1 Het contextueel referentiekader
Het contextueel referentiekader: veel gebruikt binnen de sector school- & pedagogische psychologie.
1.1 Grondlegger van het contextueel gedachtegoed: Böszörményi-Nagy
Ivan Böszörményi-Nagy of Nodzj (1920-2007):
• Hongaarse psychiater
• Geboren in Budapest
• Komt uit een juristenfamilie
• Vanaf 1950 in VS (basis klinisch werk met voornamelijk kinderen & jongeren)
• Begeleiding & behandeling van een individu: niet alleen het gezin betrekken, maar ook bredere
familiesystemen & vorige generaties → de context is meer dan alleen het gezin (bv. grootouders)
Intergenerationele benadering = individuele problemen worden begrepen uit zaken die in de lijn van
generaties worden doorgegeven.
➢ Sterk accent op de geschiedenis van een gezin + de manier waarop patronen zich door de
generaties heen herhalen
➢ Contextueel = problemen worden in de ‘context’ van familiegeschiedenis geplaatst
Nagy combineert:
• Psychoanalytische ideeën
• Systeemtheoretische invalshoek
→ ingebed in een existentialistische filosofie met een ethische dimensie:
• Overstijgt de gewone toetsbare theorievorming
• Zoals de 4de dimensie
1.2 Uitgangspunten en basisbegrippen uit het contextueel begeleiden
1.2.1 Vier dimensies
• Hulpverlening bij problematisch gedrag: drietal mogelijke drijfveren die onderling nauw
samenhangen maar waarvan meestal één doorslag geeft
o Drie drijfveren te onderscheiden, maar niet van elkaar te scheiden
• Contextuele visie voegt nog een vierde dimensie toe
o Alle 4 dimensies hebben invloed op relaties
tussen mensen → de vier dimensies van
relationele werkelijkheid
De 4 dimensies:
1. Feiten
2. De psychologie
3. De interacties
4. De relationele ethiek
1
,1.2.1.1 EERSTE DIMENSIE: DE FEITEN
• Belangrijke feiten die iemands leven beïnvloeden
o Objectieve gegevens die echt waar zijn & gebeurtenissen die in werkelijkheid hebben
plaatsgevonden
o Bv. geslacht, adoptie, ziekte of gezondheid, echtscheiding, … + etnische achtergrond &
sociaal economische omstandigheden (bv. opgroeien in tijden van oorlog of van recessie)
• Feiten zijn soms een belangrijke verklaring voor het gedrag
• Worden steeds geïnterpreteerd vanuit ieders eigen context → door die interpretatie kunnen de
feiten leiden tot bepaald gedrag
1.2.1.1.1 VERDELEND EN VERGELDEND ONRECHT
Sommige feiten zijn onrecht: gebeurtenissen of omstandigheden die een beschadigend effect op het leven
van een mens hebben.
2 soorten onrecht:
1. Verdelend onrecht
o Onrecht waaraan niemand direct schuld heeft of verantwoordelijk voor is
o Voorbeelden:
▪ Ziekte of overlijden
▪ Werkeloosheid met financiële of sociale consequenties
▪ Opgroeien in oorlogsgebied
▪ Moeten vluchten omwille van onveilige leefsituaties (migratie)
2. Vergeldend onrecht
o Het onrecht & leed dat mensen elkaar bewust of onbewust aandoen – er is iemand
verantwoordelijk voor wat er is gebeurd of aangedaan
o Voorbeelden:
▪ Misbruik
▪ Emotionele verwaarlozing
▪ Fysieke mishandeling
1.2.1.2 TWEEDE DIMENSIE: DE PSYCHOLOGIE
• Zuiver subjectief – objectieve feiten worden door individuele mensen op een verschillende manier
verwerkt & geïntegreerd in hun leven
• Doel = inzicht krijgen in de wijze waarop iemand de feiten verwerkt of verwerkt heeft & de gevolgen
daarvan voor de persoonlijkheidsontwikkeling
o ook: karakter, persoonlijkheid, verlangens, behoeften & overlevingsmechanismes
• Kennis vd (ontwikkelings)psychologie = noodzakelijke hulpbron
o Ontwikkelingsfasen, persoonlijkheidseigenschappen, afweermechanismen, egosterkte, …
• Belangrijke vragen:
o Hoe heeft iemand de feiten beleefd?
o Wat hebben deze met iemand gedaan?
o Hoe heeft iemand belangrijke gebeurtenissen verwerkt?
o Op welke wijze hebben feiten iemands psychische ontwikkeling beïnvloedt?
o Hoe denkt iemand over zichzelf, anderen & de wereld
o Wat speelt zich in het individu af?
