Begrippenlijst
Les1
Zonneboog: schijnbare beweging van de zon aan de hemel in de loop van de dag
Macro klimaat: groot gebied op aarde waarbinnen eenzelfde klimaat heerst.
Klimaat: gemiddelde van de temperatuur en neerslag gedurende een periode van 30 jaar
Insolatie: hoeveelheid licht die op een stukje aardoppervlak invalt, en daarmee de
opwarming van het aardoppervlak rond de evenaar veel hoger is.
Loefzijde: zone op een berg waar het meest neerslag valt <-> Lijzijde
Lage druk: warme stijgende lucht <-> hoge druk: dalende lucht
Architectura: verhandeling over architectuur geschreven door Vitruvius en opgedragen aan
zijn beschermheer
Radiatie/Warmtestraling: warmte verspreidt zich via straling: een stof wordt opgewarmd
door een warmtebron zonder dat de bron en de stof elkaar raken. Wat zich tussen de stof en
de warmtebron bevindt warmt niet of nauwelijks op. (bv kampvuur)
Convectie/thermiek: warmtestroming in gassen en vloeistoffen die ontstaat door verschil in
dichtheid en dus in temperatuur. Het is de verticale voortplanting van warmte, waarbij de
warmste vloeistof/gas stijgt een de koudste daalt (bv ijsblokje in water)
Conductie: warmteoverdracht tussen 2 stoffen die met elkaar in contact zijn. Zonder dat die
stoffen bewegen. (bv hand op ijzeren staaf)
Thermische massa: vermogen van materie om warmte op te nemen en vast te houden
Thermische geleidbaarheid: materiaal constante die aangeeft hoe goed het materiaal
warmte geleidt, wordt ook gebruikt bij de wet van Fourier. Die coëfficiënt is afhankelijk van
de temperatuur, dichtheid en vochtgehalte.
Dampscherm: lucht die binnen stroomt kan niet zomaar naar buiten
Les2
Adobe: bouwmateriaal bestaande uit klei, zand, water en organische materialen zoals stro
en mest.
CEB: compressed earth blocks/leemsteen
Baksteen: aardesteen die gebakken wordt
Half steense muur: niet-dragende muur
1 steense muur: dubbel gemetste muur, wel dragend
Les1
Zonneboog: schijnbare beweging van de zon aan de hemel in de loop van de dag
Macro klimaat: groot gebied op aarde waarbinnen eenzelfde klimaat heerst.
Klimaat: gemiddelde van de temperatuur en neerslag gedurende een periode van 30 jaar
Insolatie: hoeveelheid licht die op een stukje aardoppervlak invalt, en daarmee de
opwarming van het aardoppervlak rond de evenaar veel hoger is.
Loefzijde: zone op een berg waar het meest neerslag valt <-> Lijzijde
Lage druk: warme stijgende lucht <-> hoge druk: dalende lucht
Architectura: verhandeling over architectuur geschreven door Vitruvius en opgedragen aan
zijn beschermheer
Radiatie/Warmtestraling: warmte verspreidt zich via straling: een stof wordt opgewarmd
door een warmtebron zonder dat de bron en de stof elkaar raken. Wat zich tussen de stof en
de warmtebron bevindt warmt niet of nauwelijks op. (bv kampvuur)
Convectie/thermiek: warmtestroming in gassen en vloeistoffen die ontstaat door verschil in
dichtheid en dus in temperatuur. Het is de verticale voortplanting van warmte, waarbij de
warmste vloeistof/gas stijgt een de koudste daalt (bv ijsblokje in water)
Conductie: warmteoverdracht tussen 2 stoffen die met elkaar in contact zijn. Zonder dat die
stoffen bewegen. (bv hand op ijzeren staaf)
Thermische massa: vermogen van materie om warmte op te nemen en vast te houden
Thermische geleidbaarheid: materiaal constante die aangeeft hoe goed het materiaal
warmte geleidt, wordt ook gebruikt bij de wet van Fourier. Die coëfficiënt is afhankelijk van
de temperatuur, dichtheid en vochtgehalte.
Dampscherm: lucht die binnen stroomt kan niet zomaar naar buiten
Les2
Adobe: bouwmateriaal bestaande uit klei, zand, water en organische materialen zoals stro
en mest.
CEB: compressed earth blocks/leemsteen
Baksteen: aardesteen die gebakken wordt
Half steense muur: niet-dragende muur
1 steense muur: dubbel gemetste muur, wel dragend