SAMENVATTING LEREN ONDERWIJZEN (LLO SEMESTER 1 – NOA MACARIO)
LEREN ONDERWIJZEN: VOLLEDIGE SAMENVATTING
INHOUDSOPGAVE
HET BEROEPSPROFIEL VAN DE LEERAAR ........................................................................................................................................... 2
DE VLAAMSE ONDERWIJSSTRUCTUUR .............................................................................................................................................. 3
DOELSTELLINGEN................................................................................................................................................................................ 7
BEGINSITUATIE ................................................................................................................................................................................. 11
HOE LEREN MENSEN?....................................................................................................................................................................... 15
WERK-, GROEPERINGSVORMEN EN ONDERWIJSLEERMIDDELEN................................................................................................... 18
INSTRUCTIELESSEN ........................................................................................................................................................................... 21
PROBLEEMGERICHT WERKEN .......................................................................................................................................................... 25
DIDACTISCHE EVALUATIE ................................................................................................................................................................. 28
HET DIDACTISCH MODEL .................................................................................................................................................................. 33
1
, SAMENVATTING LEREN ONDERWIJZEN (LLO SEMESTER 1 – NOA MACARIO)
HET BEROEPSPROFIEL VAN DE LEERAAR
1. DOELSTELLINGEN
- Je kan de basiscompetenties van de leerkracht benoemen en staven met een aantal voorbeelden.
- Je kan de domein specifieke leerresultaten linken aan de basiscompetenties van de leraar lager onderwijs.
- Je toont bereidheid om via de opleidingsonderdelen te werken aan de opleiding specifieke leerresultaten.
2. DE LERAAR: EEN GEKEND BEROEP
Positief: iedereen kent het beroep uit eigen ervaringen en eigen onderwijsloopbaan.
Negatief: normatief beeld dat gevormd en geformuleerd wordt vanuit het perspectief van de leerling
➔ Dynamisch karakter
3. BEROEPSPROFIEL VAN DE LERAAR
- Besluit van de Vlaamse regering
- Ideaalbeeld van hoe de “opdracht van een leerkracht” er zou moeten uitzien
- Basiscompetenties voor drie lerarentypen (LKO, LLO, LSO)
4. KWALITEITSCONTROLE IN DE LERARENOPLEIDING
Student LLO moet bij het afstuderen over bepaalde competenties beschikken. Ook moeten alle bachelor- en
masterstudenten learning outcomes of leerresultaten behalen. De basiscompetenties en leerresultaten lopen hand in hand.
a. Basiscompetenties geordend in typefuncties
De leraar als:
- Begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
- Opvoeder
- Inhoudelijk expert
- Organisator
- Innovator en onderzoeker
- Partner van ouders/verzorgers
- Lid van de schoolgemeenschap
- Partner van externen
- Lid van de onderwijsgemeenschap
- Cultuurparticipant
b. Domein specifieke leerresultatenkader
Kwaliteitscontrole in het hoger onderwijs:
- Domein specifieke leerresultaten: bepalen van resultaten per opleiding
- Lerarenopleiding sterk gelijklopend met basiscompetenties
o Geven het startniveau van de leraar weer
De kaders worden gebruikt:
- Om hun curriculum of opleidingsprogramma vorm te geven
- Overheid controleert de leerresultaten
- Onderwijsvisitatie
Opleiding specifiek leerresultatenkader: dit is de manier
waarop de opleiding op de PXL de verschillende
competenties overzichtelijk tracht te bundelen.
2
, SAMENVATTING LEREN ONDERWIJZEN (LLO SEMESTER 1 – NOA MACARIO)
DE VLAAMSE ONDERWIJSSTRUCTUUR
1. DOELSTELLINGEN
- Je kan het Vlaamse onderwijslandschap in het kort schetsen en de belangrijkste principes van ons Vlaams
onderwijssysteem toelichten.
- Je kan aangeven hoe de Vlaamse onderwijsstructuur je rol als leerkracht beïnvloedt.
2. SITUERING
Onderwijsbevoegdheden horen bij de gemeenschappen (Vlaamse-, Franse- en Duitstalige gemeenschap).
➔ Vlaamse minister van onderwijs: Ben Weyts
Federale overheid:
- Leerplichtleeftijd
- Diplomavoorwaarden
- Pensioenen van het onderwijspersoneel
3. ALGEMENE PRINCIPES
a. Leerplicht
Alle kinderen hebben leerplicht.