2
,1.2.1.3 DERDE DIMENSIE: DE INTERACTIES
• Interactie- & communicatiepatronen binnen een gezinssysteem staan centraal
• Onderkennen van patronen van waarneembaar gedrag
o Voorbeelden:
▪ Gezinsstructuren
➢ Bv. een kind die thuis kan zijn hart luchten over bv. gepest te worden, zal een
andere outcome hebben dan een kind die thuis zijn hart niet kan luchten
▪ Systeemregels
➢ Regels in je gezin & het interactiepatroon bepaalt ook de outcome van een
gebeurtenis
▪ Feedbackmechanismen
➢ Wat heerst er in een gezin, bij wie kan je terecht, wie is er overheersend, …?
▪ Zondebokmechanismen
➢ Een kind heeft het altijd gedaan, krijgt altijd de schuld
▪ Coalitievorming
▪ Machtsstructuren
• Belangrijke vragen:
o Hoe gaat dit gezin met bepaalde feiten om?
o Hoe communiceren de betrokkenen met elkaar?
o Zijn emoties bespreekbaar?
o Wie bepaalt de regels en op welke manier?
o Zijn relaties gelijkwaardig of juist ongelijkwaardig?
o Welke rol nemen gezinsleden in?
o Is er een zondebok of iemand die voor de andere zorgt?
o Hoe is de relatie van een kind met de papa?
o Hoe is de relatie van een kind met de mama?
o Hoe zijn de onderlinge relaties tussen kinderen/ouders?
1.2.1.4 VIERDE DIMENSIE: DE RELATIONELE ETHIEK
• Op welke manier hebben de 1ste 3 dimensies een invloed gehad op de balans tussen geven &
ontvangen?
• Overstijgt dimensie vd gewone psychologie & psychotherapie
• Nagy veronderstelt dat het hoort bij ons ‘mens-zijn’ dat we op een loyale & betrouwbare manier
met elkaar omgaan
o ‘Zorgen voor een ander, draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde’
o Vooral bij familie- & gezinsleden
▪ Horen onverbrekelijk bij elkaar
▪ Zijn loyaal aan elkaar
• Kinderen hebben recht op zorg:
o Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen
o = existentieel bestaansrecht, geen juridisch recht
Nagy: veel therapieën zijn teveel gericht op persoonlijke groei & zelfrealisatie & hebben te weinig oog voor
winst vh zorgen voor een ander.
• Zorgen voor een ander draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde, iets betekenen voor een ander
verhoogt het welzijn
• Geven leidt tot winst in zelfwaarde & in het bestaan als mens
3
, Contextuele interventies zijn geënt op:
• Rechtvaardigheid van de relatie
• Het relationele evenwicht tussen het geven & ontvangen van gepaste zorg
o Loyaliteit
o Vertrouwen & betrouwbaarheid
o Verdienste & schuld
o Invloeden van vorige generaties gebruiken voor eigen levensproject → invloed op komende
generaties (= legaat)
▪ Kern van elke relatie: zoeken & in stand houden vh evenwicht tussen geven &
ontvangen
1.2.1.5 DE SAMENHANG TUSSEN DE VIER DIMENSIES
• Contextueel hulpverlener: analyse maken van 4 dimensies
o 1ste 3 dimensies verkennen in gesprek met de cliënt (intake- & onderzoeksfase)
▪ Daarna kijken welke consequenties die gegevens van elke dimensie hebben voor
balans tussen geven & ontvangen in het leven vd cliënt
• Dimensies zijn allemaal onderling met elkaar verbonden
o Dimensie van ethiek overkoepelt de andere drie & kleurt deze in
Begrippen vd vierde dimensie:
1. Loyaliteit
2. Roulerende rekening
3. Destructief recht
1.2.2 Loyaliteit
• Belangrijk contextueel begrip in de 4de dimensie → heeft een zijnskwaliteit
o Betekenis loyaal = trouw & betrouwbaar zijn, voor elkaar opkomen, er voor elkaar toe doen,
op basis van wederzijdse verplichtingen & verdiensten
• 2 soorten loyaliteit:
o Existentiële loyaliteit
o Verworven loyaliteit
4