1
Biomedische fysiologie
Uitgewerkte examenvragen
Alle examenvragen & termen van voorbije jaren uitgewerkt
2e bachelor biochemie-biotechnologie
GV = grote vraag
KV = kleine vraag
(2x) = deze vraag werd al 2x op een examen gesteld
, 2
GV: Bespreek de endocriene functies van de epifyse, hypofyse en hypothalamus (H7)
Hypofyse en hypothalamus:
In de endocriene controle zijn er 3 integratiecentra:
- Hypothalamus
- Hypofyse voorkwab krijgt hormonen van hypothalamus
- Endocriene klier krijgt hormonen van hypofyse voorkwab
→ Er is hier sprake van een hypothalamus-hypofyse poortadersysteem:
- Long-loop pathway < hormoon endocriene klier
- Short-loop pathway < hormoon hypofyse
- Ultra short-loop pathway < autocrien/paracrien signaal
Hypofyse voorkwab hormonen
→ Controleren de groei, metabolisme en reproductie
De hypofyse scheidt neurohormonen uit.
Hypofyse achterkwab
→ Neuraal weefsel dat 2 hormonen afscheidt
- Vasopressine (antidiuretisch hormoon)
- Oxytocine
Hypofyse voorkwab
→ Endocriene weefsel, secreteert 6 hormonen
- Prolactine
- Thyroid stimulerend hormoon
- Adrenocorticotroop hormoon
- Groeihormoon
- Follikelstimulerend hormoon
- Luteïniserend hormoon
Epifyse:
→ Endocriene klier
→ Staat in voor melatonine synthese
- = hormoon dat ons lichaam vertelt wat de dag-nacht cyclus is
- Wordt vooral ‘s nachts gesecreteerd
→ Ook belang in kleurverandering amfibieën
KV: Welk hormoon scheidt de epifyse uit? (H7)
Epifyse
→ Melatonine
→ AZ-afgeleid hormoon
, 3
KV: Wat zijn permissieve hormonen? (H7)
Permissief: tweede hormoon is nodig om het volledige effect uit te voeren.
Vb. Bij de rijping van het voortplantingsstelsel moet het schildklierhormoon permissie geven.
GV. Bespreek de verschillende klassen van hormonen, vermeld: synthese, opslag,
vrijgave, transport en werkingsmechanisme. Geef ook enkele bemerkingen bij de
definitie van hormonen (H7)
1. Peptide- of proteïnehormonen
Preprohormoon
Groot met een inactieve precursor. Bevat een signaalsequentie dat het peptide direct naar het lumen
van het rER brengt
Prohormoon
Het preprohormoon zonder zijn signaalsequentie.
Proteolytische, post-translationele modificatie
Het inpakken, knippen en activeren van het prohormoon in het Golgi-Apparaat.
- Transport in het bloed en halfwaarde
Ze zijn oplosbaar in water waardoor ze maar enkele minuten aanwezig blijven in het lichaam.
Peptidehormonen die voor een langere periode aanwezig moeten zijn, worden continu
gesecreteerd.
- Bindt oppervlakte membraanreceptoren
Ze zijn lipofoob. Dit betekend dat ze hun targetcel niet kunnen betreden. Daarom binden ze
met de oppervlaktemembraanreceptoren.
- Cellulair antwoord door signaaltransductie systeem
Het hormoon – receptor complex initieert het cellulair antwoord via een signaaltransductie.
Velen werken via een cAMP Second Messenger: zie video mv_Hf07_apflix_mechcamp
Peptide hormoonsynthese:
Preprohormoon met signaalpeptide zorgt dat peptide direct in ER kan → verschuiving ER → Golgi →
vrijstelling hormoon
, 4
c: C-peptide wordt afgeknipt (zorgt voor goede opvouwing en vorming peptidebruggen)
2. Steroïdhormonen
→ Afgeleid van cholesterol
- Enkel gevormd in: bijnieren & gonaden
- Lipofiel: makkelijk doorheen membranen
- Gevormd indien nodig, kan niet worden opgeslagen
→ Bindt op dragerproteïnen in bloed
Slecht oplosbaar 🡪 via dragerproteïne: langere halfwaarde
→ Cytoplasmatische of nucleaire receptor
Genomisch effect: activatie of repressie genen voor proteïne-synthese
= Eigenschap van elk hormoon dat de genenactiviteit kan laten alterneren.