- Vanaf 1 september van het jaar waarin het kind 5 jaar wordt
o 5-jarige kinderen hebben leerplicht van 290 halve lesdagen (enkel in de kleuterklas)
▪ Gem. schooljaar 320-330 halve lesdagen
▪ Leerplicht begint in de kleuterklas (1 jaar kleuterklas, sinds september 2020)
o Tot 18de verjaardag of 30 juni van het jaar waarin het kind 18 wordt
▪ 12% maakt secundair niet af
- Deeltijds leren kan vanaf 15 of 16 jaar
- Vrijstelling van leerplicht voor kinderen die onmogelijk onderwijs kunnen volgen
- Leerplichtonderwijs is kosteloos
o Enkel voor uitstappen kan geld gevraagd worden
o Max. factuur
▪ Kleuter: 45 euro
▪ Lager: 90 euro
▪ Voor meerdaagse uitstappen: niet meer dan 450 euro over de hele schoolcarrière
- Er is geen schoolplicht: kinderen kunnen thuisonderwijs volgen
o Onderwijsinspectie controleert
o Examens via examencommissie
b. Vrijheid van onderwijs
Vrijheid van onderwijs is vastgesteld in de grondwet. Het is het recht om onderwijs
te organiseren en hiervoor instellingen op te richten.
➔ Inrichtende macht
o Verantwoordelijk voor 1 of meerdere scholen
o Vrij in keuze onderwijsmethode en levensbeschouwing
o Eigen leerplan en lesrooster
o Zelf personeel aanstellen
- Erkenning en financiële steun door overheid
o Er zijn wel eisen rond ET, uitrusting, didactisch materiaal,….
Keuzevrijheid van de ouders: om een school naar keuze te vinden op redelijke afstand van de woonplaats.
c. Onderwijsnetten
Officieel onderwijs: scholen georganiseerd in opdracht van een overheid.
- De Vlaamse regering (Vlaamse gemeenschap)
- De provincies
- De steden en gemeenten
➔ Officieel onderwijs is verplicht tot (levensbeschouwelijke) neutraliteit
Vrij onderwijs: scholen die niet georganiseerd worden door een overheid, maar wel door privé-personen of privé-organisaties
3
, SAMENVATTING LEREN ONDERWIJZEN (LLO SEMESTER 1 – NOA MACARIO)
- Confessionele scholen (aan godsdienst gebonden)
- Niet confessionele schole
3 onderwijsnetten, met binnen elk net 1 of meer onderwijskoepels
1) GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO)
2) Officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)
3) Vrij onderwijs (VGO)
GO OGO VGO
Raad van het GO: verenigt alle scholen OVSG: verenigt alle scholen KOV: verenigt alle katholieke scholen
georganiseerd in opdracht van de georganiseerd door een OKO: verenigt vier kleinere koepels
Vlaamse gemeenschap gemeentebestuur *Enkele vrije scholen zijn niet
POV: verenigt alle scholen aangesloten bij een koepel
georganiseerd door een
provinciebestuur
*Vrij onderwijs: scholen georganiseerd
d. Organisatie schooljaar
Duur: 1 september – 31 augustus
Zomervakantie: 1 juli – 31 augustus
Lesweek:
- 28 lestijden van 50 minuten onderwijs en opvoedingsactiviteiten
- Lessen gelijkmatig verspreid over 5 dagen
- Woensdagnamiddag is vrij
4. ONDERWIJSSTRUCTUUR
a. Basisonderwijs
Kleuteronderwijs
- Instapmomenten voor kleuters tussen 2,5 en 3 jaar
- Vanaf 3 jaar geen vaste instapmomenten
- Extra jaar indien niet schoolrijp
Lager onderwijs
- Start meestal op 1 september van het schooljaar
waarin het kind 6 jaar wordt
- Schoolrijpheid
- Taalscreening voor instap (Koala)
- Extra schooljaren mogelijk tot 14 jaar
- Getuigschrift basisonderwijs voor wie de eindtermen
haalt
Buitengewoon basisonderwijs
- Buitengewoon kleuter- en lager onderwijs
- Toegang enkel mogelijk via een verslag van CLB
- Onderwijs onderverdeeld in types
4
LEREN ONDERWIJZEN: VOLLEDIGE SAMENVATTING
INHOUDSOPGAVE
HET BEROEPSPROFIEL VAN DE LEERAAR ........................................................................................................................................... 2
DE VLAAMSE ONDERWIJSSTRUCTUUR .............................................................................................................................................. 3
DOELSTELLINGEN................................................................................................................................................................................ 7
