1. ethische perspectieven op de zorgrelatie
⟹ verkenning ethische
paradigma’s: ethiek heeft altijd met
perspectieven te maken. En
afhankelijk van een perspectief
worden dingen benoemd, in beeld
gebracht, weggelaten
1.1 traditionele visie
1.1.1 medisch paradigma (model)
- Hulpverlener:
o Volle verantwoordelijkheid
o Vanuit medisch/technische/lichamelijke normen
o Analogie: parentalisme (examen) → vergelijkbaar met vroeger, vroeger
was de arts de ‘baas’ en moest de pt luisteren
- Patiënt:
o Afhankelijkheidspositie
o Geen deel besluitvormingsproces (patiënt had geen inspraak)
- Link met religieus paradigma: naastenliefde (caritas) – eerbied leven
- Link deontologisch model en Hippocratische traditie: weldoen – niet
schaden
- Pluspunten van medisch paradigma:
o Duidelijkheid: eenduidigheid
o Inzet/zorgengagement
- Minpunten:
o Sterk paternalisme (examen)
Wafelijzerdenken: pt = lijdend voorwerp
Alles beslist door de hulpverlener → gevaar = betutteling
o Medisch-verpleegtechnische ingrepen:
Volgens vastgelegde voorschriften/protocollen: ‘one-size-fits-all’
benadering
Beleving van de pt wordt genegeerd
o Risico overbelasting pt
1.1.1.1 addendum 1
⟹ nuancering 2 vormen van paternalisme
- Sterk:
o ONTnemen van de verantwoordelijkheid
- Zwak:
o Tijdelijk en/of gepast OVERnemen van de verantwoordelijkheid
o → kader = beslissingsbekwaamheid
1.1.1.2 addendum 2
⟹ is paternalisme voltooid verleden tijd?
→ patiëntenrecht is nog te passief en de wet is te paternalistisch
1.1.1.3 kanttekening
1
, ⟹ er is een toenemend conformisme in de verpleegkunde; aanpassen aan gedrag
van anderen in een bepaalde groep om in de groep te passen
‘zowel uit Vlaams als internationaal onderzoek blijkt dat verpleegkundigen de neiging
hebben om zich in zorgsituaties conformistisch te gedragen, niet het persoonlijke
welzijn van de individuele patiënt (wat is een goed antwoord voor deze patiënt), maat
veeleer de omgeving (collega’s, artsen, hoofdverpleegkundigen, afdelingsregels,
protocollen, voorschriften) bepaalt in belangrijke mate wat de verpleegkundigen in de
praktijk zullen doen’
2. moderne visie
2.1 autonomiemodel
⟹ uitgangspunt is de mens is een vrij op
zichzelf ontwerpend individu
- Sleutelwoorden:
o Zelfkennis
o Zelfontplooiing
o Persoonlijke verantwoordelijkheid
- Extreme vorm = autonomiedogmatisme (examen)
o → is normaal niet te normaal waardoor er dogmatisme ontstaat?
o Radicale zelfbeschikking pt = recht
o Enige restrictie = minimumethiek:
→ niet schaden van autonomie en de integriteit van anderen
- Hulpverlener = uitvoerder
- Zorgcriterium: tevredenheid pt
- Autonome vrije keuze of verplichte vaccinatie? Bv. vaccinatie corona
- Pluspunten:
o Geen bevoogding/betutteling
o Zorgvrager = mondig – geëmancipeerd
o Erkenning van de gevoelens en de ervaringen van de pt
o Kansen voor zorg op maat mogelijk
- Minpunten en mogelijke risico’s:
o Gevaar voor eis-cultuur ‘u vraagt, wij draaien’
o Absolute zelfbeschikking van de pt
Individualisme: ‘mijn zin/voordeel’
Eenzame keuze: informed vs. Negotiated consent
Geen wederkerigheid/relatie
Persoonlijke verantwoordelijkheid OOK voor eigen
mislukken/onkunde
o Relativisme van waarden → onverschilligheid vpk
Zorgverlener vlucht in/verschuilt zich achter rechtenethiek
Ethische apathie
Risico morele stress
o Keuzevrijheid veronderstelt keuzebekwaamheid
Ontkenning kwetsbaarheid & onmacht
2.2 maatschappelijk paradigma
2.2.1 vermaatschappelijking zorg
⟹ centraal = burgerschap van de pt
- Recht op participatie
2