespeei .
Zwaaetekeacht ≠ iiezaak van klachten.
→ Ee kimen nieuwe inzichten ivee e invlie van eukken zials blie euk) en keachten in bv.
biten) i/ actviteit van nenen.
→ Hie kunnen we ins ‘ipeichtenn als e uitein elijke vectie van inze spieeen naae binnen en
bene en neeicht is?
Diie e evilutinaiee intwikkelinn v/ mens;
Evilute kan enkel bepeekinn van mateeiaal en eneenienebeuik beweekstellinnen;
Diie eechtip te kimen veemin ee e eneenie uitnave;
Rechtip kimen ≠ e iiezaak van klachten, eunpijn en miehei ;
We eichten ins ip ankzij bio-tensegrity Levin): Op macei niveau uwt ie ee been
bit) als een ‘hubn in een netweek van viie)ipnespannen spieeen het neheel in alle
eichtnnen. Ee intstaat een hele) steuctuue met blijven e mibiliteit en lisse
schaenieeneweichten.
→ Veeschil “caee” en “cuee” alle in eeweepen kunnen plaatsen in ee: functies, activitivitins,
partcvpatis, ixitirni facitorins, pireoonivke i facitorin.
Care = VZ
- Diel: ziveel minelijk bepeeken van na elen van ziekten, stiienissen en
bepeekinnen.
- Actviteiten: veepleninn, benelei inn en veezieninn5
- Instellinnen: nehan icaptenzien, thuiszien, iu eeenzien. Cheinische en
lann ueine zien)
Cure = nenezen
- Diel: het kimen tit nenezinn/bevie eeinn van heestel.
- Actviteiten: veepleninn, veezieninn5
- Instellinnen: alnemene ziekenhuizen, aca emische ziekenhuizen en
specialistsche klinieken.
,Leerprocessen en terminologie
zie cuesus p. 3 10)
Leerprocessen
“Alles wat een mens in eeneemt, wie t iie beweninn veewezenlijkt”
Om te bewenen ie eeeen maakt iieheen zijn leven een leerproces iie. Kennis en inzicht ivee
in ee elen v/h menselijk functineeen mieten stee s nezien wie en in het ka ee van
leeepeicessen.
→ Als ET week je als BEGELEIDER VAN LEERPROCESSEN bij ANDERE PERSONEN.
→ ‘Aanpassinnspeicessenn = euimee
→ Peimaiee bestaansmi us = ‘han elenn.
“The beain kniws nithinn abiut muscles”: interne- vs. externe motorische sturing
→ Interne sturing: bi. bai wirpin arm eitrie e in om him iti goovins, miit diziifdi epvirin aie
wanniir ki di bai iangit. Ji wirpit ZELF di bai wig.
→ Externe sturing: bi. iai iangin arm eitrie e in om him op iti iangins, moitorvie in di
gibruve iti epvirin wordin door ixitirni prve e iie gieituurd.
Besluit: e aem wie t twee keee exteenal eive en innee eive) nesteekt met anatimisch nezien
ezelf e spieeen, maae neueilinsch nezien, an eee peicessen.
1. Rifixithiorvi
2. Hvërarchvechi ithiorvi
3. Moitor programma ithiorvi
4. Dynamvech actimodii
5. Syeitiimithiorvi
6. Ecoiogvech ithiorvi
7. Zombvi ian Ramachandran
8. Doorioiid biwigin
1. Reflextheorie =inbewust, inwillekeueine eeactes)
→ Rekrefeex (myoitatechi rifix/epvirepoiirifix)
Een spieespiel eenisteateappaeaatje in spieeen) eenisteeeet LENTE tiestan & LENGTE
veean eeinnen in een spiee.
‘Kniepeeseeflexn hameetje i/ knie slaan)
Knie teekt eeflexmatn samen iie een plitse eekkinn v/e spiee:
Wanneee at nutn blijkt te zijn im uw iel te beeeiken: reflex wortt
gesensitiseert meee nevielin nemaakt)
Onnutn: reflex wortt gehabitueert newiin aan wie en)
Bij een snelle iveeeekkinn zal e spiee eeflexmatn samenteekken en een kwetsuue
veeme en wie en.
