Thema 6 Rechterlijke toetsing en rechtsvorming
Inleiding op het thema:
Vorige week is aandacht besteed aan de organisatie van de rechtspraak en de positie van de rechter in
het staatsbestel. Deze week richten we ons op de bevoegdheid van de rechter om in een geschil te
toetsen of een bij hem aangevochten handeling (in het bijzonder overheidshandelingen en dan weer
met een speciale nadruk op algemene regelgeving) in overeenkomst is met hoger recht. Of de rechter
in Nederland een dergelijke bevoegdheid toekomt is afhankelijk van een aantal factoren. Zo kan
relevant zijn welke type regeling wordt aangevochten. De wet in formele zin is bijvoorbeeld
moeilijker te toetsen dan lagere regelgeving. Verder is de vraag van belang aan welk hoger recht de
rechter gevraagd wordt te toetsen. Ingevolge artikel 120 Grondwet zit op de bepalingen in de
Grondwet in sommige gevallen voor de rechter een slot. Andere bepalingen in de Grondwet bieden
echter ruimte om in zulke gevallen te toetsen aan bepaalde bepalingen uit internationale verdragen.
Daarnaast is er nog de aparte categorie van het recht van de Europese Unie, dat de Nederlandse rechter
ook bepaalde toetsingsbevoegdheden verschaft.
Een aan rechterlijke toetsing gerelateerd vraagstuk dat deze week aan de orde zal komen is dat van
rechtsvorming. Dit vraagstuk betreft de vraag hoever de rechter in Nederland mag gaan in het
eigenstandig aanvullen of vormen van rechtsregels. Op dit vraagstuk zit een bepaalde staatsrechtelijke
spanning, omdat het vormen van recht vanuit het perspectief van democratie en machtenscheiding
primair een taak is van politieke organen, in het bijzonder de volksvertegenwoordiging.
Literatuur:
- Kortmann, Constitutioneel recht, Deel II: 1.4.5; 2.2.3 (p. 173-180); 3.3
Jurisprudentie:
- HR 14-04-1989 (Harmonisatiewet) (Ars Aequi Jurisprudentie) (voorkennis)
- HR 10-10-2014 (Rookverbod) (Ars Aequi Jurisprudentie) (voorkennis)
- HvJEG 05-02-1963 (Van Gend & Loos) (Ars Aequi Jurisprudentie) (voorkennis)
- HvJEG 15-07-1964 (Costa/ENEL) (Ars Aequi Jurisprudentie) (voorkennis)
- HR 24-01-1969 (Pocketbooks II) (Ars Aequi Jurisprudentie)
- HR 12-05-1999 (Arbeidskostenforfait) (Ars Aequi Jurisprudentie)
- HR 21-03-2003 (Waterpakt) (Ars Aequi Jurisprudentie)
- HR 18-09-2015 (Vakantiedagen) (zelf opzoeken – ECLI:NL:HR:2015:2722)
- Rechtbank Noord-Nederland 02-12-2016 (Gemeentelijke herindeling Haren) (zelf opzoeken –
ECLI:NL:RBNNE:2016:5332)
Leerdoelen:
Na bestudering van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie en het voorbereid en actief
bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten:
1. heeft u uw kennis over de rechtstreekse werking van verdragen opgefrist;
2. Kunt u aangeven hoever het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet reikt;
3. Bent u in staat de problematiek van de rechtsvormende taak van de rechter te analyseren;
4. Weet u hoe de rechter met deze problematiek omgaat in het kader van zijn in artikel 94 Grondwet
neergelegde toetsingsbevoegdheid;
5. Begrijpt u waarin de doorwerking van het EU-recht in de Nederlandse rechtsorde afwijkt van de
doorwerking van (ander) internationaal recht.
Inleiding op het thema:
Vorige week is aandacht besteed aan de organisatie van de rechtspraak en de positie van de rechter in
het staatsbestel. Deze week richten we ons op de bevoegdheid van de rechter om in een geschil te
toetsen of een bij hem aangevochten handeling (in het bijzonder overheidshandelingen en dan weer
met een speciale nadruk op algemene regelgeving) in overeenkomst is met hoger recht. Of de rechter
in Nederland een dergelijke bevoegdheid toekomt is afhankelijk van een aantal factoren. Zo kan
relevant zijn welke type regeling wordt aangevochten. De wet in formele zin is bijvoorbeeld
moeilijker te toetsen dan lagere regelgeving. Verder is de vraag van belang aan welk hoger recht de
rechter gevraagd wordt te toetsen. Ingevolge artikel 120 Grondwet zit op de bepalingen in de
Grondwet in sommige gevallen voor de rechter een slot. Andere bepalingen in de Grondwet bieden
echter ruimte om in zulke gevallen te toetsen aan bepaalde bepalingen uit internationale verdragen.
Daarnaast is er nog de aparte categorie van het recht van de Europese Unie, dat de Nederlandse rechter
ook bepaalde toetsingsbevoegdheden verschaft.
Een aan rechterlijke toetsing gerelateerd vraagstuk dat deze week aan de orde zal komen is dat van
rechtsvorming. Dit vraagstuk betreft de vraag hoever de rechter in Nederland mag gaan in het
eigenstandig aanvullen of vormen van rechtsregels. Op dit vraagstuk zit een bepaalde staatsrechtelijke
spanning, omdat het vormen van recht vanuit het perspectief van democratie en machtenscheiding
primair een taak is van politieke organen, in het bijzonder de volksvertegenwoordiging.
Literatuur:
- Kortmann, Constitutioneel recht, Deel II: 1.4.5; 2.2.3 (p. 173-180); 3.3
Jurisprudentie:
- HR 14-04-1989 (Harmonisatiewet) (Ars Aequi Jurisprudentie) (voorkennis)
- HR 10-10-2014 (Rookverbod) (Ars Aequi Jurisprudentie) (voorkennis)
- HvJEG 05-02-1963 (Van Gend & Loos) (Ars Aequi Jurisprudentie) (voorkennis)
- HvJEG 15-07-1964 (Costa/ENEL) (Ars Aequi Jurisprudentie) (voorkennis)
- HR 24-01-1969 (Pocketbooks II) (Ars Aequi Jurisprudentie)
- HR 12-05-1999 (Arbeidskostenforfait) (Ars Aequi Jurisprudentie)
- HR 21-03-2003 (Waterpakt) (Ars Aequi Jurisprudentie)
- HR 18-09-2015 (Vakantiedagen) (zelf opzoeken – ECLI:NL:HR:2015:2722)
- Rechtbank Noord-Nederland 02-12-2016 (Gemeentelijke herindeling Haren) (zelf opzoeken –
ECLI:NL:RBNNE:2016:5332)
Leerdoelen:
Na bestudering van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie en het voorbereid en actief
bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten:
1. heeft u uw kennis over de rechtstreekse werking van verdragen opgefrist;
2. Kunt u aangeven hoever het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet reikt;
3. Bent u in staat de problematiek van de rechtsvormende taak van de rechter te analyseren;
4. Weet u hoe de rechter met deze problematiek omgaat in het kader van zijn in artikel 94 Grondwet
neergelegde toetsingsbevoegdheid;
5. Begrijpt u waarin de doorwerking van het EU-recht in de Nederlandse rechtsorde afwijkt van de
doorwerking van (ander) internationaal recht.