Reactiemechanisme van fosforylase herkennen + AMP (activator of inhibitor) +
andere vorm van regulatie?
Overgang T → R
→ Regulatie door fosforylatie:
- geladen fosfaatgroep bindt op Ser14 → Conformationele verandering → FosfoSer zorgt
voor reactie met Arg → conformatie R-toestand
● Fosforylase a: geen AMP nodig
● Fosforylase b: AMP nodig
AMP → activator (omzetting T → R)
ATP → inhibitor (T blijft T door stabilisatie)
(2x) Begrip: KM
= Michaelisconstante
= Substraatconstante waarbij de beginsnelheid de helft is van de maximale snelheid
→ Als KM laag is: hoge affiniteit voor binding met substraat
KM = (k1 + k2) / k1
(2x) Begrip: Tekening van Epinefrine
= Adrenaline
→ Dit is een catecholamine. Dit hormoon wordt geproduceerd in de bijnier.
(Nor)epinefrine bindt aan 2 types plasmamembraanreceptoren:
- beta-adrenerge receptor
→ Stimulatie glycogeenafbraak, vetafbraak, spierrelaxatie, verhoogde hartactivatie
- alfa-adrenerge receptor
→ Stimulatie spiercontractie bloedvaten, relaxatie spijsverteringsstelsel, bloedstolling
Wat voor hormoon is glucagon?
Polypeptide
Glucagon wordt geproduceerd uit de alfa-cellen van de Eilandjes van Langerhans (in de
pancreas) → Wordt vrijgesteld bij lage glucosegehalten
Polypeptiden ontstaan uit een precursoreiwit → moet eerst een proteolytische splitsing
ondergaan
Precursor eiwitten worden geprocessed in ER en Golgi → in secretorische granules
opgeslagen → Gesecreteerd door exocytose
,Bespreek de beta-adrenergische receptor, komt deze voor in spier & levercel?
beta-adrenerge receptor
→ Stimulatie glycogeenafbraak, vetafbraak, spierrelaxatie, verhoogde hartactivatie
Op deze receptor binden catecholamines.
Komt voor in
- Lever (stimulatie glycogenolyse & gluconeogenese)
- Gladde spiercel (relaxatie van gladde spiercellen in de bronchiën)
- Bloedvezels die aan skeletspieren leveren
Insuline wordt geactiveerd, is dit een goede regulatie voor de remming van een alfa
adrenerge receptor?
Nee. Insuline is een polypeptide.
De adrenerge receptoren zullen bindingen aangaan met catecholamines als
(nor)epinefrine.
GPCR receptor
7 alfa-helix membranaire structuren
→ ageren als allosterische eiwitten
kenmerk: densitatie
→ lange blootstelling aan signaal vermindert de respons
Heterotrimere G-proteïnen
G-alfa, G-beta, G-gamma
G-alfa
→ GXP bindingsplaats → vorming trimeer
→ Induceert conformationele verandering in ‘switch regio’ → dissociatie Gbeta-Ggamma
dimeer → G-alfa-GTP activeert enzyme
Alfa-adrenerge receptor die op ER Ca-afhankelijk eiwit aanstuurt dat gefosforyleerd
moet worden om actief te zijn
fosfo-inositol
(3x) cholera toxine (begrip)
= Enzym dat cholera-bacil vrijstelt
→ Zal alfa-subeenheid van het G-proteïne koppelen aan ADP → Conformationele
verandering in G-alfa → permanent actief → cAMP productie
Oxidatiegetal van de C2 in alfa ketoglutaraat
4-2=2
, Oxidatiegetal van C2 van glycerol-3-fosfaat
4-2=2
(2x) Oxidatiegetal van C2 in oxaloacetaat
4-2=2
Oxidatiegetal van C3 in oxaloacetaat
4-1=3
Oxidatiegetal C2 van 2,3 bisphosphoglycerate
4-2=2
andere vorm van regulatie?
Overgang T → R
→ Regulatie door fosforylatie:
- geladen fosfaatgroep bindt op Ser14 → Conformationele verandering → FosfoSer zorgt
voor reactie met Arg → conformatie R-toestand
● Fosforylase a: geen AMP nodig
● Fosforylase b: AMP nodig
AMP → activator (omzetting T → R)
ATP → inhibitor (T blijft T door stabilisatie)
(2x) Begrip: KM
= Michaelisconstante
= Substraatconstante waarbij de beginsnelheid de helft is van de maximale snelheid
→ Als KM laag is: hoge affiniteit voor binding met substraat
KM = (k1 + k2) / k1
(2x) Begrip: Tekening van Epinefrine
= Adrenaline
→ Dit is een catecholamine. Dit hormoon wordt geproduceerd in de bijnier.
(Nor)epinefrine bindt aan 2 types plasmamembraanreceptoren:
- beta-adrenerge receptor
→ Stimulatie glycogeenafbraak, vetafbraak, spierrelaxatie, verhoogde hartactivatie
- alfa-adrenerge receptor
→ Stimulatie spiercontractie bloedvaten, relaxatie spijsverteringsstelsel, bloedstolling
Wat voor hormoon is glucagon?
Polypeptide
Glucagon wordt geproduceerd uit de alfa-cellen van de Eilandjes van Langerhans (in de
pancreas) → Wordt vrijgesteld bij lage glucosegehalten
Polypeptiden ontstaan uit een precursoreiwit → moet eerst een proteolytische splitsing
ondergaan
Precursor eiwitten worden geprocessed in ER en Golgi → in secretorische granules
opgeslagen → Gesecreteerd door exocytose
,Bespreek de beta-adrenergische receptor, komt deze voor in spier & levercel?
beta-adrenerge receptor
→ Stimulatie glycogeenafbraak, vetafbraak, spierrelaxatie, verhoogde hartactivatie
Op deze receptor binden catecholamines.
Komt voor in
- Lever (stimulatie glycogenolyse & gluconeogenese)
- Gladde spiercel (relaxatie van gladde spiercellen in de bronchiën)
- Bloedvezels die aan skeletspieren leveren
Insuline wordt geactiveerd, is dit een goede regulatie voor de remming van een alfa
adrenerge receptor?
Nee. Insuline is een polypeptide.
De adrenerge receptoren zullen bindingen aangaan met catecholamines als
(nor)epinefrine.
GPCR receptor
7 alfa-helix membranaire structuren
→ ageren als allosterische eiwitten
kenmerk: densitatie
→ lange blootstelling aan signaal vermindert de respons
Heterotrimere G-proteïnen
G-alfa, G-beta, G-gamma
G-alfa
→ GXP bindingsplaats → vorming trimeer
→ Induceert conformationele verandering in ‘switch regio’ → dissociatie Gbeta-Ggamma
dimeer → G-alfa-GTP activeert enzyme
Alfa-adrenerge receptor die op ER Ca-afhankelijk eiwit aanstuurt dat gefosforyleerd
moet worden om actief te zijn
fosfo-inositol
(3x) cholera toxine (begrip)
= Enzym dat cholera-bacil vrijstelt
→ Zal alfa-subeenheid van het G-proteïne koppelen aan ADP → Conformationele
verandering in G-alfa → permanent actief → cAMP productie
Oxidatiegetal van de C2 in alfa ketoglutaraat
4-2=2
, Oxidatiegetal van C2 van glycerol-3-fosfaat
4-2=2
(2x) Oxidatiegetal van C2 in oxaloacetaat
4-2=2
Oxidatiegetal van C3 in oxaloacetaat
4-1=3
Oxidatiegetal C2 van 2,3 bisphosphoglycerate
4-2=2