Prepositions
[B1] Een voorzetsel wordt vaak voor een woord(groep) gezet om iets te zeggen over de plaats, tijd of
beweging daarvan. Dat woord is vaak een zelfstandig naamwoord (of zelfstandignaamwoordgroep),
maar kan bijvoorbeeld ook een bijwoord zijn, of een werkwoord dat eindigt op -ing (zie gerunds).
This morning I spent some time at that new gym. (zelfstandignaamwoordgroep)
You’ll find his office at the end of the corridor, just through there. (bijwoord)
Harry seems very interested in applying for the position of project manager. (werkwoord op -ing)
Soms kun je een voorzetsel ook gebruiken aan het eind van een vraag of bijzin.
We have a lot to talk about.
What’s the name of the company you work at?
De voorzetsels die in het Engels het meest worden gebruikt, zijn on, in en at:
On gebruik je bij:
oppervlaktes
openbaar vervoer (bus, trein, vliegtuig, boot)
wegen en straten*
* In Amerikaans-Engels gebruik je on bij wegen en straten maar in Brits-Engels gebruik je dan in.
I’m starting my new job on 5 June.
Your phone is on the table.
Mark is on flight 207, which arrives at gate 3.
John lives on County Road and Mandy lives on Main Street in Buffalo, New York.*
In gebruik je bij:
wegen en straten*, steden, landen
binnen grote gebieden (zoals een bos of natuurpark)
afgesloten ruimtes (zoals een kamer of nadrukkelijk binnen een gebouw)
* In Brits-Engels gebruik je in bij wegen en straten maar in Amerikaans-Engels gebruik je dan on.
Liz listens to music in the morning / afternoon / evening.
They live in Forsyth Road in Dundee, which is in Scotland.
In summer, the scouts always go camping in the woods.
I'm in my bedroom, My brother is in the house, but I don't know where.
[B1] Een voorzetsel wordt vaak voor een woord(groep) gezet om iets te zeggen over de plaats, tijd of
beweging daarvan. Dat woord is vaak een zelfstandig naamwoord (of zelfstandignaamwoordgroep),
maar kan bijvoorbeeld ook een bijwoord zijn, of een werkwoord dat eindigt op -ing (zie gerunds).
This morning I spent some time at that new gym. (zelfstandignaamwoordgroep)
You’ll find his office at the end of the corridor, just through there. (bijwoord)
Harry seems very interested in applying for the position of project manager. (werkwoord op -ing)
Soms kun je een voorzetsel ook gebruiken aan het eind van een vraag of bijzin.
We have a lot to talk about.
What’s the name of the company you work at?
De voorzetsels die in het Engels het meest worden gebruikt, zijn on, in en at:
On gebruik je bij:
oppervlaktes
openbaar vervoer (bus, trein, vliegtuig, boot)
wegen en straten*
* In Amerikaans-Engels gebruik je on bij wegen en straten maar in Brits-Engels gebruik je dan in.
I’m starting my new job on 5 June.
Your phone is on the table.
Mark is on flight 207, which arrives at gate 3.
John lives on County Road and Mandy lives on Main Street in Buffalo, New York.*
In gebruik je bij:
wegen en straten*, steden, landen
binnen grote gebieden (zoals een bos of natuurpark)
afgesloten ruimtes (zoals een kamer of nadrukkelijk binnen een gebouw)
* In Brits-Engels gebruik je in bij wegen en straten maar in Amerikaans-Engels gebruik je dan on.
Liz listens to music in the morning / afternoon / evening.
They live in Forsyth Road in Dundee, which is in Scotland.
In summer, the scouts always go camping in the woods.
I'm in my bedroom, My brother is in the house, but I don't know where.