Hoofdstuk 5: het secundair
opvoedingsmilieu.
1. Ecologische werkwijze van Bronfenbrenner.
Ecologische visie op opvoeden: NIET HET INDIVIDU, MAAR DE OMGEVING
Wisselwerking tussen kind en zijn omgeving: ECOSYSTEEM
Microsysteem:
= Onmiddellijke omgeving.
Gevormd door gezin
Invloed van lokale omgeving, verschillende
instellingen: klas, buurthuis, sportclubs
Ook: vrienden
Mesosysteem:
= Onderlinge interacties tussen verschillende microsystemen
die het kind beïnvloeden.
Grotere organisatie-eenheden, teams, groepen…
Gezamenlijk tot besluit komen, respect tonen voor
elkaar
Vb. probleem op school
De leerkracht spreekt de mama aan, ze vormt een beeld en zal dit
gaan vertellen aan het kind. Dit heeft dus ook invloed op het kind.
Exosysteem:
= indirecte invloed van de ouders => KIND NIET AANWEZIG
Intermediair
Formele en informele structuren: maatschappelijke, economische, religieuze, politieke instellingen
SES: kinderen met een hogere sociale economische status worden vaker beter ondersteunt
Vb. moeder / vader wordt ontslagen: heeft een invloed op kind / opvoeding
Macrosysteem:
= gebeurtenissen en ontwikkelingen op nationaal en internationaal niveau.
Verst verwijderd
Beleid, innovatiestructuren …
Heersende ideologieën en culturen vb. politiek beleid, onderwijs: verschillende ministers leggen
verschillende accenten => impact op maatschappij => impact op kind (onrechtstreeks)
Chronosysteem:
= wisselwerking: verschillende systemen lopen in elkaar over en beïnvloeden elkaar
Doorkruist andere niveaus
KIND = ‘groeiende dynamische eenheid’
Chrono = tijd op zich die ook een grote invloed heeft op het kind en op de opvoeding
vb. maatschappelijke ontwikkelingen; maatschappij verandert continu
Ecologische overgangen = situaties waarbij positie en rol van persoon worden gewijzigd.
Vb. geboorte van kind; vrouw wordt mama, man wordt vader
1
, uniek mini-sociaal of ecosysteem
2. Maatschappelijke functies van de kinderopvang.
3 maatschappelijke functies – Vandenbroeck
2.1. Economische functie.
Noodzaak om de combinatie van arbeid en gezin te realiseren
Belang van een goed georganiseerde kinderopvang => welvaart
2.2. Pedagogische functie.
Meer aandacht voor opvoeding: kinderopvang complementair aan gezin
Eerste stappen naar de samenleving: sociale vaardigheden leren, verschillen in waarden en normen …
Prikkels en uitdagingen, experimenteren
2.3. Sociale functie.
Kinderopvang is middel om te streven naar sociaal rechtvaardige maatschappij (geen discriminatie)
Voor alle lagen van de bevolking
Laagdrempelige opvoedingsondersteuning
Organisatie kinderopvang: inspelen op kwetsbare groepen:
Kinderopvang gesubsidieerd per subsidietrap:
- Trap 0: geen subsidie
- Trap 1: basissubsidie
- Trap 2: subsidie inkomstentarief, dus met een prijs volgens het inkomen
- Trap 3: plussubsidie: prijs volgens inkomen, ondersteuning van en voorrang aan kwetsbare gezinnen
3. Functie van het onderwijs.
3.1. Kwalificatie.
Kwalificatie = het feit dat onderwijs kennis, vaardigheden en attitudes aanleveren die de kinderen en jongeren
kwalificeren om iets te doen. Dat kan heel specifiek zijn, maar ook heel algemeen.
School is de springplank naar participatie in economisch leven van jongs af aan
Talentgericht onderwijs (aanwakkeren van ‘ontdek-goesting’ => ‘leer-goesting’)
(Meer) schoolverlaters in coronatijden: horeca, toerisme en schoonheidsverzorging
Mismatch onderwijs en werkveld (Fons Leroy)
Weerkerende debatten
o Kloof onderwijs en arbeidsmarkt
o Cognitieve benadering versus muzische creatieve aspecten
Schoolresultaten en prestatiegerichtheid vaak op de voorgrond
Onderscheid effectieve en niet-effectieve scholen
3.2. Socialisatie.
Bijdragen aan de maatschappelijke integratie en cohesie
Burgerschapsvorming
Verwevenheid met gezinnen, jeugdbeweging, buurt …
Bijdragen aan de verbondenheid in de samenleving en aan verdraagzaamheid en
multiculturaliteit
Radicalisering
2
opvoedingsmilieu.
