MMS 1 samenvatting periode 8
Hoofdstuk 1
1.1 Commercieel = klantgericht zijn met als doel winst maken
1.2 De geschiedenis van economie:
1. Zelfverzorging voorzien in eigen behoefte → begin ruilhandel
2. Ambachtelijke periode ontstaan specialisatie → door de ruilhandel ontstond
geld
3. Productie-economie ontstaan industrialisatie/ massaproductie →
vraag > aanbod
4. Afzet economie meer concurrentie + ontstaan merkartikelen
5. Welvaartseconomie toename koopkracht, consument heeft macht →
begin marketing
6. Kritische welvaartseconomie naast de consument ook rekening houden met
maatschappelijke ontwikkelingen
24-uurs economie = door het internet kun je van over de hele wereld 24 uur per dag dingen
aanschaffen
1.3 Het begrip marketing (=aanbod afstellen op de vraag)
De volgende aandachtspunten zijn voor de marketinggerichte ondernemer van belang:
1. Marketing bedrijven op zowel korte als lange termijn
Continu proces, meegaan met ontwikkelingen, denken over de toekomst
2. Winst
De beloning voor je geleverde diensten of goederen
3. Het marketingconcept, marketing is een denkwijze
Consument is het uitgangspunt
4. De marketingactiviteiten
Marketinggerichte activiteiten uitvoeren. Onder te verdelen in 3 groepen:
• Doelgroepbepaling
• Doelgroeporiëntatie
• Doelgroep bewerking
1.4 De marketinginstrumenten
• Product (goederen of dienste)
• Prijs
• Personeel
• Promotie
o Reclame = massamedia, betaald
o Persoonlijk = verkoopgesprek
o Promotions = spaaracties
o P.R. = public relations → vooral gericht op publieksgroepen, leveranciers
▪ Interne PR: personeel + familie
▪ Externe PR’: afnemers.
• Plaats
o Locatie
o Interieur/exterieur
o Distibutievormen (hoe kom je aan het product?)
▪ Directe distributie = alleen via aanbieder zelf
▪ Indirecte distributie = alleen via tussenweg
▪ Duale distributie = beide
, 1.5 Goederen en diensten
Goederen zijn tastbaar en diensten niet, dit gaat vaak gepaard.
1.6 Kenmerken van dienstmarketing
• Ontastbaarheid
• Consumptie op het moment van productie
• De gast produceert mee
• Diensten zijn vergankelijk (=kun je niet opslaan)
• Diensten zijn persoonsgebonden
• Diensten zijn een optelsom van onderdelen
• Diensten zijn niet te testen
• De gast koopt slechts de verpakking van de dienst
1.7 In de toekomst
Zal de manier van marketing veranderen door
• De consument de interesses en manier van benadering verandering
• De concurrentie de concurrentie zal ook op veranderingen reageren
• Technologie je moet rekening houden met de technologische ontwikkelingen
Hoofdstuk 1
1.1 Commercieel = klantgericht zijn met als doel winst maken
1.2 De geschiedenis van economie:
1. Zelfverzorging voorzien in eigen behoefte → begin ruilhandel
2. Ambachtelijke periode ontstaan specialisatie → door de ruilhandel ontstond
geld
3. Productie-economie ontstaan industrialisatie/ massaproductie →
vraag > aanbod
4. Afzet economie meer concurrentie + ontstaan merkartikelen
5. Welvaartseconomie toename koopkracht, consument heeft macht →
begin marketing
6. Kritische welvaartseconomie naast de consument ook rekening houden met
maatschappelijke ontwikkelingen
24-uurs economie = door het internet kun je van over de hele wereld 24 uur per dag dingen
aanschaffen
1.3 Het begrip marketing (=aanbod afstellen op de vraag)
De volgende aandachtspunten zijn voor de marketinggerichte ondernemer van belang:
1. Marketing bedrijven op zowel korte als lange termijn
Continu proces, meegaan met ontwikkelingen, denken over de toekomst
2. Winst
De beloning voor je geleverde diensten of goederen
3. Het marketingconcept, marketing is een denkwijze
Consument is het uitgangspunt
4. De marketingactiviteiten
Marketinggerichte activiteiten uitvoeren. Onder te verdelen in 3 groepen:
• Doelgroepbepaling
• Doelgroeporiëntatie
• Doelgroep bewerking
1.4 De marketinginstrumenten
• Product (goederen of dienste)
• Prijs
• Personeel
• Promotie
o Reclame = massamedia, betaald
o Persoonlijk = verkoopgesprek
o Promotions = spaaracties
o P.R. = public relations → vooral gericht op publieksgroepen, leveranciers
▪ Interne PR: personeel + familie
▪ Externe PR’: afnemers.
• Plaats
o Locatie
o Interieur/exterieur
o Distibutievormen (hoe kom je aan het product?)
▪ Directe distributie = alleen via aanbieder zelf
▪ Indirecte distributie = alleen via tussenweg
▪ Duale distributie = beide
, 1.5 Goederen en diensten
Goederen zijn tastbaar en diensten niet, dit gaat vaak gepaard.
1.6 Kenmerken van dienstmarketing
• Ontastbaarheid
• Consumptie op het moment van productie
• De gast produceert mee
• Diensten zijn vergankelijk (=kun je niet opslaan)
• Diensten zijn persoonsgebonden
• Diensten zijn een optelsom van onderdelen
• Diensten zijn niet te testen
• De gast koopt slechts de verpakking van de dienst
1.7 In de toekomst
Zal de manier van marketing veranderen door
• De consument de interesses en manier van benadering verandering
• De concurrentie de concurrentie zal ook op veranderingen reageren
• Technologie je moet rekening houden met de technologische ontwikkelingen