Werkwoord spelling
Persoonsvorm herkennen
Werkwoord spellen? Eerst de vorm herkennen
persoonsvorm
voltooid deelwoord
tegenwoordig deelwoord
infinitief = het hele werkwoord
gebiedende wijs
bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van een werkwoord
PV
• de persoonsvorm is het werkwoord dat van tijd kan veranderen
• verander de tijd van de zin en het werkwoord dat mee verandert is de
persoonsvorm
Hij weet het niet. Hij wist het niet.
Joke wachtte lang. Joke wacht lang.
• er staan vaak meer persoonsvormen in één zin
Ik weet dat hij liegt als hij zegt dat hij kampioen is geworden.
NB als je het verschil in tijd niet hoort: vervang het werkwoord door een ander werkwoord
waarvan de stam niet eindigt op een d of t
Zij haten hem. Zij haatten hem.
Zij bekijken hem. Zij bekeken hem.
persoonsvorm in het meervoud: altijd het hele werkwoord
Die mensen kopen het boek dat wij zo mooi vinden.
persoonsvorm in het enkelvoud:
, - maak de stam: haal -en van het werkwoord af
stel daarna vast hoe je de ik-vorm schrijf
werken stam: werk ik-vorm: ik werk
beloven stam: belov ik-vorm: ik beloof
reizen stam: reiz ik-vorm: ik reis
Vervoeging persoonsvorm tt
ik stam bv. ik werk ik vind
jij/je stam+t bv. jij/je werkt jij/je vindt
hij, zij stam+t bv. hij werkt hij vindt
(het, men, je zus
jouw hond, het bord,
enz.!!)
Let op:
Als jij/je achter de persoonsvorm staat, dan schrijf je alleen de stam.
Bv. Werk jij/je? Vind jij/je?
Als je twijfelt, kun je op de plek van de persoonsvorm ‘lopen’ invullen. Dit helpt je vooral bij
werkwoorden waarvan de stam op een -d eindigt. Je hoort dan namelijk niet of er wel of niet
een -t achter de ik-vorm moet komen.
Persoonsvorm herkennen
Werkwoord spellen? Eerst de vorm herkennen
persoonsvorm
voltooid deelwoord
tegenwoordig deelwoord
infinitief = het hele werkwoord
gebiedende wijs
bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van een werkwoord
PV
• de persoonsvorm is het werkwoord dat van tijd kan veranderen
• verander de tijd van de zin en het werkwoord dat mee verandert is de
persoonsvorm
Hij weet het niet. Hij wist het niet.
Joke wachtte lang. Joke wacht lang.
• er staan vaak meer persoonsvormen in één zin
Ik weet dat hij liegt als hij zegt dat hij kampioen is geworden.
NB als je het verschil in tijd niet hoort: vervang het werkwoord door een ander werkwoord
waarvan de stam niet eindigt op een d of t
Zij haten hem. Zij haatten hem.
Zij bekijken hem. Zij bekeken hem.
persoonsvorm in het meervoud: altijd het hele werkwoord
Die mensen kopen het boek dat wij zo mooi vinden.
persoonsvorm in het enkelvoud:
, - maak de stam: haal -en van het werkwoord af
stel daarna vast hoe je de ik-vorm schrijf
werken stam: werk ik-vorm: ik werk
beloven stam: belov ik-vorm: ik beloof
reizen stam: reiz ik-vorm: ik reis
Vervoeging persoonsvorm tt
ik stam bv. ik werk ik vind
jij/je stam+t bv. jij/je werkt jij/je vindt
hij, zij stam+t bv. hij werkt hij vindt
(het, men, je zus
jouw hond, het bord,
enz.!!)
Let op:
Als jij/je achter de persoonsvorm staat, dan schrijf je alleen de stam.
Bv. Werk jij/je? Vind jij/je?
Als je twijfelt, kun je op de plek van de persoonsvorm ‘lopen’ invullen. Dit helpt je vooral bij
werkwoorden waarvan de stam op een -d eindigt. Je hoort dan namelijk niet of er wel of niet
een -t achter de ik-vorm moet komen.