→ Peesrefeex (piieorgaan rifix/Goigv appiraait rifix)
Bevin t zich i/ spieepees iveenann.
Meetappaeaat eenisteeeet SPANNING i/ pees: wie t veeiiezaakt iie passief aan een
pees te teekken if actef aan iezelf epees te teekken.
Zilann e spanninn newiin is en wijzint kan e spiee weten hie ze miet blijven weeken.
Teee neen eeflex ip: zi is het minelijk im meee en meee keacht ip te biuwen. Bv. nlas
vilnieten Spieespiel eenelt iik it fenimeen).
, Als e spanninn te neiit wie t, kimt ee eeflexmatn een intspanninn
→ Arthrokinematschex refee
‘Aetheisn = neweicht, ‘kinen = beweninn.
Meetappaeatuue ein het neweicht.
‘plastciteitn en ‘viemfuncten
Plastciteit kan ip veeschillen e niveaus intstaan:
Speiutnn: uitneiei van zenuwvezels. bv. na een letsel, if in ee invlie van
sensieische peikkelinn)
Netweeksteuctuue cinnectvitt): me e in ee invlie van speiutnn kunnen
nieuwe neueinale veebin innen neviem wie en.
Stnaps: e efcienct waaemee impulsen van e ene ip e an eee zenuwcel
wie en iveenebeacht kan tie if afnemen. Stnapsen kunnen nevielinee wie en
sensitsate) if juist afstimpen habituate).
Mileculaiee veean eeinnen binnen een neuein: DNA, RNA, peiteïnen.
Viemfuncte: zials iets neviem is functineeet het, en zials iets functineeet wie t
neviem .
→ ATNR,x STNR:x centralex refeeenx
STNR = Symmiitrvechi Tonvechi Nie Rifix: di nie vn ixitinevi giif eitrie e vng ian di
armin (vn buve ivg ki hoofd hifin).
ATNR = Aeymmiitrvechi Tonvechi Nie Rifix: e vke in naar ivne e giif eitrie e vng ian
ivne irarm in biins, in buvgvng richite.
2. Hiërarchische theorie
Tij ens e intwikkelinn ienaniseeen inze heesenen in een bepaal e vilnie e. Het ene niveau
controleert het antere.
Let ip: it nebeuet paeallel en niet in seeie. Dit mi el is eee ee een enkmi el. Alle in ee elen v/
heesenen intwikkelen zich immees tenelijkeetj .
→ Archi-niveau: aroueai (= aanwizvg/wae e ir zvkn) in rifixin.
→ Paleo-niveau: imoti in auitomatemin.
→ Neo-niveau: congnvties, fkni iaardvghidin in compiixi vnitiractie miit di omgiivng.
Vb. v/e ‘cinteileststeemn i/ heesenen is:
→ ARAS: Ascen eeen Retculaie Actveeen Ststeem.
→ DRAS: Descen eeen Retculaie Actveeen Ststeem.
Centeale keen = fiemati eetculaeis. Somatische en psychische alertheit zijn geooppelt (zich
uitreooen, oniooebollen, houting, staante lezen, enz…)
We maken van eze ‘intwikkelinnsvilnie e, eze hiëeaechie nin stee s nebeuik.
→ Top town cinitraai naar pirvfiir: inze kuitspieeen spannen inbewust eeest ip zi at we
niet imvallen als we inze aem hefen im iets te nemen.
→ Bottom up pirvfiir naar cinitraai: iezelf e ienanisate in inze heesenen nebaseee ,
stueen inze han zi at wij at kunnen nemen.
De heesenen bestaan uit twee helfen: links/eechts.
→ Linkeeheesenhelf = analttsch enkveeminen, het leeen en het in eeschei en.
→ Rechteeheesenhelf = emites, muziek en ceeateve kant.
Inleiding
→ Het lichaam functineeet niet ip basis van bv. ‘hefimenn lanns e scapula ≠ teanspiet van
hefimen).
