Macro Economie
Inleiding
- Tour of the book
o a tour of the world
o a tour of the book
o the short run (3-6)
o the medium run (7-10)
o the long run (11-14)
o the open economy (18-21)
o Back to policy (22-24)
- Afbakening handboek
o Short run: enkele jaren, year-to-year bewegingen in output,output
gedreven door de vraag bewegingen
o Medium run: decennium
▪ Economie heeft neiging om terug te keren naar het niveau van de
output die door factoren bepaald worden:
• Kapitaal: voorraad, infrastructuur, investeringen
• Technologie
• Kwaliteit en omvang van arbeidskrachten
• Energiebronnen (kwaliteit)
o Long run: langere periodes (niet per se afgebakend)
▪ Capaciteit om te innoveren
▪ Nieuwe technologieën (ook nieuwe managementtechnieken)
▪ Kwaliteit van de overheid (administratie, juridisch apparaat …)
▪ Hoeveel participanten in de economie sparen
▪ Kwaliteit van het onderwijssysteem van een land
,H1: A tour of the world
Current situation
Economische cyclus:
- Perioden van expansie en recessive (periode tussen
pieken en dalen)
- Geen mooie symmetrie, tweede piek wordt hoger
verwacht dan de eerste
Over de tijd heen hebben we lange termijn
economische groei en cycli renderen naar hoger
pad
- Output gemeten via BBP in reële termen (goederen)
- Maatstaf: reële bruto binnenlands product
Grafieken ter info:
- Voor WOII waren de recessies langer van
duur dan erna
- Energieprijzen in Europa uit koers geraakt de
laatste Jaren
- Recente enorme piek in de prijzen
, - Ongelijkheid in gasprijzen tussen NL en VS kan
implicatie geven voor europese competitiviteit
- Ongelijkheid tussen Europa en VS → door
distortie verschuivingen in kracht van de
competitiviteit
- = nadeel van de eurozone
- Competitief voordeel
- Ook obv lonen zijn er verschillen tussen eurozone
en VS
- Reële lonen dalen meer dan in VS = compensatie
voor nadeel in competitiviteit
PMI = purchasers management index (ter info)
Geven de verwachtingen van de toekomst
- Rechts = eurozone services
- Links = eurozone manufactering
- Knik in grafiek rond 2020 → aanduiden dat
feitelijke materiele info binnen macro-
economie gedateerd moet bekeken worden
en dus kan verschillen over 6 maanden
The pandemic of 2020
Wat voor crisis ?
- De ergste sanitaire crisis sinds de spaanse griep in 1918
- De ergste globale economische crisis sinds de grote depressie
- Een verschillend type van economische crisis ivm andere recessies.
o Oorzaak ≠ onevenwichtigheid in de economie
o Oorzaak = exogeen (van buitenaf) en onverwachte schok
- Deze schok raakt de economie op 3 manieren:
1. Productieketens onderbroken, wachttijden in toelevering duurden heel
lang, veel tekorten = negatieve aanbodschok
2. Zeer beperkte mobilitiet = minder productie = negatieve aanbodschok
, 3. Gebrek aan inkomen (horeca, zelfstandigen) → negatieve vraagschok
Atypisch omdat er negatieve vraag én aanbodschokken zijn
EXAMENVRAAG: Beschrijf de specifieke impact pandemie vanuit macro-
economisch standpunt = exogene vraag en aanbodschokken
The crisis of 2008-9
Andere oorzaak :
- Prijsval in de huizenprijzen
- Financieel systeem in de VS onder druk
- Huizen verkopen of aangeslagen omdat men de hypothecaire lening niet
meer kon betalen
Overaanbod → prijzen zakken
Ook als een virus verspreid in verschillende stappen
- Handelskanaal: minder exportmogelijkheden naar de VS
- Financieel kanaal: heel de wereld kocht beleggingsfondsen waarvan ze niet
wisten wat er onderin in zat (toxische financiële producten)
o Deze werden over heel de wereld verspreid en konden teruggebracht
worden tot slechte kredieten in de VS
Grafiek: output growthrates (groeivoeten van de output)
- Voor wereldeconomie
- Voor ontwikkelde economieën
- Voor opkomende economieën
- U vorm = langere periode in een dal blijven
hangen en langzaam terug naar boven
- Hier V vorm = snel naar beneden maar ook
weer snel naar boven
o Wij zijn door crisis dieper gezakt maar wel
snel teruggeveerd
o Opkomende economieen en ontwikkelingslanden minder hard getroffen