BEGINSITUATIE ................................................................................................................................................................................. 11
HOE LEREN MENSEN?....................................................................................................................................................................... 15
WERK-, GROEPERINGSVORMEN EN ONDERWIJSLEERMIDDELEN................................................................................................... 18
INSTRUCTIELESSEN ........................................................................................................................................................................... 21
PROBLEEMGERICHT WERKEN .......................................................................................................................................................... 25
DIDACTISCHE EVALUATIE ................................................................................................................................................................. 28
HET DIDACTISCH MODEL .................................................................................................................................................................. 33
1
, SAMENVATTING LEREN ONDERWIJZEN (LLO SEMESTER 1 – NOA MACARIO)
HET BEROEPSPROFIEL VAN DE LEERAAR
1. DOELSTELLINGEN
- Je kan de basiscompetenties van de leerkracht benoemen en staven met een aantal voorbeelden.
- Je kan de domein specifieke leerresultaten linken aan de basiscompetenties van de leraar lager onderwijs.
- Je toont bereidheid om via de opleidingsonderdelen te werken aan de opleiding specifieke leerresultaten.
2. DE LERAAR: EEN GEKEND BEROEP
Positief: iedereen kent het beroep uit eigen ervaringen en eigen onderwijsloopbaan.
Negatief: normatief beeld dat gevormd en geformuleerd wordt vanuit het perspectief van de leerling
➔ Dynamisch karakter
3. BEROEPSPROFIEL VAN DE LERAAR
- Besluit van de Vlaamse regering
- Ideaalbeeld van hoe de “opdracht van een leerkracht” er zou moeten uitzien
- Basiscompetenties voor drie lerarentypen (LKO, LLO, LSO)
4. KWALITEITSCONTROLE IN DE LERARENOPLEIDING
Student LLO moet bij het afstuderen over bepaalde competenties beschikken. Ook moeten alle bachelor- en
masterstudenten learning outcomes of leerresultaten behalen. De basiscompetenties en leerresultaten lopen hand in hand.
a. Basiscompetenties geordend in typefuncties
De leraar als:
- Begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
- Opvoeder
- Inhoudelijk expert
- Organisator
- Innovator en onderzoeker
- Partner van ouders/verzorgers
- Lid van de schoolgemeenschap
- Partner van externen
- Lid van de onderwijsgemeenschap
- Cultuurparticipant
b. Domein specifieke leerresultatenkader
Kwaliteitscontrole in het hoger onderwijs:
- Domein specifieke leerresultaten: bepalen van resultaten per opleiding
- Lerarenopleiding sterk gelijklopend met basiscompetenties
o Geven het startniveau van de leraar weer
De kaders worden gebruikt:
- Om hun curriculum of opleidingsprogramma vorm te geven
- Overheid controleert de leerresultaten
- Onderwijsvisitatie
Opleiding specifiek leerresultatenkader: dit is de manier
waarop de opleiding op de PXL de verschillende
competenties overzichtelijk tracht te bundelen.
2
, SAMENVATTING LEREN ONDERWIJZEN (LLO SEMESTER 1 – NOA MACARIO)
DE VLAAMSE ONDERWIJSSTRUCTUUR
1. DOELSTELLINGEN
- Je kan het Vlaamse onderwijslandschap in het kort schetsen en de belangrijkste principes van ons Vlaams
onderwijssysteem toelichten.
- Je kan aangeven hoe de Vlaamse onderwijsstructuur je rol als leerkracht beïnvloedt.
2. SITUERING
Onderwijsbevoegdheden horen bij de gemeenschappen (Vlaamse-, Franse- en Duitstalige gemeenschap).
➔ Vlaamse minister van onderwijs: Ben Weyts
Federale overheid:
- Leerplichtleeftijd
- Diplomavoorwaarden
- Pensioenen van het onderwijspersoneel
3. ALGEMENE PRINCIPES
a. Leerplicht
Alle kinderen hebben leerplicht.