→ Ee is neen enkel ienaan at eechtsteeeks eeaneeet i/ zwaaetekeacht buiten het binneniie).
Alles eeaneeet tenelijk. Alle inweeken e keachten wie en neminimaliseee en veespeei .
Zwaaetekeacht ≠ iiezaak van klachten.
→ Ee kimen nieuwe inzichten ivee e invlie van eukken zials blie euk) en keachten in bv.
biten) i/ actviteit van nenen.
→ Hie kunnen we ins ‘ipeichtenn als e uitein elijke vectie van inze spieeen naae binnen en
bene en neeicht is?
Diie e evilutinaiee intwikkelinn v/ mens;
Evilute kan enkel bepeekinn van mateeiaal en eneenienebeuik beweekstellinnen;
Diie eechtip te kimen veemin ee e eneenie uitnave;
Rechtip kimen ≠ e iiezaak van klachten, eunpijn en miehei ;
We eichten ins ip ankzij bio-tensegrity Levin): Op macei niveau uwt ie ee been
bit) als een ‘hubn in een netweek van viie)ipnespannen spieeen het neheel in alle
eichtnnen. Ee intstaat een hele) steuctuue met blijven e mibiliteit en lisse
schaenieeneweichten.
→ Veeschil “caee” en “cuee” alle in eeweepen kunnen plaatsen in ee: functies, activitivitins,
partcvpatis, ixitirni facitorins, pireoonivke i facitorin.
Care = VZ
- Diel: ziveel minelijk bepeeken van na elen van ziekten, stiienissen en
bepeekinnen.
- Actviteiten: veepleninn, benelei inn en veezieninn5
- Instellinnen: nehan icaptenzien, thuiszien, iu eeenzien. Cheinische en
lann ueine zien)
Cure = nenezen
- Diel: het kimen tit nenezinn/bevie eeinn van heestel.
- Actviteiten: veepleninn, veezieninn5
- Instellinnen: alnemene ziekenhuizen, aca emische ziekenhuizen en
specialistsche klinieken.
,Leerprocessen en terminologie
zie cuesus p. 3 10)
Leerprocessen
“Alles wat een mens in eeneemt, wie t iie beweninn veewezenlijkt”
Om te bewenen ie eeeen maakt iieheen zijn leven een leerproces iie. Kennis en inzicht ivee
in ee elen v/h menselijk functineeen mieten stee s nezien wie en in het ka ee van
leeepeicessen.
→ Als ET week je als BEGELEIDER VAN LEERPROCESSEN bij ANDERE PERSONEN.
→ ‘Aanpassinnspeicessenn = euimee
→ Peimaiee bestaansmi us = ‘han elenn.
“The beain kniws nithinn abiut muscles”: interne- vs. externe motorische sturing
→ Interne sturing: bi. bai wirpin arm eitrie e in om him iti goovins, miit diziifdi epvirin aie
wanniir ki di bai iangit. Ji wirpit ZELF di bai wig.
→ Externe sturing: bi. iai iangin arm eitrie e in om him op iti iangins, moitorvie in di
gibruve iti epvirin wordin door ixitirni prve e iie gieituurd.
Besluit: e aem wie t twee keee exteenal eive en innee eive) nesteekt met anatimisch nezien
ezelf e spieeen, maae neueilinsch nezien, an eee peicessen.
1. Rifixithiorvi
2. Hvërarchvechi ithiorvi
3. Moitor programma ithiorvi
4. Dynamvech actimodii
5. Syeitiimithiorvi
6. Ecoiogvech ithiorvi
7. Zombvi ian Ramachandran
8. Doorioiid biwigin
1. Reflextheorie =inbewust, inwillekeueine eeactes)
→ Rekrefeex (myoitatechi rifix/epvirepoiirifix)
Een spieespiel eenisteateappaeaatje in spieeen) eenisteeeet LENTE tiestan & LENGTE
veean eeinnen in een spiee.
