BEGINSELEN VAN STRAFRECHT
HISTORIEK
BURGERRECHTELIJKE VERSUS STRAFRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID
HISTORIEK EN MAATSCHAPPELIJK KADER
1. HISTORISCH OVERZICHT
- Straffen is iets van alle tijden
- Er is altijd een manier geweest om te tonen dat men iets niet oke vindt en hoe men gaat straffen
- Archaïsche stelsels
o Oog om oog, tand om tand
Je hebt mij pijngedaan, dus ik mag jou ook pijn doen
o Verbod van eigenrichting
Heft in eigen handen nemen
o Horizontale relatie (vandaag de dag verticale relatie)
Er was niemand die helemaal bovenaan stond die straf bepaalde
Strijd, tweegevecht waar ze het gingen uitvechten
Vrij primitieve manier
o Recht van sterkste > gerechtigheid
Maatschappij die vrij gewelddadig was
61
, - Middeleeuwen
o Vanaf 13e E.: feodale vorsten bemiddelen => vrede
Verstedelijking begon meer een rol te spelen
Eigen grondgebied door vorsten die probeerde te bemiddelen
o Vermening Germaans gewoonterecht (accusatoir = horizontaal = tegensprekelijk) en Romeins canonieke recht
(inquisitoir = men gaat op onderzoek uit, op basis van vaststellingen stappen ondernemen, nadien mag je je
gaan verdedigen (accusatoir))
o Bewijslast bij beklaagde
Vandaag ligt dat bij het openbaar ministerie
Aantonen dat je bv. Geen heks was
o Willekeur
o Wrede straffen (lijfstraffen)
- De verlichting (17e – 18e eeuw)
o Meer rationeel naar dingen kijken (minder vanuit emoties)
o Onmenselijke behandelingen willen niet meer
o Reactie op excessen Ancien Régime
o Magna charta = burger beschermen tegen willekeurig overheidsoptreden.
Hoe?
Legaliteitsbeginsel = alles dat we nu bestraffen staat opgenomen in de wet
Subsidiariteitsbeginsel = indien we geen andere mogelijkheid zien, gaan we straffen
o Eerst op andere manieren proberen de situatie aan te pakken
Proportionaliteitsbeginsel = straffen zijn volgens de zwaarte van je misdrijf
o Reactie op excessen Ancien Régime
o Magna charta
o Codificatie van Napoleon = strafprocedure wordt duidelijk vastgelegd
Code d’instruction criminelle 1808
Code pénal 1810
- Huidig strafrecht
o Strafwetboek 1867
o Wetboek van strafvordering 1808
Voorstellen tot vernieuwing
Wijzigingen en uitholling door rechtspraak
2. WAAROM MOET MEN STRAFFEN?
- Theorieën over straffen:
o Klassieke leer:
1ste helft 19e eeuw
Recht op bestraffing: sociaal contract
Misdrijf = overtreding strafwet
Mens = rationeel, vrije wil, “goed en kwaad” - je weet wat goed en kwaad is, dus je mag gestraft
worden, om welke reden dan ook (bv. Cleptomanie is geen reden om te mogen stelen, want je weet
wat kan en niet kan, je bent een rationeel wezen, dus je wordt gestraft)
Zonder schuld geen straf
Doel straf was dat mensen gingen nadenken over wat ze gedaan hebben en tot inzicht
komen MAAR dit werkte niet
Straf hangt af van ernst misdrijf
Schade
Schuld dader
Vaste straffen
62