Bewegingswetenschappen
Het passieve bewegingsapparaat
• Beenderen en gewrichten
(spieren en pezen = actieve bewegingsapparaat)
1.1 Beenderen
• Ossa
Skelet bestaat uit 206 beenderen
Groepereing beenderen
• De schedel (cranium)
• Wervelkolom + borstkas (thorax)
• Schoudergordel (cingulum pectorale) + bovenste ledematen
• Bekkengordel (pelvis) + onderste ledematen
Osteologie = studie van het beenderstelsel
Functies van het skelet:
• Bescherming bieden aan organen
• Stevigheid geven aan lichaam
• Vorm geven aan het lichaam
• Hechtingsplek voor spieren
• Prodcutie van bloed
• Opslag van vet in pijpbeenderen
Skelet
Ventraal:
Dorsaal:
,soorten steunweefsels:
• Kraakbeen
• Botweefsel
Kraakbeen:
Minder sterk dan botweefsel, maar elastischer en glad. Laat beweeglijkheid toe
Bv. Kraakbeen in neus, in oorschelpen
Botweefsel:
Is stevig en minder elastisch dan kraakbeenweefsel. Zorgt voor stevigheid van het lichaam
Beenderen kunnen verbonden zijn door:
• Een gewricht (articulatio)
• Kraakbeen (verbinding costae-sternum)
• Vergroeiing (schedelbeenderen)
Samenstelling beenderen:
• botcellen (osteocyten)
• collageen
• minerale zouten
diafyse = wordt gevormd door de schacht van het pijpbeen (daarin beenmerg)
epifysen = beide gewrichtsuiteinden van het pijpbeen en zijn bedekt met
gewrichtskraakbeen
epifysairschijf zorgt voor de lengte groei!
lange pijpbeen is omgeven door periost (beenvlies): 2 lagen:
Binnenste laag:
• beenvormend laag
, • ligt tegen bot aan
• beenvormende cellen (osteoblasten)
• zorgt voor breedte groei en herstel van een botbreuk
buitenste laag:
• aanhechtingsplaats voor pezen en spieren
• dringen bloedvaten voor bot te voeden
• uitgerust met zenuwen (beenvliesontsteking)
in beenderen is er ook merg aanwezig (2 soorten )
geel beenmerg:
• vetmerg genoemd (97% vet)
• aangetroffen in mergholte
• dient voor opvulling van de tussenruimten
rood beenmerg:
• aangetroffen in de spleten van het spongieus bot
• belangrijkste bloedvormend orgaan van de mens
structuur van het beenoppervlak
• structuur afhankelijk van:
o omliggende weefsel
o externe krachten
• onderscheid tussen:
o effen vlakken
o verhevenheden
o verzakkingen
o openingen ( foramen)
1.1 beenderen
lange beenderen > pijpbeenderen > structurele steun
vb. femur, humerus, tibia, radius, ulna, fibula
korte beenderen
• zijn bijna dezelfde afmetingen in alle richtingen
• geen groeikaakbeenschijf
• bestaat uit spongieus bot
• hebben geen diafyse
• veel beweeglijkheid
vb. handwortelbeenderen, voet
platte beenderen
• grote oppervlakte en geringe dikte
• sposachtig bot
, • omgeven door binnenste en buitenste laag compact bot
vb. cranium, scapula, sternum
onregelmatige beenderen
• veel uitsteeksels
vb. borstwervel (vertebra thoracales), patella (knieschijf)
mechanische eigenschappen
elasticiteitsmodulus (young)
• maat voor stijfheid- en starheid van het bot
• mate van elasticiteit onder belasting
• formule
beenderen zijn anisotroop = dat de sterkte van het bod afhankelijk is van de richting waarin
het wordt belast
de mate waarin een bot wordt belast heeft invloed op de vervorming van het bot
wet van wolff
bot is dynamisch (kan veranderen)
botdensiteit wordt bepaald door:
• erfelijkheid
• geslacht
• ziekte
• mechanische belasting
bij 25-30j bereik je piekbotmassa = hoeveelheid botmineraal is maximaal > bot is volgroeid
jongeren die fysiek actief zijn zullen een hogere piekbotmassa hebben
aandoeningen
• fracturen
• beenvliesontsteking
• osteoporose
fracturen
• botbreuk
• onderbreking van het bot
• schade aan omliggende weefsels
• directe en indirecte breuk ( armen zetten bij vallen > schouder uit de kom)
oorzaken:
• inwerking grote krachte (val)
• herhaalde belasting ( vermoeidheids- of stressfractuur )
• ziekte ( osteoporose )