1. Ecologische werkwijze van Bronfenbrenner.
Ecologische visie op opvoeden: NIET HET INDIVIDU, MAAR DE OMGEVING
Wisselwerking tussen kind en zijn omgeving: ECOSYSTEEM
Microsysteem:
= Onmiddellijke omgeving.
Gevormd door gezin
Invloed van lokale omgeving, verschillende
instellingen: klas, buurthuis, sportclubs
Ook: vrienden
Mesosysteem:
= Onderlinge interacties tussen verschillende microsystemen
die het kind beïnvloeden.
Grotere organisatie-eenheden, teams, groepen…
Gezamenlijk tot besluit komen, respect tonen voor
elkaar
Vb. probleem op school
De leerkracht spreekt de mama aan, ze vormt een beeld en zal dit
gaan vertellen aan het kind. Dit heeft dus ook invloed op het kind.
Exosysteem:
= indirecte invloed van de ouders => KIND NIET AANWEZIG
Intermediair
Formele en informele structuren: maatschappelijke, economische, religieuze, politieke instellingen
SES: kinderen met een hogere sociale economische status worden vaker beter ondersteunt
Vb. moeder / vader wordt ontslagen: heeft een invloed op kind / opvoeding
Macrosysteem:
= gebeurtenissen en ontwikkelingen op nationaal en internationaal niveau.
Verst verwijderd
Beleid, innovatiestructuren …
Heersende ideologieën en culturen vb. politiek beleid, onderwijs: verschillende ministers leggen
verschillende accenten => impact op maatschappij => impact op kind (onrechtstreeks)
Chronosysteem:
= wisselwerking: verschillende systemen lopen in elkaar over en beïnvloeden elkaar
Doorkruist andere niveaus
KIND = ‘groeiende dynamische eenheid’
Chrono = tijd op zich die ook een grote invloed heeft op het kind en op de opvoeding
vb. maatschappelijke ontwikkelingen; maatschappij verandert continu
Ecologische overgangen = situaties waarbij positie en rol van persoon worden gewijzigd.
Vb. geboorte van kind; vrouw wordt mama, man wordt vader
1
, uniek mini-sociaal of ecosysteem
2. Maatschappelijke functies van de kinderopvang.
3 maatschappelijke functies – Vandenbroeck
2.1. Economische functie.
Noodzaak om de combinatie van arbeid en gezin te realiseren
Belang van een goed georganiseerde kinderopvang => welvaart
2.2. Pedagogische functie.
Meer aandacht voor opvoeding: kinderopvang complementair aan gezin
Eerste stappen naar de samenleving: sociale vaardigheden leren, verschillen in waarden en normen …
Prikkels en uitdagingen, experimenteren
2.3. Sociale functie.
Kinderopvang is middel om te streven naar sociaal rechtvaardige maatschappij (geen discriminatie)
Voor alle lagen van de bevolking
Laagdrempelige opvoedingsondersteuning
Organisatie kinderopvang: inspelen op kwetsbare groepen:
Kinderopvang gesubsidieerd per subsidietrap:
- Trap 0: geen subsidie
- Trap 1: basissubsidie
- Trap 2: subsidie inkomstentarief, dus met een prijs volgens het inkomen
- Trap 3: plussubsidie: prijs volgens inkomen, ondersteuning van en voorrang aan kwetsbare gezinnen
3. Functie van het onderwijs.
3.1. Kwalificatie.
Kwalificatie = het feit dat onderwijs kennis, vaardigheden en attitudes aanleveren die de kinderen en jongeren
kwalificeren om iets te doen. Dat kan heel specifiek zijn, maar ook heel algemeen.
School is de springplank naar participatie in economisch leven van jongs af aan
Talentgericht onderwijs (aanwakkeren van ‘ontdek-goesting’ => ‘leer-goesting’)
(Meer) schoolverlaters in coronatijden: horeca, toerisme en schoonheidsverzorging
Mismatch onderwijs en werkveld (Fons Leroy)
Weerkerende debatten
o Kloof onderwijs en arbeidsmarkt
o Cognitieve benadering versus muzische creatieve aspecten
Schoolresultaten en prestatiegerichtheid vaak op de voorgrond
Onderscheid effectieve en niet-effectieve scholen
3.2. Socialisatie.
Bijdragen aan de maatschappelijke integratie en cohesie
Burgerschapsvorming
Verwevenheid met gezinnen, jeugdbeweging, buurt …
Bijdragen aan de verbondenheid in de samenleving en aan verdraagzaamheid en
multiculturaliteit
Radicalisering
2