Organisatiekunde – samenvatting
HOOFDSTUK 1: inleiding
Organisatie = een sociaal systeem van bewust gecoördineerde activiteiten of krachten van 2 of meer
mensen + kent een zekere continuïteit
Soorten organisaties volgens doel (2):
o Organisaties
Profitorganisatie of onderneming
Doel = winst maken
Non-profit of social profit
Doel = niet winst maken (mag wel)
Voor de maatschappij
o Andere
Vereniging gericht op leden
Niet producten op de markt brengen
Soorten organisaties volgens rechtspersoonlijkheid (2):
o Organisaties met rechtspersoonlijkheid
Beperkte aansprakelijkheid
Vertegenwoordiging: de organisatie is aansprakelijk
Bv: NV, vzw, …
o Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid
Persoonlijke aansprakelijkheid
Bv: eenmanszaak, feitelijke vereniging, …
Evolutie
Organisatie komt van bureaucratie (Max Weber) = meest rationele organisatievorm
Kenmerken bureaucratie:
Duidelijke arbeidsverdeling
Hiërarchisch
Duidelijke regels
Formele relaties
Objectieve criteria voor carrière
1: rationele benadering (1900)
Frederick Winslow Taylor (19e-20e eeuw)
o Taylorisme: elke arbeider doet slechts een klein deel van het productieproces
o Bestudeerde organisaties vanuit taak arbeider
, o Vaststelling: arbeiders hebben verschillende werkwijzen
o Oplossing:
Alle taken analyseren
Verdelen in deeltaken
Elimineren van overbodige taken
Juiste gereedschap introduceren
o Efficiëntie (gestandaardiseerde werkwijze) is de enige beste manier
o Introductie lopende band massaproductie
Bv nadeel sociale sector: bepaald aantal dossiers per dag behandelen
Tegemoetkomingen aan rationele benadering:
o Taakverrijking (enrichtment) ↔ routinisering
Mensen krijgen verschillende taken met verschillende verantwoordelijkheid
o Taakverruiming (enlargement) ↔ doorgedreven splitsing
Mensen krijgen verschillende taken met dezelfde moeilijkheid &
verantwoordelijkheid
Functie ontwikkelen met verschillende taken die door 1 persoon worden uitgevoerd
Doel: eentonigheid werk doorbreken
o Jobrotatie ↔ vast takenpakket
Taken van dezelfde moeilijkheid worden verdeeld over verschillende mensen
taken worden vaak gewisseld
Bv: kassawerk in voormiddag, rekken vullen in de namiddag
Henri Fayol (19e-20e eeuw)
o Management = aparte taak in organisatie
o 5 basistaken manager:
Plannen: maken en bijsturen van een strategisch (ondernemings)plan
Organiseren: toewijzen van materiaal, middelen en personeel
, Leidinggeven: richtlijnen en opdrachten geven aan de medewerkers en mensen
motiveren
Coördineren: taken onderling afstemmen tussen verschillende diensten van de
organisatie
Controleren: beheersen, onder controle hebben
2: human relations benadering
Hawthorne studies (Elton Mayo)
o Hawthorne-effect
Betere werkomstandigheden
Aandacht & betrokkenheid van medewerkers
Nauwe opvolging van medewerkers
o Wat is belangrijk om mensen meer of minder te doen werken?