Het passieve bewegingsapparaat
• Beenderen en gewrichten
(spieren en pezen = actieve bewegingsapparaat)
1.1 Beenderen
• Ossa
Skelet bestaat uit 206 beenderen
Groepereing beenderen
• De schedel (cranium)
• Wervelkolom + borstkas (thorax)
• Schoudergordel (cingulum pectorale) + bovenste ledematen
• Bekkengordel (pelvis) + onderste ledematen
Osteologie = studie van het beenderstelsel
Functies van het skelet:
• Bescherming bieden aan organen
• Stevigheid geven aan lichaam
• Vorm geven aan het lichaam
• Hechtingsplek voor spieren
• Prodcutie van bloed
• Opslag van vet in pijpbeenderen
Skelet
Ventraal:
Dorsaal:
,soorten steunweefsels:
• Kraakbeen
• Botweefsel
Kraakbeen:
Minder sterk dan botweefsel, maar elastischer en glad. Laat beweeglijkheid toe
Bv. Kraakbeen in neus, in oorschelpen
Botweefsel:
Is stevig en minder elastisch dan kraakbeenweefsel. Zorgt voor stevigheid van het lichaam
Beenderen kunnen verbonden zijn door:
• Een gewricht (articulatio)
• Kraakbeen (verbinding costae-sternum)
• Vergroeiing (schedelbeenderen)
Samenstelling beenderen:
• botcellen (osteocyten)
• collageen
• minerale zouten
diafyse = wordt gevormd door de schacht van het pijpbeen (daarin beenmerg)
epifysen = beide gewrichtsuiteinden van het pijpbeen en zijn bedekt met
gewrichtskraakbeen
epifysairschijf zorgt voor de lengte groei!
lange pijpbeen is omgeven door periost (beenvlies): 2 lagen:
Binnenste laag:
• beenvormend laag
, • ligt tegen bot aan
• beenvormende cellen (osteoblasten)
• zorgt voor breedte groei en herstel van een botbreuk
buitenste laag:
• aanhechtingsplaats voor pezen en spieren
• dringen bloedvaten voor bot te voeden
• uitgerust met zenuwen (beenvliesontsteking)
in beenderen is er ook merg aanwezig (2 soorten )
geel beenmerg:
• vetmerg genoemd (97% vet)
• aangetroffen in mergholte
• dient voor opvulling van de tussenruimten
rood beenmerg:
• aangetroffen in de spleten van het spongieus bot
• belangrijkste bloedvormend orgaan van de mens
structuur van het beenoppervlak
• structuur afhankelijk van:
o omliggende weefsel
o externe krachten
• onderscheid tussen:
o effen vlakken
o verhevenheden
o verzakkingen
o openingen ( foramen)
1.1 beenderen
lange beenderen > pijpbeenderen > structurele steun
vb. femur, humerus, tibia, radius, ulna, fibula
korte beenderen
• zijn bijna dezelfde afmetingen in alle richtingen
• geen groeikaakbeenschijf
• bestaat uit spongieus bot
• hebben geen diafyse
• veel beweeglijkheid
vb. handwortelbeenderen, voet
platte beenderen
• grote oppervlakte en geringe dikte
• sposachtig bot
, • omgeven door binnenste en buitenste laag compact bot
vb. cranium, scapula, sternum
onregelmatige beenderen
• veel uitsteeksels
vb. borstwervel (vertebra thoracales), patella (knieschijf)
mechanische eigenschappen
elasticiteitsmodulus (young)
• maat voor stijfheid- en starheid van het bot
• mate van elasticiteit onder belasting
• formule
beenderen zijn anisotroop = dat de sterkte van het bod afhankelijk is van de richting waarin
het wordt belast
de mate waarin een bot wordt belast heeft invloed op de vervorming van het bot
wet van wolff
bot is dynamisch (kan veranderen)
botdensiteit wordt bepaald door:
• erfelijkheid
• geslacht
• ziekte
• mechanische belasting
bij 25-30j bereik je piekbotmassa = hoeveelheid botmineraal is maximaal > bot is volgroeid
jongeren die fysiek actief zijn zullen een hogere piekbotmassa hebben
aandoeningen
• fracturen
• beenvliesontsteking
• osteoporose
fracturen
• botbreuk
• onderbreking van het bot
• schade aan omliggende weefsels
• directe en indirecte breuk ( armen zetten bij vallen > schouder uit de kom)
oorzaken:
• inwerking grote krachte (val)
• herhaalde belasting ( vermoeidheids- of stressfractuur )
• ziekte ( osteoporose )