Inleiding
- Tour of the book
o a tour of the world
o a tour of the book
o the short run (3-6)
o the medium run (7-10)
o the long run (11-14)
o the open economy (18-21)
o Back to policy (22-24)
- Afbakening handboek
o Short run: enkele jaren, year-to-year bewegingen in output,output
gedreven door de vraag bewegingen
o Medium run: decennium
▪ Economie heeft neiging om terug te keren naar het niveau van de
output die door factoren bepaald worden:
• Kapitaal: voorraad, infrastructuur, investeringen
• Technologie
• Kwaliteit en omvang van arbeidskrachten
• Energiebronnen (kwaliteit)
o Long run: langere periodes (niet per se afgebakend)
▪ Capaciteit om te innoveren
▪ Nieuwe technologieën (ook nieuwe managementtechnieken)
▪ Kwaliteit van de overheid (administratie, juridisch apparaat …)
▪ Hoeveel participanten in de economie sparen
▪ Kwaliteit van het onderwijssysteem van een land
,H1: A tour of the world
Current situation
Economische cyclus:
- Perioden van expansie en recessive (periode tussen
pieken en dalen)
- Geen mooie symmetrie, tweede piek wordt hoger
verwacht dan de eerste
Over de tijd heen hebben we lange termijn
economische groei en cycli renderen naar hoger
pad
- Output gemeten via BBP in reële termen (goederen)
- Maatstaf: reële bruto binnenlands product
Grafieken ter info:
- Voor WOII waren de recessies langer van
duur dan erna
- Energieprijzen in Europa uit koers geraakt de
laatste Jaren
- Recente enorme piek in de prijzen
, - Ongelijkheid in gasprijzen tussen NL en VS kan
implicatie geven voor europese competitiviteit
- Ongelijkheid tussen Europa en VS → door
distortie verschuivingen in kracht van de
competitiviteit
- = nadeel van de eurozone
- Competitief voordeel
- Ook obv lonen zijn er verschillen tussen eurozone
en VS
- Reële lonen dalen meer dan in VS = compensatie
voor nadeel in competitiviteit
PMI = purchasers management index (ter info)
Geven de verwachtingen van de toekomst
- Rechts = eurozone services
- Links = eurozone manufactering
- Knik in grafiek rond 2020 → aanduiden dat
feitelijke materiele info binnen macro-
economie gedateerd moet bekeken worden
en dus kan verschillen over 6 maanden
The pandemic of 2020
Wat voor crisis ?
- De ergste sanitaire crisis sinds de spaanse griep in 1918
- De ergste globale economische crisis sinds de grote depressie
- Een verschillend type van economische crisis ivm andere recessies.
o Oorzaak ≠ onevenwichtigheid in de economie
o Oorzaak = exogeen (van buitenaf) en onverwachte schok
- Deze schok raakt de economie op 3 manieren:
1. Productieketens onderbroken, wachttijden in toelevering duurden heel
lang, veel tekorten = negatieve aanbodschok
2. Zeer beperkte mobilitiet = minder productie = negatieve aanbodschok
, 3. Gebrek aan inkomen (horeca, zelfstandigen) → negatieve vraagschok
Atypisch omdat er negatieve vraag én aanbodschokken zijn
EXAMENVRAAG: Beschrijf de specifieke impact pandemie vanuit macro-
economisch standpunt = exogene vraag en aanbodschokken
The crisis of 2008-9
Andere oorzaak :
- Prijsval in de huizenprijzen
- Financieel systeem in de VS onder druk
- Huizen verkopen of aangeslagen omdat men de hypothecaire lening niet
meer kon betalen
Overaanbod → prijzen zakken
Ook als een virus verspreid in verschillende stappen
- Handelskanaal: minder exportmogelijkheden naar de VS
- Financieel kanaal: heel de wereld kocht beleggingsfondsen waarvan ze niet
wisten wat er onderin in zat (toxische financiële producten)
o Deze werden over heel de wereld verspreid en konden teruggebracht
worden tot slechte kredieten in de VS
Grafiek: output growthrates (groeivoeten van de output)
- Voor wereldeconomie
- Voor ontwikkelde economieën
- Voor opkomende economieën
- U vorm = langere periode in een dal blijven
hangen en langzaam terug naar boven
- Hier V vorm = snel naar beneden maar ook
weer snel naar boven
o Wij zijn door crisis dieper gezakt maar wel
snel teruggeveerd
o Opkomende economieen en ontwikkelingslanden minder hard getroffen