Informele groepsvorming
Soort leiderschap (= supportive supervision)
o Menselijke relaties staan centraal in organisatie
Douglas McGregor (20e eeuw)
Theorie X en theorie Y: 2 verschillende werkwijzen en visies van managers
o Theorie X
Mensen zijn van nature lui, ze willen niet werken, je moet achter hen zitten om te
werken
Controlerend, sturend, veel regels, weinig informatie en feedback
o Theorie Y
Werken is een natuurlijke activiteit voor mensen, medewerkers kunnen zichzelf
sturen
Meer ontspannen, geven meer vertrouwen en autonomie, zijn flexibeler
Uiteindelijk kunnen mensen zelf verantwoordelijkheid opnemen en creatief zijn
1960: evolutie van theorie X naar theorie Y
3: interdisciplinaire benadering
o Efficiëntie combineren met menselijke relaties: combinatie rationele benadering & human
relations benadering
o Interdisciplinair: inzichten uit verschillende disciplines
o Evidence based management professioneel oordeel op basis van best available evidence:
Wetenschap: onderzoeksresultaten
Stakeholders: waarden & belangen
Professional: expertise & ervaring
Organisatie: data & kenmerken
HOOFDSTUK 1: inleiding
Organisatie = een sociaal systeem van bewust gecoördineerde activiteiten of krachten van 2 of meer
mensen + kent een zekere continuïteit
Soorten organisaties volgens doel (2):
o Organisaties
Profitorganisatie of onderneming
Doel = winst maken
Non-profit of social profit
Doel = niet winst maken (mag wel)
Voor de maatschappij
o Andere
Vereniging gericht op leden
Niet producten op de markt brengen
Soorten organisaties volgens rechtspersoonlijkheid (2):
o Organisaties met rechtspersoonlijkheid
Beperkte aansprakelijkheid
Vertegenwoordiging: de organisatie is aansprakelijk
Bv: NV, vzw, …
o Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid
Persoonlijke aansprakelijkheid
Bv: eenmanszaak, feitelijke vereniging, …
Evolutie
Organisatie komt van bureaucratie (Max Weber) = meest rationele organisatievorm
Kenmerken bureaucratie:
Duidelijke arbeidsverdeling
Hiërarchisch
Duidelijke regels
Formele relaties
Objectieve criteria voor carrière
1: rationele benadering (1900)
Frederick Winslow Taylor (19e-20e eeuw)
o Taylorisme: elke arbeider doet slechts een klein deel van het productieproces
o Bestudeerde organisaties vanuit taak arbeider
, o Vaststelling: arbeiders hebben verschillende werkwijzen
o Oplossing:
Alle taken analyseren
Verdelen in deeltaken
Elimineren van overbodige taken
Juiste gereedschap introduceren
o Efficiëntie (gestandaardiseerde werkwijze) is de enige beste manier
o Introductie lopende band massaproductie
Bv nadeel sociale sector: bepaald aantal dossiers per dag behandelen
Tegemoetkomingen aan rationele benadering:
o Taakverrijking (enrichtment) ↔ routinisering
Mensen krijgen verschillende taken met verschillende verantwoordelijkheid
o Taakverruiming (enlargement) ↔ doorgedreven splitsing
Mensen krijgen verschillende taken met dezelfde moeilijkheid &
verantwoordelijkheid
Functie ontwikkelen met verschillende taken die door 1 persoon worden uitgevoerd
Doel: eentonigheid werk doorbreken
o Jobrotatie ↔ vast takenpakket
Taken van dezelfde moeilijkheid worden verdeeld over verschillende mensen
taken worden vaak gewisseld
Bv: kassawerk in voormiddag, rekken vullen in de namiddag
Henri Fayol (19e-20e eeuw)
o Management = aparte taak in organisatie
o 5 basistaken manager:
Plannen: maken en bijsturen van een strategisch (ondernemings)plan
Organiseren: toewijzen van materiaal, middelen en personeel
, Leidinggeven: richtlijnen en opdrachten geven aan de medewerkers en mensen
motiveren
Coördineren: taken onderling afstemmen tussen verschillende diensten van de
organisatie
Controleren: beheersen, onder controle hebben
2: human relations benadering
Hawthorne studies (Elton Mayo)
o Hawthorne-effect
Betere werkomstandigheden
Aandacht & betrokkenheid van medewerkers
Nauwe opvolging van medewerkers
o Wat is belangrijk om mensen meer of minder te doen werken?
Informele groepsvorming
Soort leiderschap (= supportive supervision)
o Menselijke relaties staan centraal in organisatie
Douglas McGregor (20e eeuw)
Theorie X en theorie Y: 2 verschillende werkwijzen en visies van managers
o Theorie X
Mensen zijn van nature lui, ze willen niet werken, je moet achter hen zitten om te
werken
Controlerend, sturend, veel regels, weinig informatie en feedback
o Theorie Y
Werken is een natuurlijke activiteit voor mensen, medewerkers kunnen zichzelf
sturen
Meer ontspannen, geven meer vertrouwen en autonomie, zijn flexibeler
Uiteindelijk kunnen mensen zelf verantwoordelijkheid opnemen en creatief zijn
1960: evolutie van theorie X naar theorie Y
3: interdisciplinaire benadering
o Efficiëntie combineren met menselijke relaties: combinatie rationele benadering & human
relations benadering
o Interdisciplinair: inzichten uit verschillende disciplines
o Evidence based management professioneel oordeel op basis van best available evidence:
Wetenschap: onderzoeksresultaten
Stakeholders: waarden & belangen
Professional: expertise & ervaring
Organisatie: data & kenmerken