‘Kniepeeseeflexn hameetje i/ knie slaan)
Knie teekt eeflexmatn samen iie een plitse eekkinn v/e spiee:
Wanneee at nutn blijkt te zijn im uw iel te beeeiken: reflex wortt
gesensitiseert meee nevielin nemaakt)
Onnutn: reflex wortt gehabitueert newiin aan wie en)
Bij een snelle iveeeekkinn zal e spiee eeflexmatn samenteekken en een kwetsuue
veeme en wie en.
→ Peesrefeex (piieorgaan rifix/Goigv appiraait rifix)
Bevin t zich i/ spieepees iveenann.
Meetappaeaat eenisteeeet SPANNING i/ pees: wie t veeiiezaakt iie passief aan een
pees te teekken if actef aan iezelf epees te teekken.
Zilann e spanninn newiin is en wijzint kan e spiee weten hie ze miet blijven weeken.
Teee neen eeflex ip: zi is het minelijk im meee en meee keacht ip te biuwen. Bv. nlas
vilnieten Spieespiel eenelt iik it fenimeen).
, Als e spanninn te neiit wie t, kimt ee eeflexmatn een intspanninn
→ Arthrokinematschex refee
‘Aetheisn = neweicht, ‘kinen = beweninn.
Meetappaeatuue ein het neweicht.
‘plastciteitn en ‘viemfuncten
Plastciteit kan ip veeschillen e niveaus intstaan:
Speiutnn: uitneiei van zenuwvezels. bv. na een letsel, if in ee invlie van
sensieische peikkelinn)
Netweeksteuctuue cinnectvitt): me e in ee invlie van speiutnn kunnen
nieuwe neueinale veebin innen neviem wie en.
Stnaps: e efcienct waaemee impulsen van e ene ip e an eee zenuwcel
wie en iveenebeacht kan tie if afnemen. Stnapsen kunnen nevielinee wie en
sensitsate) if juist afstimpen habituate).
Mileculaiee veean eeinnen binnen een neuein: DNA, RNA, peiteïnen.
Viemfuncte: zials iets neviem is functineeet het, en zials iets functineeet wie t
neviem .
→ ATNR,x STNR:x centralex refeeenx
STNR = Symmiitrvechi Tonvechi Nie Rifix: di nie vn ixitinevi giif eitrie e vng ian di
armin (vn buve ivg ki hoofd hifin).
ATNR = Aeymmiitrvechi Tonvechi Nie Rifix: e vke in naar ivne e giif eitrie e vng ian
ivne irarm in biins, in buvgvng richite.
2. Hiërarchische theorie
Tij ens e intwikkelinn ienaniseeen inze heesenen in een bepaal e vilnie e. Het ene niveau
controleert het antere.
Let ip: it nebeuet paeallel en niet in seeie. Dit mi el is eee ee een enkmi el. Alle in ee elen v/
heesenen intwikkelen zich immees tenelijkeetj .
→ Archi-niveau: aroueai (= aanwizvg/wae e ir zvkn) in rifixin.
→ Paleo-niveau: imoti in auitomatemin.
→ Neo-niveau: congnvties, fkni iaardvghidin in compiixi vnitiractie miit di omgiivng.
Vb. v/e ‘cinteileststeemn i/ heesenen is:
→ ARAS: Ascen eeen Retculaie Actveeen Ststeem.
→ DRAS: Descen eeen Retculaie Actveeen Ststeem.
Centeale keen = fiemati eetculaeis. Somatische en psychische alertheit zijn geooppelt (zich
uitreooen, oniooebollen, houting, staante lezen, enz…)
We maken van eze ‘intwikkelinnsvilnie e, eze hiëeaechie nin stee s nebeuik.
→ Top town cinitraai naar pirvfiir: inze kuitspieeen spannen inbewust eeest ip zi at we
niet imvallen als we inze aem hefen im iets te nemen.
→ Bottom up pirvfiir naar cinitraai: iezelf e ienanisate in inze heesenen nebaseee ,
stueen inze han zi at wij at kunnen nemen.
De heesenen bestaan uit twee helfen: links/eechts.
→ Linkeeheesenhelf = analttsch enkveeminen, het leeen en het in eeschei en.
→ Rechteeheesenhelf = emites, muziek en ceeateve kant.