Neuroanatomie: structuur van het zenuwstelsel
▪ hersenen zoogdieren: zelfde opbouw
glad oppervlak bij kleinere dieren (‘lissencephalic’) of windingen (gyri, enk. gyrus) en groeven (sulci, enk.
sulcus) bij grotere zoogdieren (‘gyrencephalic’)
Kleine beestjes hebben gladde hersenopp, iets grotere hebben windingen en groeven.
Op kleiner volume meer hersenschors, meer neuronen.
Opbouw hersenen: in 3 grote delen;
2 hersenhelften (grote hersenen): daarachter kleine hersenen
Hersenstam bestaat uit 3 stukken, waarvan medulla is verbonden met
ruggenmerg
Rattenhersenen: offacory bulb hierbij groter dan bij mens, verwerkt
reukinformatie
Anatomische referenties
Orientatie kennen en kunnen toepassen
Sagitaal = van voor naar achter: Meestal maar de 1 hersenhelft
Midsagitaal is in het midden
Horizontaal of axial: meetal de 2 hersenhelften
Coronaal: coupe geeft 2 hersenhelften
Sagitaal: 1 hersenhelft zien
Horizontaal, coronaal en axiale, altijd 2 helften zien op coupe
HOOFDRICHTINGEN
Dorsaal : rug, info naar boven (bovenkant hersenen)
▪ unilateraal vs bilateraal Ventraal = buik info naar onder in hersenen (onderkant hersenen)
Rostraal: voorkant = anterior
▪ ipsilateraal vs contralateraal
Caudaal: naar achter toe = posterior
Mediaal: op middelijn hersenen
Lateraal = naar zijkant toe
• Unilateraal, aan 1 kant hersenen
• Bilateraal aan beide kanten, 2 hersenhelften
• Ipsilateraal = dezelfde kant
• Contralateraal = tegenovergestelde kant
Bij mensen anterieur en posterieur gebruiken
Dorsaal = bovenaan bij mensen
Ventraal of inferior = onderaan
Mediaal: binnenkant
, ▪ Opm: verschil tussen neurologische en radiologische conventie orientatie MRI beelden:
- neurologisch: linker hemisfeer = links
- radiologisch: linker hemisfeer = rechts
Taaloefening: linkeractivatie
Dit komt door neurologische en
radiologische conventie:
Chirurg staat aan kant hoofd,neuroloog
er ook naast. Hersencoupe doet, en je
kijkt er naar, als je van voorkant / of
bovenkant kijkt zal dit effectief linker
kant zijn.
Structuren Centraal Zenuwstelsel
– CZS omvat hersenen en ruggenmerg
– hersenen: 3 gemeenschappelijke delen bij zoogdieren:
- cerebrum (grote hersenen)
- cerebellum (kleine hersenen)
- hersenstam
▪ hemisferen van grote hersenen: ontvangen sensaties en controleren bewegingen van
contralaterale kant van lichaam (rechtse zijde)
▪ hemisferen van kleine hersenen: belangrijke rol in controleren bewegingen ipsilaterale kant lichaam
▪ hersenstam: meest primitieve deel en meest vitale deel:
- belangrijke rol in doorsturen informatie van grote hersenen naar kleine hersenen en ruggenmerg
en vice-versa
- regulatie vitale systemen (ademhaling, temperatuur, bewustzijn, etc.)
ruggenmerg
o perifeer zenuwstelsel:
- afferente axonen (dorsale wortel)
- efferente axonen (ventrale wortel)
perifeer zenuwstelsel: omvat somatisch (innervatie van spieren, gewrichten en huid) en
visceraal of autonoom (innervatie van organen, klieren en bloedvaten) zenuwstelsel
Dorsaal komt er informatie toe vanuit lichaam (bv tastlichamen) naar de hersenen, vanuit motorcortex komt
info terug en via. ventrale wortels naar spieren
Vertraal geef info af, aan het lichaam
Perifere zenuwel
Afferent info richting CZS sturen
Efferent sensrische info gaan richting spieren, zodat je die beweegt
Hersenkwabben (lobben)
Occiptal: voornamelijk visueel
Centale sulcus = belangrijke groeve
▪ hersenen zoogdieren: zelfde opbouw
glad oppervlak bij kleinere dieren (‘lissencephalic’) of windingen (gyri, enk. gyrus) en groeven (sulci, enk.
sulcus) bij grotere zoogdieren (‘gyrencephalic’)
Kleine beestjes hebben gladde hersenopp, iets grotere hebben windingen en groeven.
