Chirurgische zorg – diabetes: verpleegkundige interventies
Glycemiecontrole:
Goede diabetesregulatie is van cruciaal belang -> IEDERE pt moet aan glycemiecontrole doen
DM 1: 6x/dag
DM 2: voldoende 1 dag per week controleren
Streefwaarde:
→2 uur na de maaltijd: <180 mg/dl
→Voor maaltijd: 70-110 mg/dl
<60-70 mg/dl = hypoglycemie (hypo) = te weinig suiker in bloed
>180 mg/dl = hyperglycemie (hyper) = te veel suiker in bloed
Glycemieprik: klassiek
→Voor eten en voor slapengaan
→8u – 12 u -18u – 22u
→Vermoeden hypoglycemie
→Bij extra inspanning
Werkwijze:
→Glucosemeter, strips en een prikpen
Toestel droog en uit de zon bewaren
Vervaldatum controleren
Handen wassen voor je strips manipuleert
→Hoe prikken
Vingerprik
Handen wassen en drogen
NIET ontsmetten
Eventueel LICHT stuwen vanuit handpalm
Gebruik een prikpen
Alle vingers gebruiken
Prikpen aan zijkand vd vinger (diepte instellen!) en prikken
Bloeddruppen op teststrip, eerste druppel
Resultaat aflezen
Hou rekening met foutenmarge tot 10%
Advies: lancet elke keer vervangen, minimum dagelijks
→Bloeddruppel laten opzuigen!
→Testveld volledig bebloed!
Strips:
Testveld zelf best niet aanraken
Na gebruik doosje onmidelijk sluiten
Droog bewaren, op kamertemperatuur
Vervaldatum controleren
1
, Glycemiewaarden:
→Let op: 18mg/dl = 1 mmol/l
→Waarde meedelen aan pt
→Waarden noteren
→Pt betrekken bij aanpassingen
→Behandeling ifv gemeten waarden
→Afwijkende waarden in vraag stellen
→Belangrijk educatie-moment
Hyperglycemie:
= glycemie > 180 mg/dl
→Behandeling
Bijspuitschema’s indien insulinebehandeling, op voorschrift en enkel met ultra-snelwerkende insuline
Veel drinken
Braken kan wijzen op keto-acidose: steeds arts verwittigen
Hypoglycemie:
= glycemie < 60-70 mg/dl
→Behandeling:
Hypo voor maaltijd
o Snelle suikers innemen (3-4 druivensuikers of ¾ glas cola)
o Bij geen verbetering na 10 min herhalen (eerst meten)
o Bij verbetering na 10 min
▪ Indien nodig insuline spuiten
▪ Eten
Hypo tussen de maaltijden en ’s nachts:
o Maaltijd moet nog meer dan 1 u verwijderd zijn
o Snelle suikers
o Bij geen verbetering na 10 min herhalen (eerst meten)
o Bij verbetering na 10 min inname trage suikers
o Niet te veel eten – overcorrectie
Bij pt waarbij de glycemiewaarde zodanig laag is dat hij het bewustzijn verliest -> GEEN suiker oraal toedienen
Risico op slikpneumonie
De glucagen:
MOET door derden toegediend worden
Glucagen hypokit:
=Behandeling bij hypoglycemisch coma. Indien pt bij bewustzijn is, steeds oraal opsuikeren
→Mag door IEDEREEN worden toegediend
→Koel bewaren
→<25kg = ½ dosis
→Niet schudden
→Toedieningswijze: IM, SC, IV. Mag door kledij geïnjecteerd worden
→Wanneer pt opnieuw bij bewustzijn is: oraal suikers toedienen
2
Glycemiecontrole:
Goede diabetesregulatie is van cruciaal belang -> IEDERE pt moet aan glycemiecontrole doen
DM 1: 6x/dag
DM 2: voldoende 1 dag per week controleren
Streefwaarde:
→2 uur na de maaltijd: <180 mg/dl
→Voor maaltijd: 70-110 mg/dl
<60-70 mg/dl = hypoglycemie (hypo) = te weinig suiker in bloed
>180 mg/dl = hyperglycemie (hyper) = te veel suiker in bloed
Glycemieprik: klassiek
→Voor eten en voor slapengaan
→8u – 12 u -18u – 22u
→Vermoeden hypoglycemie
→Bij extra inspanning
Werkwijze:
→Glucosemeter, strips en een prikpen
Toestel droog en uit de zon bewaren
Vervaldatum controleren
Handen wassen voor je strips manipuleert
→Hoe prikken
Vingerprik
Handen wassen en drogen
NIET ontsmetten
Eventueel LICHT stuwen vanuit handpalm
Gebruik een prikpen
Alle vingers gebruiken
Prikpen aan zijkand vd vinger (diepte instellen!) en prikken
Bloeddruppen op teststrip, eerste druppel
Resultaat aflezen
Hou rekening met foutenmarge tot 10%
Advies: lancet elke keer vervangen, minimum dagelijks
→Bloeddruppel laten opzuigen!
→Testveld volledig bebloed!
Strips:
Testveld zelf best niet aanraken
Na gebruik doosje onmidelijk sluiten
Droog bewaren, op kamertemperatuur
Vervaldatum controleren
1
, Glycemiewaarden:
→Let op: 18mg/dl = 1 mmol/l
→Waarde meedelen aan pt
→Waarden noteren
→Pt betrekken bij aanpassingen
→Behandeling ifv gemeten waarden
→Afwijkende waarden in vraag stellen
→Belangrijk educatie-moment
Hyperglycemie:
= glycemie > 180 mg/dl
→Behandeling
Bijspuitschema’s indien insulinebehandeling, op voorschrift en enkel met ultra-snelwerkende insuline
Veel drinken
Braken kan wijzen op keto-acidose: steeds arts verwittigen
Hypoglycemie:
= glycemie < 60-70 mg/dl
→Behandeling:
Hypo voor maaltijd
o Snelle suikers innemen (3-4 druivensuikers of ¾ glas cola)
o Bij geen verbetering na 10 min herhalen (eerst meten)
o Bij verbetering na 10 min
▪ Indien nodig insuline spuiten
▪ Eten
Hypo tussen de maaltijden en ’s nachts:
o Maaltijd moet nog meer dan 1 u verwijderd zijn
o Snelle suikers
o Bij geen verbetering na 10 min herhalen (eerst meten)
o Bij verbetering na 10 min inname trage suikers
o Niet te veel eten – overcorrectie
Bij pt waarbij de glycemiewaarde zodanig laag is dat hij het bewustzijn verliest -> GEEN suiker oraal toedienen
Risico op slikpneumonie
De glucagen:
MOET door derden toegediend worden
Glucagen hypokit:
=Behandeling bij hypoglycemisch coma. Indien pt bij bewustzijn is, steeds oraal opsuikeren
→Mag door IEDEREEN worden toegediend
→Koel bewaren
→<25kg = ½ dosis
→Niet schudden
→Toedieningswijze: IM, SC, IV. Mag door kledij geïnjecteerd worden
→Wanneer pt opnieuw bij bewustzijn is: oraal suikers toedienen
2