Trage werking: tot 90 min tijd tussen de binding – eerste biologische effect
→ Celmembraanreceptor
Niet genomische respons: snelle respons
3. Aminozuur-afgeleide- of aminehormonen
Afgeleid van
Tryptofaan
→ Melatonine
Biomedische fysiologie
Uitgewerkte examenvragen
Alle examenvragen & termen van voorbije jaren uitgewerkt
2e bachelor biochemie-biotechnologie
GV = grote vraag
KV = kleine vraag
(2x) = deze vraag werd al 2x op een examen gesteld
, 2
GV: Bespreek de endocriene functies van de epifyse, hypofyse en hypothalamus (H7)
Hypofyse en hypothalamus:
In de endocriene controle zijn er 3 integratiecentra:
- Hypothalamus
- Hypofyse voorkwab krijgt hormonen van hypothalamus
- Endocriene klier krijgt hormonen van hypofyse voorkwab
→ Er is hier sprake van een hypothalamus-hypofyse poortadersysteem:
- Long-loop pathway < hormoon endocriene klier
- Short-loop pathway < hormoon hypofyse
- Ultra short-loop pathway < autocrien/paracrien signaal
Hypofyse voorkwab hormonen
→ Controleren de groei, metabolisme en reproductie
De hypofyse scheidt neurohormonen uit.
Hypofyse achterkwab
→ Neuraal weefsel dat 2 hormonen afscheidt
- Vasopressine (antidiuretisch hormoon)
- Oxytocine
Hypofyse voorkwab
→ Endocriene weefsel, secreteert 6 hormonen
- Prolactine
- Thyroid stimulerend hormoon
- Adrenocorticotroop hormoon
- Groeihormoon
- Follikelstimulerend hormoon
- Luteïniserend hormoon
Epifyse:
→ Endocriene klier
→ Staat in voor melatonine synthese
- = hormoon dat ons lichaam vertelt wat de dag-nacht cyclus is
- Wordt vooral ‘s nachts gesecreteerd
→ Ook belang in kleurverandering amfibieën
KV: Welk hormoon scheidt de epifyse uit? (H7)
Epifyse
→ Melatonine
→ AZ-afgeleid hormoon
, 3
KV: Wat zijn permissieve hormonen? (H7)
Permissief: tweede hormoon is nodig om het volledige effect uit te voeren.
Vb. Bij de rijping van het voortplantingsstelsel moet het schildklierhormoon permissie geven.
GV. Bespreek de verschillende klassen van hormonen, vermeld: synthese, opslag,
vrijgave, transport en werkingsmechanisme. Geef ook enkele bemerkingen bij de
definitie van hormonen (H7)
1. Peptide- of proteïnehormonen
Preprohormoon
Groot met een inactieve precursor. Bevat een signaalsequentie dat het peptide direct naar het lumen
van het rER brengt
Prohormoon
Het preprohormoon zonder zijn signaalsequentie.
Proteolytische, post-translationele modificatie
Het inpakken, knippen en activeren van het prohormoon in het Golgi-Apparaat.
- Transport in het bloed en halfwaarde
Ze zijn oplosbaar in water waardoor ze maar enkele minuten aanwezig blijven in het lichaam.
Peptidehormonen die voor een langere periode aanwezig moeten zijn, worden continu
gesecreteerd.
- Bindt oppervlakte membraanreceptoren
Ze zijn lipofoob. Dit betekend dat ze hun targetcel niet kunnen betreden. Daarom binden ze
met de oppervlaktemembraanreceptoren.
- Cellulair antwoord door signaaltransductie systeem
Het hormoon – receptor complex initieert het cellulair antwoord via een signaaltransductie.
Velen werken via een cAMP Second Messenger: zie video mv_Hf07_apflix_mechcamp
Peptide hormoonsynthese:
Preprohormoon met signaalpeptide zorgt dat peptide direct in ER kan → verschuiving ER → Golgi →
vrijstelling hormoon
, 4
c: C-peptide wordt afgeknipt (zorgt voor goede opvouwing en vorming peptidebruggen)
2. Steroïdhormonen
→ Afgeleid van cholesterol
- Enkel gevormd in: bijnieren & gonaden
- Lipofiel: makkelijk doorheen membranen
- Gevormd indien nodig, kan niet worden opgeslagen
→ Bindt op dragerproteïnen in bloed
Slecht oplosbaar 🡪 via dragerproteïne: langere halfwaarde
→ Cytoplasmatische of nucleaire receptor
Genomisch effect: activatie of repressie genen voor proteïne-synthese
= Eigenschap van elk hormoon dat de genenactiviteit kan laten alterneren.
Trage werking: tot 90 min tijd tussen de binding – eerste biologische effect
→ Celmembraanreceptor
Niet genomische respons: snelle respons
3. Aminozuur-afgeleide- of aminehormonen
Afgeleid van
Tryptofaan
→ Melatonine