Op kleiner volume meer hersenschors, meer neuronen.
Opbouw hersenen: in 3 grote delen;
2 hersenhelften (grote hersenen): daarachter kleine hersenen
Hersenstam bestaat uit 3 stukken, waarvan medulla is verbonden met
ruggenmerg
Rattenhersenen: offacory bulb hierbij groter dan bij mens, verwerkt
reukinformatie
Anatomische referenties
Orientatie kennen en kunnen toepassen
Sagitaal = van voor naar achter: Meestal maar de 1 hersenhelft
Midsagitaal is in het midden
Horizontaal of axial: meetal de 2 hersenhelften
Coronaal: coupe geeft 2 hersenhelften
Sagitaal: 1 hersenhelft zien
Horizontaal, coronaal en axiale, altijd 2 helften zien op coupe
HOOFDRICHTINGEN
Dorsaal : rug, info naar boven (bovenkant hersenen)
▪ unilateraal vs bilateraal Ventraal = buik info naar onder in hersenen (onderkant hersenen)
Rostraal: voorkant = anterior
▪ ipsilateraal vs contralateraal
Caudaal: naar achter toe = posterior
Mediaal: op middelijn hersenen
Lateraal = naar zijkant toe
• Unilateraal, aan 1 kant hersenen
• Bilateraal aan beide kanten, 2 hersenhelften
• Ipsilateraal = dezelfde kant
• Contralateraal = tegenovergestelde kant
Bij mensen anterieur en posterieur gebruiken
Dorsaal = bovenaan bij mensen
Ventraal of inferior = onderaan
Mediaal: binnenkant
, ▪ Opm: verschil tussen neurologische en radiologische conventie orientatie MRI beelden:
- neurologisch: linker hemisfeer = links
- radiologisch: linker hemisfeer = rechts
Taaloefening: linkeractivatie
Dit komt door neurologische en
radiologische conventie:
Chirurg staat aan kant hoofd,neuroloog
er ook naast. Hersencoupe doet, en je
kijkt er naar, als je van voorkant / of
bovenkant kijkt zal dit effectief linker
kant zijn.
Structuren Centraal Zenuwstelsel
– CZS omvat hersenen en ruggenmerg
– hersenen: 3 gemeenschappelijke delen bij zoogdieren:
- cerebrum (grote hersenen)
- cerebellum (kleine hersenen)
- hersenstam
▪ hemisferen van grote hersenen: ontvangen sensaties en controleren bewegingen van
contralaterale kant van lichaam (rechtse zijde)
▪ hemisferen van kleine hersenen: belangrijke rol in controleren bewegingen ipsilaterale kant lichaam
▪ hersenstam: meest primitieve deel en meest vitale deel:
- belangrijke rol in doorsturen informatie van grote hersenen naar kleine hersenen en ruggenmerg
en vice-versa
- regulatie vitale systemen (ademhaling, temperatuur, bewustzijn, etc.)
ruggenmerg
o perifeer zenuwstelsel:
- afferente axonen (dorsale wortel)
- efferente axonen (ventrale wortel)
perifeer zenuwstelsel: omvat somatisch (innervatie van spieren, gewrichten en huid) en
visceraal of autonoom (innervatie van organen, klieren en bloedvaten) zenuwstelsel
Dorsaal komt er informatie toe vanuit lichaam (bv tastlichamen) naar de hersenen, vanuit motorcortex komt
info terug en via. ventrale wortels naar spieren
Vertraal geef info af, aan het lichaam
Perifere zenuwel
Afferent info richting CZS sturen
Efferent sensrische info gaan richting spieren, zodat je die beweegt
Hersenkwabben (lobben)
Occiptal: voornamelijk visueel
Centale sulcus = belangrijke groeve