- Vanaf 1 september van het jaar waarin het kind 5 jaar wordt
o 5-jarige kinderen hebben leerplicht van 290 halve lesdagen (enkel in de kleuterklas)
▪ Gem. schooljaar 320-330 halve lesdagen
▪ Leerplicht begint in de kleuterklas (1 jaar kleuterklas, sinds september 2020)
o Tot 18de verjaardag of 30 juni van het jaar waarin het kind 18 wordt
▪ 12% maakt secundair niet af
- Deeltijds leren kan vanaf 15 of 16 jaar
- Vrijstelling van leerplicht voor kinderen die onmogelijk onderwijs kunnen volgen
- Leerplichtonderwijs is kosteloos
o Enkel voor uitstappen kan geld gevraagd worden
o Max. factuur
▪ Kleuter: 45 euro
▪ Lager: 90 euro
▪ Voor meerdaagse uitstappen: niet meer dan 450 euro over de hele schoolcarrière
- Er is geen schoolplicht: kinderen kunnen thuisonderwijs volgen
o Onderwijsinspectie controleert
o Examens via examencommissie
b. Vrijheid van onderwijs
Vrijheid van onderwijs is vastgesteld in de grondwet. Het is het recht om onderwijs
te organiseren en hiervoor instellingen op te richten.
➔ Inrichtende macht
o Verantwoordelijk voor 1 of meerdere scholen
o Vrij in keuze onderwijsmethode en levensbeschouwing
o Eigen leerplan en lesrooster
o Zelf personeel aanstellen
- Erkenning en financiële steun door overheid
o Er zijn wel eisen rond ET, uitrusting, didactisch materiaal,….
Keuzevrijheid van de ouders: om een school naar keuze te vinden op redelijke afstand van de woonplaats.
c. Onderwijsnetten
Officieel onderwijs: scholen georganiseerd in opdracht van een overheid.
- De Vlaamse regering (Vlaamse gemeenschap)
- De provincies
- De steden en gemeenten
➔ Officieel onderwijs is verplicht tot (levensbeschouwelijke) neutraliteit
Vrij onderwijs: scholen die niet georganiseerd worden door een overheid, maar wel door privé-personen of privé-organisaties
3
, SAMENVATTING LEREN ONDERWIJZEN (LLO SEMESTER 1 – NOA MACARIO)
- Confessionele scholen (aan godsdienst gebonden)
- Niet confessionele schole
3 onderwijsnetten, met binnen elk net 1 of meer onderwijskoepels
1) GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO)
2) Officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)
3) Vrij onderwijs (VGO)
GO OGO VGO
Raad van het GO: verenigt alle scholen OVSG: verenigt alle scholen KOV: verenigt alle katholieke scholen
georganiseerd in opdracht van de georganiseerd door een OKO: verenigt vier kleinere koepels
Vlaamse gemeenschap gemeentebestuur *Enkele vrije scholen zijn niet
POV: verenigt alle scholen aangesloten bij een koepel
georganiseerd door een
provinciebestuur
*Vrij onderwijs: scholen georganiseerd
d. Organisatie schooljaar
Duur: 1 september – 31 augustus
Zomervakantie: 1 juli – 31 augustus
Lesweek:
- 28 lestijden van 50 minuten onderwijs en opvoedingsactiviteiten
- Lessen gelijkmatig verspreid over 5 dagen
- Woensdagnamiddag is vrij
4. ONDERWIJSSTRUCTUUR
a. Basisonderwijs
Kleuteronderwijs
- Instapmomenten voor kleuters tussen 2,5 en 3 jaar
- Vanaf 3 jaar geen vaste instapmomenten
- Extra jaar indien niet schoolrijp
Lager onderwijs
- Start meestal op 1 september van het schooljaar
waarin het kind 6 jaar wordt
- Schoolrijpheid
- Taalscreening voor instap (Koala)
- Extra schooljaren mogelijk tot 14 jaar
- Getuigschrift basisonderwijs voor wie de eindtermen
haalt
Buitengewoon basisonderwijs
- Buitengewoon kleuter- en lager onderwijs
- Toegang enkel mogelijk via een verslag van CLB
- Onderwijs onderverdeeld in types
4