DEELASPECT NEONATALE PERIODE COMMUNICATIE VAN AFFECTIVITEIT
0 – 1 MAAND VANAF 2 – 3 MAANDEN
Interesse in menselijke gezichten en stemmen Duidelijke verandering communicatief gedrag:
+ uiting door fronsen of openen van het gelaat • uitbreiding repertoire van gedrag
• meer samenhang tussen responsen en initiaties
Imiteren van gelaatsexpressies?
cognitieve / reflextheorie sociale interactie Mogelijkheid tot fixeren en focussen:
theorie interesse voor oogcontact
COMMUNICATIEF
VERMOGEN
Gebruik van gelaatsexpressies tijdens interacties Gebruik sociale glimlach om de omgeving te beïnvloeden.
+ eerste glimlach = basis hechte ouder-kind relatie
Ouders passen communicatie aan door overdrijven,
herhalen, vertragen en aanpassen van de stem
= SLOW MOTION
2 MAANDEN - vocaliseren in een toestand van ALERT
INACTIVITY
= geen sociaal gedrag!
FONOLOGIE 3 MAANDEN - VROEGE PROTOCONVERSATIE
initiatief wordt genomen door de volwassene ontstaan
beurtstructuur
, DEELASPECT PROTOCONVERSATIES ECHTE DIALOGEN
VANAF 6 MAANDEN VANAF 9 – 12 MAANDEN
Niet meer enkel interesse voor de gezichten en stemmen Primitieve vorm van conversatie
verschuiving aandacht naar voorwerpen (omgeving) = basis voor de verdere communicatie- en
taalontwikkeling
kind gaat steeds meer experimenteren met voorwerpen
MAAR kan zijn aandacht slechts op 1 zaak tegelijkertijd Indien het kind:
richten • JOINT ATTENTION
Volwassene richt aandacht op zichzelf door: • INTENTIONALITEIT EN WEDERZIJDSHEID
COMMUNICATIEF
• voorwerpen te benoemen waar het kind interesse in
VERMOGEN
toont
• routines abrupt te wijzigen
gecontroleerd VERASSINGSELEMENT
beheerst, ontstaan:
• PROTO-IMPERATIEF
GEVOLG vanaf 9 MAANDEN begint kind zelf initiatief te
nemen
• PROTO-DECLERATIEF
FONOLOGIE VOCAAL SPEL BRABBELEN en eerste vorm van INTONATIE